Vanaf negen jaar

Colin Meloy, Carson Ellis (ill.): Wildwoud

door Kirstin Vanlierde

Over woudtover, coyotes en bandieten
 
Colin Meloy en Carson Ellis zijn een kunstenaarskoppel. Hun namen spreken misschien niet meteen tot de verbeelding. Tot je zanger van The Decemberists en illustrator van Lemony Snickets The composer is dead zegt. In de reeks ‘Wildwood’ bundelen ze hun krachten als schrijver en illustrator. Het eerste deel, Wildwoud, heeft alle ingrediënten om het tot een kinderboekenhit te schoppen. Of het ook een klassieker wordt, valt nog af te wachten. Een balans.
 
De wildernis in
Prue McKeel is twaalf en woont met haar ouders en haar broertje Mac in St. Johns, in Portland. Aan de grens van de stad begint de Onbegaanbare Wildernis. Je kunt er niet in, en als je er toch in sukkelt, kom je er nooit meer uit. Prue heeft geleerd de plaats te mijden en er niet naar te vragen. Daar komt verandering in als haar broertje wordt meegenomen door een zwerm kraaien. Ze verduisteren de hemel als een storm en tillen hem letterlijk uit zijn fietskarretje. Ze nemen hem mee naar de Onbegaanbare Wildernis, en Prue gaat er achteraan. Ze krijgt gezelschap van Curtis, een schoolvriend die gemeden wordt omdat hij is blijven steken in een wat kinderlijke superheldenfase. Samen trekken ze het woud in, maar ze worden algauw van elkaar gescheiden door een bende coyotes. Vanaf dat moment volgt de lezer het verhaal op twee sporen.
 
Prue komt terecht in Zuidwoud, waar ze de minister om hulp smeekt. Ze stoot echter op een muur van administratief onbegrip en wanbestuur, en al snel blijkt haar leven in gevaar. Ze wordt geholpen door de koning van het Vogelrijk, Uil Rex, die niet veel later zelf gevangengenomen wordt. Hij raadt haar aan naar de Wijzen van het Noordwoud te gaan en daar om hulp te vragen. Curtis van zijn kant wordt meegenomen door de coyotes en komt terecht bij Alexandra, de douarière-regentes. Zij is verdreven van haar macht in Zuidwoud en heeft in Wildwoud een leger rond zich verzameld. Curtis valt als een blok voor haar, wordt soldaat in haar coyoteleger en vecht samen met hen tegen de bandieten van Wildwoud. Hij laat zich een hele tijd inpalmen, tot hij erachter komt dat Alexandra degene is die Mac heeft laten ontvoeren. Ze is gedreven door wraak en wil de baby offeren aan de klimop, die tot leven zal komen en het hele woud zal opslokken. Curtis wordt door haar gevangengezet, en leert zo een paar van de bandieten kennen. Ze weten samen te ontsnappen, en Curtis wordt uiteindelijk zelf bandiet door trouw te zweren aan Brendan, de bandietenkoning. Als hij en Prue elkaar weer tegenkomen, heeft Prue de Wijzen en de bevolking van Noordwoud zover gekregen dat ze mee komen vechten, in een poging de douarière-regentes tegen te houden bij de uitvoering van haar verschrikkelijke plan. Het lot van het hele Wildwoud zal worden beslecht in een gevecht tussen de verschillende legers...
 
Inspiratie van overal
Wildwoud positioneert zich duidelijk in een traditie van fantastische kinderboeken. De vaste elementen zijn aanwezig: de overgang naar een andere wereld, de uitzonderlijke positie die het hoofdpersonage daar als buitenstaander bekleedt, een beslissende strijd die uitgevochten moet worden en waarbij verschillende partijen betrokken zijn. Meloy hanteert een erg uitgesproken vorm van fantasie en precies daarom werkt die voor veel lezers. Echo’s van C.S. Lewis’ ‘De kronieken van Narnia’ zijn bij momenten heel duidelijk, bijvoorbeeld door de vermenging van het dierlijke en het menselijke in personages. Ook de figuur van Alexandra, de douarière-regentes, en de manier waarop ze de naïeve Curtis inpakt, zijn bijzonder herkenbaar. Er is eveneens een keurige scheiding tussen de werkelijke wereld en de magische, al is de grens minder hermetisch dan die van Narnia, en wordt die door Prue in de loop van het verhaal niet één, maar twee keer in beide richtingen overgestoken.
 
Meloy heeft niet alleen Lewis goed gelezen. Hij speelt wel vaker met de herkenbaarheid van elementen of figuren en haalt zijn inspiratie van overal. Of dit een bewuste keuze is dan wel een gebrek aan oorspronkelijkheid, is niet altijd duidelijk. Waar een schrijver als J.K. Rowling erin slaagt om ongegeneerd motieven te ‘lenen’ uit andere boeken en het geheel toch op een hoger plan te tillen door de krachtige en originele manier waarop alle elementen met elkaar verweven zijn, zit de meerwaarde van de aanpak hier vooral in de kleurrijke hutspot die het boek daardoor wordt. De coyotes en hun aanvoerster, de douarière-regentes, zijn een kruising van de personages uit de Napoleontische tijd en de Amerikaanse burgeroorlog. Hun uniformen, hun kanonnen en de Franse titel van Alexandra dragen hier sterk toe bij. Het bestuur van het Zuidwoud, met zijn ontoegankelijke administratieve wildgroei aan aanvraagformulieren en apparatsjiks, is dan weer een vette knipoog naar het Pruisische rijk en de hedendaagse bureaucratie. De bandieten van het Wildwoud zijn wat bandieten in veel avonturenboeken zijn: een zootje ongeregeld dat in de bossen woont, op het eigen overleven is gericht, maar toch een nobele inborst heeft, getuige hun Robin-Hoodachtige overvallerspraktijken. Het Noordwoud is dan weer een agrarische gemeenschap die herinneringen oproept aan vreedzame Hobbits, en de Wijzen met hun meditaties zijn universele personages. Sommige elementen daarentegen zijn heel hedendaags: Prues fiets die als motief geregeld opduikt, de politie van de verschillende rijken, de winkels en postkantoren, de bibliotheek enzovoort. Alleen sporen van digitale technologie ontbreken integraal. Echte diepgang in dit alles blijft echter uit, en soms is het bonte effect ook wel wat vermoeiend.
 
Violen en het tromgeroffel
Het verhaal heeft een stevig tempo en het is onderhoudend geschreven, maar Wildwoud heeft ook wel een paar zwakkere kanten. Nu en dan leest een element als een onwaarschijnlijk anachronisme. Dat de douarière-regentes als een soort toverheks gezorgd blijkt te hebben voor de zwangerschap van Prues ouders en in zuivere sprookjesstijl daarvoor hun tweede kind opeist als offer, is er te veel aan. Ook qua personages laat Meloy wel eens een steek vallen. De houding van Prues ouders is erg inconsequent. Voor een koppel dat heeft gehunkerd naar kinderen, maken ze een heel passieve en weinig betrokken indruk. Ze laten de zorg voor kleine Mac bijna uitsluitend over aan de twaalfjarige Prue en lijken ondanks al hun verdriet niet veel moeite te hebben om zich neer te leggen bij het scenario waarin ze alleen hun dochter overhouden. De talloze menselijke en dierlijke personages die Prue en Curtis tegenkomen in de loop van hun avonturen zijn ook niet altijd even goed uitgewerkt. Vaak hebben ze weinig andere functie dan het verhaal op een bepaald moment voort te stuwen of een hoofdpersonage van de ene plaats naar de andere te krijgen. En dat is jammer, want een verhaal dat echt wil blijven hangen, moet het hebben van onvergetelijke figuren.
 
Een ander zwakker element is de Onbegaanbare Wildernis zelf. Enerzijds wordt die voorgesteld als heel uitgestrekt en groot genoeg om vier verschillende rijken te herbergen, anderzijds zijn de meeste afstanden te overbruggen in minder dan twee dagen.
 
Tot slot kan het Amerikaanse gehalte van het boek wel eens ergerlijk worden voor sommige lezers. Eerst en vooral lijkt elk avonturenverhaal met epische allures in Hollywoodstijl te moeten eindigen in een gigantische veldslag, waarbij de aanvoerder van het kleine leger aan de ‘goede’ kant een sentimentele toespraak houdt – we blijven vechten, we geven niet op, we gaan de dood tegemoet… Je hoort zo de violen en het tromgeroffel dat erbij hoort. De veldslag zelf is ook uitgewerkt zoals in films uit dat genre: erg uitgesponnen, met veel detail en focus op de strijd, de gewonden en de spannende momenten.
 
Daarnaast is het boek in zijn geheel nogal brááf, een beetje zoals ook de illustraties dat zijn. Het is allemaal erg leuk en mooi en secuur bedacht en geschreven (of getekend), maar het blijft te allen tijde netjes en keurig, goed verteerbaar en zelfs luchtig, ook op de meest grimmige momenten.
 
Dit zijn zaken waar de meeste tienjarigen overheen zullen lezen, en die vast vooral een volwassen lezer storen. Anderzijds is dat een reden waarom Wildwoud waarschijnlijk wel een graag gelezen kinderboek zal zijn, maar geen (leef)tijdloze literatuur genoemd kan worden. De beste kinder- en jeugdboeken overtuigen immers ook volwassenen door hun intrinsieke kwaliteit. Voorbeelden hiervan zijn de boeken van Astrid Lindgren, Paul Biegel of Jan Terlouw, en recent de Harry Potters. En dat universele niveau haalt Wildwoud niet.
 
Het einde van de veldslag en de terugkeer van de rust in Wildwoud betekent beslist niet het einde van dit verhaal. Prue gaat terug naar haar ouders, Curtis blijft bij de bandieten. Dat de douarière-regentes niet echt verslagen is, is nu al overduidelijk. De deur naar het tweede deel staat wagenwijd open. Het is dus uitkijken naar het vervolg.
 
Colin Meloy, Carson Ellis (ill.): Wildwoud, Cargo Amsterdam, 2012, 502 p., ill. ISBN 9789023474678. Vert. van: Wildwood door Annelies Jorna

Oorspronkelijk verschenen in De Leeswelp 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2019

De grote verkilling

Geert van Istendael

Kamers antikamers

Niña Weijers

Verlaten

Jane Harper

Verwondering

Aharon Appelfeld

Winterlaken

Micha Andriessen

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2019

Adres onbekend

Susin Nielsen

Mag je haaien aaien?

Katrijn De wit, Inge Rylant (ill.), Laura Bergans (design)

Niet te stoppen

Angie Thomas

Ploef

Espen Dekko, Mari Kanstad Johnsen (ill.)

Zo slapen dieren

Jiří Dvořák, Marie Štumpfová (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri