Vanaf zes jaar

JEUGDBOEKEN NR. 6, JUNI 2018

Erna Sassen, Martijn van der Linden (ill.): Een indiaan als jij en ik

door Jürgen Peeters

6+ - Erna Sassen maakt de titel van haar nieuwe jeugdboek met verve waar: Einzelgänger Boaz is helemaal gefascineerd door de leefwereld, dagelijkse gebruiken en rituelen van de indianen. Liefst van al leest hij boeken over z’n favoriete onderwerp of zwerft in de duinen rond, waar hij als volleerd indiaan op buffels jaagt. Of toch op Schotse Hooglanders die ‘spelen dat ze buffels zijn.’ Vrienden heeft Boaz niet:   
‘Daarom zegt hij altijd dat hij bij zijn vriendje Colin gaat spelen. Dat vindt mama een prettig idee. Ze vindt het heel belangrijk dat Boaz veel vrienden heeft. Colin bestaat helemaal niet. Ricardo en Damian ook niet.’ 
 
Boaz leeft grotendeels in z’n fantasie, ook op school, zodat hij meermaals de ‘instructies’ mist door alle ‘gedachten in zijn hoofd’. Deels impliciet karakteriseert Sassen haar Boaz als een gevoelig en integer kind, een echt jongetje ook, voor wie het leven niet altijd vanzelfsprekend is. 
 
De keuze voor een personele verteller is echter niet volledig doeltreffend; vooral aan het begin van de roman blijkt de vertelinstantie Sassen in de weg te zitten. Sassen zit haar protagonist weliswaar dicht op de huid, probeert zijn gedachten en gevoelens van binnen uit te schrijven, maar de vertelinstantie creëert ook afstand tot de lezer. Gezien de bijna exclusieve focus op Boaz was een ik-verteller een logischere keuze geweest.
 
Bovendien doet de auteur wel erg haar best om Boaz enerzijds als een wat tobberig jongetje te typeren, genre Martha Heesen, maar hem anderzijds de onbevangenheid en het speelse karakter van Anna Woltz’ karakters te verlenen. Dat zou tot een levensecht, behoorlijk complex karakter kunnen leiden, maar de psychologische diepgang uit Sassens adolescentenromans, zoals Kom niet dichterbij (2014) en Er is geen vorm waarin ik pas (2017) ontbreekt grotendeels.
 
Boaz’ fascinatie voor de indianen wordt nog versterkt door de komst van Aïsha, een nieuwe leerling met indianenbloed. Althans volgens Boaz, die in haar zijn soulmate herkent; voor de lezer is het echter meteen duidelijk dat Aïsha een andere afkomst heeft. Een gegeven dat Sassen nergens problematiseert; ze laat haar protagonist volledig in z’n zelf geconstrueerde fantasiewereld ageren. Ondanks het feit dat Aïsha nauwelijks het Nederlands machtig is, werken beide kinderen aan een Maya-werkstuk, overigens grotendeels in het boek opgenomen. Een thematiek die Sassen met subtiele humor verpakt. Zo heeft Boaz best begrip voor de op buffels jagende indianen, want ze hadden immers ‘nog geen vegetarische slager’.
 
In tegenstelling tot Boaz blijft Aïsha een wat schimmig personage op de achtergrond, waardoor de hechte vriendschap te weinig tot leven komt. Dat is een duidelijk gemis, aangezien Sassen belangrijke subthema’s aan deze vriendschap ophangt. Informatie over de dagelijkse realiteit van de indianen wordt in kleurrijke kaders in de marge behandeld. Sassen biedt expliciet informatieoverdracht, die enkel thematisch bij haar verhaal aansluit, zelden inhoudelijk. Die aanpak biedt de roman weinig meerwaarde en was beter achterwege gebleven. De rijkgeschakeerde en geraffineerde illustraties van Martijn van der Linden focussen daarentegen op de symboolwaarde van indiaanse voorwerpen en figuren. Het zijn fascinerende prenten, die zonder meer de sfeer van het verhaal mee bepalen en waarvan een sterke zeggingskracht uitgaat.
 
Net wanneer Boaz z’n imaginaire wereld grotendeels voor de dagelijkse realiteit inruilt, lijkt aan de vriendschap alweer een abrupt einde te komen. Boaz’ ambitieuze vader vindt dat z’n intelligente zoon zich op school verveelt en dus best een klas overslaat. Voor de emotionele component van die op prestatie gerichte actie heeft hij nauwelijks aandacht. Boaz, die voor het eerst de kracht van ware vriendschap ontdekt, is minder enthousiast.
 
Sassen bedient zich van overtuigende vergelijkingen en beelden uit de leefwereld van indianen om Boaz’ gemoedstoestand te beschrijven: 
 
‘Boaz was nog nooit zo laaiend, loeiend, woest geweest. Hij leek wel een gewonde bizon met een indianenspeer in zijn rug en stoomwolken uit zijn neusgaten.’ 
 
Een persoonlijke protestactie volgt, die niet toevallig enkel door Boaz’ grootmoeder serieus wordt genomen. Zoals wel vaker in kinder- en jeugdliteratuur kan de generatie van de grootouders de heikele situatie vanop afstand beoordelen om zo tot begrip te komen. Onder invloed van de vriendschap en met de steun van z’n oma leert Boaz voor zichzelf opkomen.
 
Dat levert niet meteen inspirerende passages op; de ontwikkeling van de jeugdige personages staat centraal, terwijl de uiteindelijke confrontatie met z’n vader in nauwelijks één gesprek wordt afgehandeld. Natuurlijk ‘ontdekt’ Boaz dat Aïsha geen indiaans bloed heeft, maar een Syrische vluchtelinge is. Een schok is het alleszins niet, want eigenlijk heeft Boaz dit altijd wel geweten. Voor Sassen een uitgelezen kans om de vluchtelingenproblematiek in de verhaallijn te integreren. Het siert de auteur dat ze nergens wil preken of moraliseren; de racistische daad van enkele onwetende dorpsbewoners wordt in een enkele dialoog tussen Boaz en z’n grootmoeder gekaderd.
 
Naast behoorlijk gelaagde, psychologische adolescentenromans schreef Erna Sassen eerder al enkele kinderboeken, zoals Snoep je wel genoeg? (2009) en Breek je nek voorzichtig (2010). Het bleven veelal ééndimensionale verhalen, waarin de nadruk meer op actie en spanning lag. In Een indiaan als jij en ik toont Sassen zich ambitieuzer en evolueert ze zowel inhoudelijk als stilistisch in de richting van haar young adult-romans. 
 
Dat levert nog geen volledig geslaagd verhaal op; de vertelinstantie staat een degelijke psychologische ontwikkeling wel eens in de weg en Sassen volgt nog te sterk de voor kinderboeken vaak noodzakelijk geachte afwikkeling naar een happy end. Tegelijkertijd onthoud ik ook de subtiele humor, het intense portret van een ongewone vriendschap en de omzichtige, impliciete benadering van potentieel problematische situaties. Het maakt alvast benieuwd naar de verdere evolutie van deze beloftevolle auteur.
 
Erna Sassen, Martijn van der Linden: Een indiaan als jij en ik, Leopold, Amsterdam 2018, 123 p. : ill. ISBN 9789025873950. Distributie Standaard Uitgeverij 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2018

Blinde drift

Belinda Bauer

De rover

Robert Walser

Heel de tijd

Leo Pleysier

Onder een koperen hemel

Stefan Hertmans

Zeiseman

Martha Heesen

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2018

De invloed van Gregie De Maeyer (1951-1998) op de (Vlaamse) jeugdliteratuur

‘Het wezen van de dingen vervaagt naarmate het zichtbaar wordt’

De slaapster en de spintol

Neil Gaiman, Chris Riddell (ill.)

Op zoek naar Stella

Gerda Dendooven

Rivieren

Peter Goes

Tegenwoordig heet iedereen Sorry

Bart Moeyaert

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri