Adolescenten

JEUGDBOEKEN NR. 2, FEBRUARI 2017

Erna Sassen: Er is geen vorm waarin ik pas

door Henk Van Viegen

14+ - Begaf Sassen zich met Kom niet dichterbij (2014), een roman voor jongvolwassenen, naar het randje van de jeugdliteratuur, met Er is geen vorm waarin ik pas keert ze terug naar de jongeren van 14 à 15 jaar, die ze bediende met haar interessante Dit is geen dagboek (2009). 

Er zijn vele verbindingen met dat laatste boek. Zo speelt het verhaal zich wederom af in (de buurt van) Haarlem, bevindt het hoofdpersonage van 16 à 17 jaar zich in een crisis, is het vertelstandpunt gelijk (ik als personage, niet alwetend), is er de lijst met voornemens en speelt muziek (klassiek en modern) een belangrijke rol. Ook hier is een van de ouders afwezig, dit keer de vader, is er sprake van isolement op school en een tijdelijke verwijdering tussen de ik en haar beste vriend, speelt rouwen een belangrijke rol en mag de lezer zijn best doen het tijdsverloop, dat verre van chronologisch is, helder te krijgen.  
 
De bladspiegel herken je onmiddellijk als typisch Sassen: nu en dan hoofdletters, dan juist klein, bladzijden met heel weinig tekst, korte zinnetjes onder elkaar, poëtische teksten, dit keer echte liedjes. Het taalgebruik is wederom direct, hard, er is veel humor, soms staat er ineens een volwassenenwoord of – uitdrukking, enige keren gevolgd door zogenaamde schaamte (prehistorischespreekwoorden.nl).
 
Dit wil allemaal niet zeggen dat hier sprake is van een herhalingsoefening, er valt genoeg nieuws te beleven. Het is wel een beetje een vol boek, je vraagt je af wat de kern is, de motieven buitelen over elkaar. De twee verhaallijnen zijn misschien een tikje ongeloofwaardig, maar ze worden mooi verbonden.
 
Tessel heeft een vol maar interessant vierde schooljaar achter de rug. Ze leert redelijk gemakkelijk en heeft (dus) meer dan voldoende tijd een leraar Nederlands te assisteren bij het schooltoneel, diens ‘tweede leven’ als cabaretier (wat niet onmogelijk is, weten we van de Nederlandse leraar/cabaretier Johan Goossens): ze reist heel vaak met hem mee naar optredens. Ook doet ze nog boodschappen voor hem. Het is niet per se alleen maar liefde. Hij is ook belangrijk voor haar omdat hij met een bepaald door hem geschreven lied de glazen stolp (!) geopend heeft die haar altijd ‘beschermd’ heeft, en die bestond uit stoerheid, allerlei ingewikkelde gedachtespinsels, trucs en afleidingsmanoeuvres.  
 
Later gebeurt iets dergelijks als hij over zijn pas geboren kind zingt, de prachtige muziek brengt haar aan het twijfelen over haar wraak. Vooral die gedachtespinsels laat Sassen fraai zien. Tessel maakt zich van tevoren zorgen over een gesprek, tijdens dat gesprek en daarna over wat ze allemaal gezegd heeft. Een ontroerend voorbeeld hiervan is de aandacht die ze, naar het lijkt als enige, schenkt aan een leraar die een baby verloren heeft.
 
Als de relatie met Parcival te close wordt, en de vrouw van de leraar een kind krijgt, laat deze in het boek Parcival genoemde man haar vallen. Haar intense liefdesverdriet uit zich in een burn out, waardoor ze zich ook nog eens isoleert van haar medeleerlingen, doordat ze allerlei privileges krijgt van haar mentor: lessen en toetsen verzuimen. Op een dag ontmoet ze toevallig een zekere Evelien, moeder van een net aan kanker gestorven dochter, Sanne, die ze overigens niet gekend heeft. Tessel zoekt haar regelmatig op, ze blijken elkaar nodig te hebben. Evelien kan haar verhaal kwijt en Tessel ziet overeenkomsten tussen haar rouw en die van Evelien, die haar bovendien leert de beleefdheid op te geven en voortaan te zeggen waar het op staat.
 
Sassen werkt vakkundig naar een redelijk bevredigend einde. Net als in Dit is geen dagboek zijn er meer helpers dan je zou denken: de moeder, Evelien, ook Parcival, en op het eind, in deel V (!) komt er nog eentje te voorschijn, een mini deus ex machina. Want Sassen zal de jonge lezer nooit opschepen met een unhappy end, haar boeken zijn er om te ontdekken en te troosten: je kunt een crisis te boven komen en je schaamte en onzekerheid overwinnen. In dit opzicht sluit de originele en eigenzinnige Sassen aan bij een oude traditie. Ook het cd’tje met Tessels eigen liedjes dat het Profielwerkstuk (PWS) zal gaan worden, het beginmotief van het boek, gaat er zeker komen, enkele teksten daarvan hebben we al gelezen.
 
Waarschijnlijk verbeeldt de koptelefoon van het omslag de glazen stolp wel, in elk geval wijst hij op het grote belang van de muziek. De klassieke muziek is weer lekker moeilijk. Was het Pergolesi in Dit is geen dagboek, nu is het Simeon ten Holts Canto ostinato, die je niet direct verbindt met een puber. De koptelefoon verscheen ook op de poster van de theatervoorstelling van Dit is geen dagboek, die in januari in première ging.
 
Amsterdam : Leopold 2017, 211 p. ISBN 9789025869717 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 6, JUNI 2020

Alleen de bergen zijn mijn vrienden

Behrouz Boochani

Autobiografie van een lijk en andere verhalen

Sigizmoend Krzjizjanovski

De straffeloze

Huub Beurskens

De zwarte klok

Paulus Hochgatterer

Tegendraads

Mia Doornaert

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 6, JUNI 2020

De gemene moord op Muggemietje

Ted van Lieshout

De vuurvogel

Bette Westera, Djenné Fila (ill.)

Het fortuin van Fausto. Een fabel verbeeld

Oliver Jeffers

Oorlog in inkt

Annemarie van den Brink, Suzanne Wouda, Steef Liefting (ill.)

Patrick

Annelies Verbeke

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri