Vanaf negen jaar

Jef Aerts: Het kleine paradijs

door Jürgen Peeters

Ommuurd paradijs
 
9+ - Jef Aerts verdiende al ruimschoots zijn sporen als auteur van vier romans voor volwassenen (De Bezige Bij), dichter, toneelauteur (voor producties van ondere andere De Roovers, Toneelgroep Amsterdam en ZTHollandia) en muzikant-componist in verschillende bands. Het maakt meteen erg nieuwsgierig naar zijn jeugdliteraire debuut, dat volgens de achterflap ‘als een sprookje’ leest. De aanlokkelijke cover, met een bijzonder fraaie illustratie van Korneel Detailleur (zie omslagillustratie), vormt een eyecatcher van formaat en houdt beloftes in voor het eigenlijke verhaal.
 
Vanaf de allereerste bladzijde ontpopt Aerts zich als een gedreven verteller, en maakt hij het levensverhaal van zijn schrandere hoofdpersonage Lilita sterk aanschouwelijk. Lilita verhaalt hoe ze twaalf jaar lang opgroeide als een ‘geheim’, wat ze meteen linkt aan de ontstaansgeschiedenis van het fictieve plaatsje Barnstad. Het levert een rijke, gelaagde geschiedenis op, over Lilita’s vader die een levensboom plant, en een ‘klein paradijs’ ontwerpt voor zichzelf en zijn geliefde. Wanneer hij de vrijheidsdrang van zijn echtgenote echter genadeloos tracht in te perken, verlaat zij Barnstad gedesillusioneerd, en worden de stadspoorten voorgoed gesloten. Lilita’s moeder trekt zich terug in de natuur, waar Lilita het levenslicht ziet. De discrepantie tussen natuur en cultuur wordt haarfijn beschreven, en getuigt van een opvallend zuivere, poëtische expressie. In een sterk sensitieve stijl schept Aerts het Suikerbos als setting: ‘Ik kreeg melk en stroop van honingdauw, die moeder maakte van de nectar die bladluizen op de takken achterlieten. Ik groeide snel. Elke dag droeg moeder me naar een open plek in het bos. Ze maakte een mengsel van zwarte aarde en bloed, en smeerde mijn haren in. […] Maar mijn haar is niet zwart. Zelfs niet donkerbruin. Het heeft de gloed van eikenhout, het pigment van herfstbladeren, geroosterde hazelnootjes in de zon.’
 
Lilita identificeert zich met de oorspronkelijke bewoners, waardoor ze dierlijke eigenschappen vertoont; op haar hoofd groeit bijvoorbeeld een gewei waarin alle negatieve herinneringen gecondenseerd worden. Op haar twaalfde maakt ze op de rug van een sprekende reuzenschildpad de overtocht richting het kleine paradijs, op zoek naar haar vader. Hoewel Aerts behoorlijk wat fantastische elementen in zijn verhaal integreert, maakt hij zijn relaas perfect geloofwaardig, de sterke psychologische uitdieping draagt hier ongetwijfeld toe bij.
 
Tijdens haar tocht wordt Lilita geconfronteerd met mensonwaardige omstandigheden buiten de stadsmuren. Onder meer via aangrijpende passages over mensen op een vuilnisbelt houdt de auteur de lezer een spiegel voor, waarin de schaduwzijden van onze maatschappij impliciet bekritiseerd worden. Met de schildpad als gids bereikt Lilita uiteindelijk Barnstad; de confrontatie met deze besloten maatschappij en de keerzijden van het stadsleven (milieuproblematiek, individualisme) betekent een heuse cultuurshock, wat ook op het niveau van de taal weergegeven wordt: ‘In Barnstad werden al die stemmen bovendien nog eens weerkaatst door de torenhoge muur. Ieder gesproken, gefluisterd of geroepen woord werd tientallen keren heen en weer geëchood, tot het moe en uitgeput op de grond viel of zoek raakte in een rioolputje. Soms vingen mensen woorden en zinnen op die niet voor hen waren bedoeld. Ze bleven in hun haren kleven of wurmden zich onder een hoedje, op zoek naar een luisterend oor.’ Deze passages weten Lilita’s gevoel van ontheemding tot in de kleinste finesses voelbaar te maken. Aerts toont zich een bedreven auteur die een waaier aan uiteenlopende registers feilloos beheerst; van uitbundig, expressief proza tot ingetogen beschouwingen en levensechte dialogen. Het maakt Het kleine paradijs niet alleen interessant voor lezers vanaf een jaar of tien, maar ook voor jongeren én volwassenen.
 
In de zogenaamd paradijselijke enclave leert Lilita (ongewild) diverse facetten van haar vaders persoonlijkheid kennen. Hoewel lang niet alles haar bevalt, luistert ze wel vol overgave naar de flarden jeugdherinneringen van haar vader, die de levensboom haar toefluistert. Ook de eerste ontmoeting met Adem en Speer, de bijdehante zoontjes uit haar vaders tweede huwelijk, verloopt niet geheel van een leien dakje. Adem komt zelfs lijnrecht tegenover zijn broer Speer te staan, wat reminiscenties oproept aan de Bijbelse broedertwist tussen Kaïn en Abel. Vanaf de allereerste bladzijden doorspekt Aerts zijn relaas met oude verhalen, vol allusies en mythologische en Bijbelse verwijzingen, onder andere naar het ontstaan van de mensheid. De symbolische namen (Adem, Speer, Eva) versterken die indruk; de getallensymboliek verwijst dan weer naar volks- en cultuursprookjes. Het kleine paradijs laat zich dan ook als eigenzinnig, alternatief paradijsverhaal lezen, maar Aerts’ debuut enkelvoudig een ‘modern sprookje’ of ‘allegorie’ noemen, zou afbreuk doen aan dit bijzonder rijke verhaal, dat erg uiteenlopende thema’s aansnijdt. Zelfs de benadering van klassieke issues als verdraagzaamheid, de kunst van het afscheid nemen, heimwee en de verbeeldende kracht van dromen, levert origineel, verrassend proza op.
 
Tijdens een nachtelijke expeditie ontdekken Adem en Lilita nog meer barsten in de zogenaamd paradijselijke samenleving. Een ontsnappingspoging mislukt, maar brengt Lilita wel in het kantoor van haar vader. Een vader wiens onwrikbare geloof in zijn schepping voor het eerst stevig aan het wankelen wordt gebracht door het onverwachte contact met zijn dochter. Het optreden van Lilita’s inderhaast opgedoken moeder fnuikt echter de natuurlijke ontwikkeling van het verhaal en ook de verhaallijn rond de ontsnapte Adem komt op een zijspoor. Dat Lilita haar vaders zogenaamd paradijselijke omgeving kritisch in vraag stelt, en de beschermende barrière van de muur wil doorbreken, is nogal voorspelbaar en had een diepgaandere uitwerking verdiend. Aerts zorgt dan weer wel voor een filosofisch geladen einde met weerhaakjes, dat oprecht beklijft en aan het denken zet. 
 
Dit debuut voor jonge lezers doet me uitkijken naar Aerts’ volgende project, het prentenboek Groter dan een droom, met illustraties van de veel gelauwerde illustratrice Marit Törnqvist, dat begin 2013 bij Querido verschijnt. Een puntgaaf geheel is Het kleine paradijs weliswaar niet helemaal geworden, het lijkt alsof Aerts de verschillende verhaallijnen gaandeweg wat uit het oog verloor. Maar verder niets dan lof voor Het kleine paradijs, dat alles in zich heeft om een moderne klassieker te worden.
 
Jef Aerts: Het kleine paradijs, Querido Amsterdam, 2012, 166 p.ISBN 9789045113609. Distributie L&M Books
 
Oorspronkelijk verschenen in De Leeswelp 2012 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2020

De Ghanese diaspora in het werk van Yaa Gyasi

Ontworteling en identiteit

De opgang

Stefan Hertmans

Het hele leven

Bart Moeyaert, Peter Van den Ende (ill.)

Het huis met de kersenbloesem

Sun-mi Hwang

Het leven speelt met mij

David Grossman

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2020

De lijst van dingen die niet zullen veranderen

Rebecca Stead

Dier vrienden. Een boek vol beestige duo's

Coco & June

Het geheim van de tuin

Jan Paul Schutten, Joris Bijdendijk, Floor Rieder (ill.)

Over het werk van Joukje Akveld

Speels, scherpzinnig en met heldere inzichten

Stilte heeft een eigen stem

Ruta Sepetys

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri