Peuters en kleuters

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2019

Linde Faas: De jongen en de walvis

door Henk van Viegen

4+ - Er is al een De jongen en de walvis, uit 1985, van Katherine Scholes. Ook in dat boek, vertaald in 1989, met illustraties van Philip Hopman, heet de hoofdpersoon Sam. Alleen spoelt de walvis in dat verhaal aan op het strand. In het boek van Linde Faas gaan we juist de andere kant op, en verlaat Sam zijn thuisplek om zich te voegen bij zijn nieuwe vriend.  
 
Sam is tamelijk alleen, maar daar heeft hij eigenlijk geen probleem mee. Hij gaat in zijn bootje lekker de zee op, leest eens een boek of valt in slaap terwijl de hengel uitstaat. Op een dag wordt hij meegenomen in een storm, het bootje vergaat en Sam eindigt op de neus van een vriendelijke walvis. Ineens heeft hij een vriend, met wie hij kan spelen en zich kan verwonderen over wat er allemaal te zien is. Maar ook een vriend die hij vreselijk gaat missen als hij weer thuis is. Hij komt tot het inzicht dat thuis daar is waar zijn vriend is.
 
Het is een fraaie geste van Lemniscaat om Faas al een jaar na haar eerste zelfstandige werkstuk, Ik neem je mee, een tweede eigen prentenboek te laten maken, wederom in extra groot formaat (24 x 31). Sam heeft uiterlijk veel weg van de jongen uit het vorige boek, alleen zitten zijn zwarte krullen nu de hele tijd onder een muts. Het verhaal gaat opnieuw over de grote kracht van vriendschap, maar is hier wat minder gelaagd, minder duister, en wat explicieter dan in Ik neem je mee.
 
Faas heeft weinig woorden (de laatste twee kunnen zelfs ook nog gemist worden) nodig om haar verhaal te vertellen, het vorige boek deed het helemaal zonder. Per pagina een woord of een zinnetje, een paar keer rijmend op het volgende. De illustraties doen vooral het werk. Het zal niet verbazen dat er een hoop blauw aan te pas komt en er hangt natuurlijk veel zwart in de lucht als het stormt. Voor de feestelijke pagina’s (en voor de zonsondergang), waar Sam en de walvis aan het spelen zijn, gebruikt ze paars(roze). Erg mooi brengt Faas het thuiseiland (echt en in spiegeling) van Sam in beeld. Er staat een vuurtoren op, maar verder zou het zomaar een walvis kunnen zijn.  
 
De beelden bij de scènes waarin de walvis een spuitfontein produceert, doen denken aan de uitbundige illustraties in de twee non-fictieboeken die ze met Jesse Goossens maakte: Colafonteinen en spetterende verfbommen (2015) en Spuitende Slagaders + Overstromende Oceanen (2017). Maar verder dus heel veel blauw, in allerlei tinten, meteen te zien op het omslag. Op het, verder lege, schutblad voorin is er te midden van het blauw een strookje zachtpaars van de einder, op het schutblad achterin zien we Sam en zijn vriend daarheen uit beeld verdwijnen. De walvis lijkt naar ons te zwaaien met zijn staartvin, waar volgens de onderzoekers een flink deel van de individualiteit van het beest te vinden is. Faas zegt voorin het boek dat ze voor dit verhaal geïnspireerd werd door het werk van haar man, marien bioloog, met als onderzoeksterrein wal- en vinvissen, werkzaam in het noorden van Noorwegen Volgens hem is de staartvin  te vergelijken met de vingerafdruk van de mens. Hij was adviseur bij de vertaling van Lemniscaats non-fictieboek De blauwe vinvis (2015), waarmee overigens een deel van zijn onderzoek bekostigd werd.
 
Net als in Ik neem je mee kun je in De jongen en de walvis genieten van de lijn van het positieve verhaal én van de illustraties in gemengde techniek, waarvan je er zo een stelletje in kunt lijsten. Meestal beslaan ze een dubbele pagina, op twee plekken kiest Faas voor een reeksje in drieën, het eerste dynamisch, en door het zeeoppervlak verbonden (Sam in de storm). In de tweede zie je in etappes aan Sams lichaamstaal dat zijn oude leventje niet meer voldoet. De kleuren zijn daar hard, bijna ijzig. Een van mijn favorieten is de prent waar Sam bijna terug is bij de walvis. Je ziet diens contouren als een onderzeeër onder Sams bootje. Een goede tweede is die van Sam op het strand. Hij heeft een walvis in het zand getekend, en ligt in diens lijf.
 
Ik ben benieuwd hoe snel de uitgever met de Engelse editie van dit ongetwijfeld internationaal geproduceerde boek op de markt komt. Kiest hij voor de titel ‘The Boy and the Whale’, dan zijn er binnen een paar jaar drie boeken met deze titel op de markt (Faas, Mordicai Gerstein (2017) en Michael Moniz (2013), dat qua verhaal wel wat overeenkomsten heeft met Faas). Steeds een Boy, waar blijft The Girl?
 
Linde Faas: De jongen en de walvis, Lemniscaat, Rotterdam 2019, 40 p. : ill. ISBN 978904771107. Distributie De Eenhoorn 

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri