Vanaf negen jaar

Ted van Lieshout: Hou van mij. Bijna alle gedichten en veel beelden 1984-2009

door Reine de Pelseneer

9+ - Ted van Lieshout geniet de laatste tijd ruime belangstelling. De 54-jarige schrijver-dichter-tekenaar mocht in september de Theo Thijssen-prijs op zijn naam schrijven, een driejaarlijkse oeuvreprijs voor kinder- en jeugdliteratuur. Een mooier moment voor die prijs kon haast niet, want exact 25 jaar geleden publiceerde Van Lieshout zijn eerste gedicht. Het betekende de start van een veelzijdige reeks boeken.
 
Het valt moeilijk in één adem te vatten wat Van Lieshout allemaal doet: dichten, proza en scenario's voor televisieprogramma's schrijven; tekenen, fotograferen en vormgeven; bloemlezen en bloggen... Bovenal houdt Van Lieshout ervan om totaalprojecten te creëren waarbij beeld en tekst een even prominente plaats opeisen. Ook al heeft Van Lieshout interessant proza geschreven, gedichten ? en de daarbij horende beelden ? vormen toch de hoofdmoot van zijn werk. Ter ere van Van Lieshouts 25 jaar dichterschap kwam Hou van mij uit, een bijzonder lijvig boek dat bijna alle gedichten bevat én het beeldend werk dat in de oorspronkelijke bundels verscheen. Een cadeau van 270 pagina's om langzaam te doorbladeren.
 
Van Lieshout, die afstudeerde aan de Rietveldacademie, startte zijn artistieke carrière in 1982, toen hij als illustrator begon voor de Blauw Geruite Kiel, de jeugdrubriek van 'Vrij Nederland'. Twee jaar later publiceerde hij daarin zijn eerste gedicht, met eigen illustraties. Dat bleek een opstap naar meer, want weer twee jaar later verscheen bij uitgeverij Leopold Van Lieshouts debuutbundel: Van verdriet kun je grappige hoedjes vouwen, een bundel die meteen bekroond werd met een Vlag & Wimpel. Ook al evolueerde Van Lieshouts werk vanaf dat debuut tot nu heel sterk, toch bevatte die eerste bundel al sporen die de dichter zou blijven volgen. Een reeks gedichten over de dood van Van Lieshouts vader en broer eist in Van verdriet kun je grappige hoedjes vouwen vooral de aandacht van de lezer op. Van Lieshout vat de dood op een zeer persoonlijke, maar toch universele wijze in taal en kijkt daarbij steevast door de ogen van het kind dat hij was. Dat levert regels op die haast alleen door een kind gedacht kunnen worden en net daardoor raken:
 
‘Wat was ik trots toen papa stierf.
Ik wou meteen naar school, aan iedereen
vertellen dat ik lekker geen vader
meer had ? ik wilde anders zijn.’
 
Minstens even beklijvend zijn de gedichten waaruit blijkt dat de zoon zijn vader voorbijgroeit:  
 
‘Ik heb nog vaders pet, alleen,
hij past me niet. Hij is te klein.
Hoe kan het hoofd van een zoon
groter dan dat van een vader zijn?’
 
Ook al spreekt uit de gedichten in Van verdriet kun je grappige hoedjes vouwen veel verdriet, ze worden nooit larmoyant. Van Lieshout geeft zijn teksten vaak een tragikomisch kantje, waardoor ze verteerbaar blijven.
 
Bundel na bundel blijven deze gebeurtenissen, waarmee de schrijver op jonge leeftijd werd geconfronteerd, een grote impact hebben. In een van de recentere bundels, Mama! Waar heb jij het geluk gelaten (2005), duikt het thema van de gestorven vader nog steeds op. Van Lieshout maakt daarin duidelijk dat de vader altijd in stilte aanwezig zal blijven:
  
‘We praten vrolijk over vriendjes en vriendinnen;
ook zonder vader gaat het leven verder, hoor.
Maar als een stilte valt, dan denken wij in koor
aan hem
en eten ondertussen rustig door.’
 
Een thema dat minstens zo prominent aanwezig is in Van Lieshouts oeuvre als dat van de ontbrekende vader ? en dat er haast onlosmakelijk mee verbonden lijkt ? is dat van de complexe verhouding met de moeder. Tientallen gedichten wijdde Van Lieshout aan (zijn) moeder(s). Soms zijn die teder en liefhebbend, maar vaak getuigen ze eerder van een soort haat-liefdeverhouding. Kinderen zijn het allicht niet gewend om een negatief moederbeeld tegen te komen in boeken, maar in Van Lieshouts gedichten zijn relaties ? net als in het echte leven ? niet zwart-wit.
 
Nóg complexer en nóg minder evident voor tieners is de relatie die Van Lieshout beschrijft in Zeer kleine liefde (1999), een bundel die gebaseerd is op een pedofiele ervaring uit Van Lieshouts jeugd. Op een zeer genuanceerde manier schetst de dichter de relatie die hij als 12-jarige jongen had met een oudere man. Meer dan woede en verdriet, spreekt uit deze gedichten het verlangen naar aandacht en liefde dat de jonge Van Lieshout voelde.
 
Zeer kleine liefde
is een zeer persoonlijke bundel, eens te meer omdat hij ook brieven bevat die Van Lieshout en de man 25 jaar na wat er tussen hen gebeurde, uitwisselden. Het gaat weliswaar niet om de echte brieven - want dat zou schending van het briefgeheim zijn - maar toch laat Van Lieshout de lezer schaamteloos binnen in zijn privéleven. De grens met voyeurisme (en exhibitionisme) wordt vaag... Maar ondanks enkele wellicht te particuliere gedichten, bevat deze bundel mooie regels die het autobiografische overstijgen en de lezer confronteren met zijn eigen verlangen. Deze bundel nodigt jongeren en volwassenen hoe dan ook uit om na te denken over liefde en hoe ver die kan gaan. Opvallend zijn de beelden bij de gedichten: zwart-witfoto's die de 12-jarige Van Lieshout nam toen hij met "zijn meneer" een uitstap naar Dordrecht maakte. Er is geen mens op de foto's te zien. Daardoor stralen ze een verlatenheid uit die mooi met de teksten correleert.
 
Pedofilie is beslist niet het enige taboethema dat Van Lieshout in zijn poëzie belicht. Prostitutie, travestie, homoseksualiteit. De dichter haalt deze onderwerpen onomwonden binnen in zijn gedichten. Ook (ontluikende) seksualiteit komt heel uitgesproken aan bod, zoals in 'Nacht', een gedicht uit Multiple Noise (1992):  
 
‘Het gevoel is verder schalks en schaamteloos,
maar toch gaan eerst lakens en dekens erover
en het donker. [...] En in het diepste geheim, maar blij
 
om wat het betekent (dat ik voortaan kinderen kan krijgen),
ben ik de enige in de wereld die zijn eerste natte droom
is voor geweest, al schrok ik toch - maar ik heb erop geoefend.’
 
Fijn dat Van Lieshout in én met zijn poëzie zoveel bespreekbaar maakt.
 
Al het voorgaande geeft wellicht de indruk dat Ted van Lieshout in de eerste plaats een ernstig dichter is. Zijn eerste bundels zijn inderdaad niet bijzonder licht van toon, al is er steeds ruimte voor relativering. Maar gaandeweg wordt de poëzie van Van Lieshout speelser en luchtiger. Daar waar zijn vroege gedichten vooral opvallen door de verdichte taal, maken latere teksten meer gebruik van rijm en een aanstekelijk ritme. Sommige gedichten lijken zelfs de structuur van een liedje te hebben. De humor zal ook jongere kinderen aanspreken. In Een lichtblauw kleurpotlood (1997) staat bv. een leutig Sinterklaas-gedicht dat begint met deze regels:  
 
'Hè nee,' zei Sinterklaas, 'ik zie hier staan in een notitie
dat ik alwéér naar Holland moet, 't is ieder jaar weer raak.
Ik wil eens ergens anders heen, al is mijn komst traditie;
als ik dat land nog één keer zie, dan denk ik dat ik braak! [...]'
 
Van Lieshout experimenteert lustig met genres. In diezelfde bundel last hij bv. ook conversaties in tussen een moeder en een zoon, die commentaar geven bij de gedichten. In een van de recentste bundels, Twee ons liefde (2008), die de consumptiemaatschappij op de korrel neemt, verwerkt de dichter dan weer gebruiksaanwijzingen en boodschappenlijstjes. Taalspelletjes kwamen al eerder aan bod. In Papieren museum (2002) vind je bv. een gedicht dat bestaat uit louter woorden met de "w" als beginletter. Ted van Lieshout onderzoekt alle uitdrukkingsmogelijkheden en daarbij is niets ooit helemaal wat het lijkt. Want in de ernst gaat humor schuil, en in de luchtigheid ontdek je weleens tristesse. Wat ook de toon van de gedichten is, Van Lieshout schrijft steevast met een zekere nuchterheid. Sommige gedichten zijn heel wijdlopig, andere bijzonder beknopt, maar hoe dan ook geldt: geen franjes en bombast, geen verheven romantiek of sentiment.
 
Wie een bundel van Ted van Lieshout leest, kan niet voorbij aan zijn beeldend werk. Net zoals de tekst een evolutie vertoont van ernstig naar speelser, merk je in de illustraties een evolutie van ingetogen eenheid naar uitbundige diversiteit. Oorspronkelijk maakte Van Lieshout vnl. nogal hoekige pentekeningen. In zijn derde bundel, Och, ik elleboog me er wel doorheen (1988), werden de tekeningen 'gewassen', waardoor ze een zachter karakter kregen. Een ommekeer kwam er toen Van Lieshout met Mijn botjes zijn bekleed met deftig vel (1990) zijn eerste "poëzieprentenboek" maakte, in kleur, véél kleur. Bij elke gedicht creëert Van Lieshout een compleet nieuw beeld, en daarvoor hanteert hij telkens een andere techniek. Achterin Hou van mij schrijft de dichter-tekenaar:  
 
"Ik wilde de volledige controle hebben over het uiteindelijke 'object' dat een boek in essentie is; het moest een kunstobject worden, dat zo persoonlijk is, dat het door niemand anders gemaakt kon zijn dan door mij. Niet door harmonie en eenheid te bewerkstelligen [...], maar door zélf de lijm te zijn in een boek dat zonder mij als het ware uit elkaar zou spatten door chaos en disharmonie. [...] Ik wilde in mijn eentje tot een bloemleesachtige verzameling komen, zodat ik buiten de grenzen kon treden van wat ik bij veel bundels van andere dichters vaak beperkend vind: een zekere eenzijdigheid."  
 
Wat mij betreft, gaat Van Lieshout hier enigszins kort door de bocht, alsof eenheid haast automatisch tot eenzijdigheid leidt. Dat dat niet hoeft, bewijst hij trouwens zelf, met o.a. de bundel Begin een torentje van niks (1994), die wel een grote beeldende eenheid toont. Langs de andere kant heeft Van Lieshout helemaal gelijk wat die "lijm" betreft: ook al is zijn werk héél verscheiden, alles is onmiskenbaar Ted van Lieshout.
 
Het is mooi hoe Van Lieshout kinderen wil laten kijken en ontdekken, want net als de gedichten bevatten de beelden meer dan je op het eerste ogenblik vat. Met Papieren museum wilde de dichter een boek creëren dat als het ware een klein museum tot in de woonkamer van zijn lezers bracht. De opzet van die bundel wordt heel mooi verwoord in het eerste gedicht:  
 
"Nu denk ik bij het woordje kunst aan thuis en aan verhalen,
die opgesloten liggen in een dichtgeslagen boek.
Ik kan er met mijn vingers en mijn ogen in verdwalen
en vind er soms een streling in als ik een streling zoek."
 
Hoe belangrijk beeld is voor Van Lieshout spreekt heel duidelijk uit de laatste, niet eerder gepubliceerde, bundel: Sonnetten. Het woord is helemaal verdwenen uit deze gedichten, waarin o.a. dobbelstenen, kurken, pillen, kleurpotloden, handen, rozen en origamifiguurtjes kwatrijnen en terzetten vormen én verschillende rijmpatronen vertonen. Verrassend hoe herkenbaar het sonnet blijft...
 
Hou van mij
is een rijkelijk en prachtig uitgegeven boek, maar soms is het me een tikje te druk. De eerste bundels zijn een beetje op de pagina's geperst; acht gedichten op één spread is wat te veel van het goede. Verderop dringen uitbundige beelden de tekst wel eens naar de achtergrond. Wat mij betreft, had Van Lieshout best wat meer rustpunten mogen inlassen. Soms is de witruimte wel heel beperkt, terwijl behoorlijk wat gedichten dat wit goed zouden kunnen gebruiken om de lezer op adem te laten komen. Poëzie is immers ook wat er níét staat.
 
De poëzie van Van Lieshout is geen evidente lectuur voor kinderen. Het vraagt dan ook een inspanning om je weg te zoeken in dit boek. Maar leesgrage jongeren die het geduld hebben om te lezen en te herlezen, om te kijken en te herbekijken, zullen beslist mooie ontdekkingen doen in Hou van mij. De thematiek en de stijl van de meeste gedichten zullen allicht vooral wat oudere tieners aanspreken. Deze poëzie vormt een fijne brug tussen kinderpoëzie en gedichten voor volwassenen, al zullen ook heel wat volwassenen van Van Lieshouts poëzie en beeldend werk genieten. Hou van mij is een hebbeding voor de fans van Ted van Lieshout, en voor wie zijn werk nog niet kent de uitgelezen kans om het te ontdekken.
 
Ted van Lieshout: Hou van mij. Bijna alle gedichten en veel beelden 1984-2009, Leopold, Amsterdam 2010, 269 p. : ill. ISBN 9789025855215. Distributie Standaard Uitgeverij

Oorspronkelijk verschenen in De Leeswelp 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2020

De lus

Martha Heesen

In galop het duister in

Baltasar Porcel

Jaag je ploeg over de botten van de doden

Olga Tokarczuk

Melancholie II

Jon Fosse

Verdwijnpunt

Wytske Versteeg

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2020

De fantastische vliegwedstrijd

Tjibbe Veldkamp, Sebastiaan Van Doninck (ill.)

De verhuisdieren

Pieter van den Heuvel

Doe die deur dicht

Koen Van Biesen

Dokter Vos

Daan Remmerts de Vries

Waar mijn vrienden wonen

Cláudio Thebas, Violeta Lópiz (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri