Adolescenten

JEUGDBOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2019

Cornelia Funke, Guillermo del Toro, Allen Williams (ill.): Pans Labyrint. Het labyrint van de Faun

door Henk van Viegen

14+ - In 1944 is Ofelia met haar zwangere moeder Carmen Cardoso op weg naar een molen met bijgebouwen waar haar stiefvader, capitán Vidal, gestationeerd is. Hij vecht met het leger van Franco tegen het republikeinse verzet dat daar in het oeroude bos de strijd nog niet opgegeven heeft. Vidal is een snoeiharde leider tegen wie Ofelia vader moet gaan zeggen, maar dat is ze niet van plan. De man blijkt niet veel belangstelling te hebben voor zijn vrouw en ‘dochter’, het gaat hem om de nieuwe zoon die binnenkort geboren zal worden.  
 
Bijna meteen ontdekt Ofelia, die mede omdat zij een verwoede lezer is, heel ontvankelijk is voor sprookjes en andere oeroude verhalen, een fraai donker bos, en daarin zelfs een labyrint. Ze wordt gadegeslagen en achtervolgd door een feeachtig wezentje, dat boodschapper is van de andere wereld, waarin Ofelia dezelfde is als de lang geleden verdwenen prinses Moanna. Er wordt naar haar uitgekeken. Het wezentje haalt de hoffaun erbij, die Ofelia drie opdrachten geeft, te vinden in het boek dat hij haar geeft. Na die opdrachten zal ze het waard zijn terug te keren naar haar rijk, iets waar ze in het geheel niet tegen is. Alleen dat nieuwe broertje zou haar wellicht nog in de gewone wereld kunnen houden. Intussen sluit ze vriendschap met het hoofd van de huishouding, Mercedes. Deze Mercedes heeft een broer bij de opstandelingen, die ze, samen met de zachtaardige dokter, in het diepste geheim steunt.
 
Het verhaal is dus, hoe stevig geworteld ook in de werkelijkheid van het Spanje van toen, óók een sprookje, waarin goed en kwaad recht tegenover elkaar staan. Het begint ook met ‘Er was eens…’. De schurk, de verpersoonlijking van het kwaad, zal roemloos sterven.
 
De Mexicaanse filmregisseur Guillermo del Toro wilde dat er een boek gemaakt zou worden gebaseerd op zijn film El laberinto del fauno uit 2006. Dat hij bij Cornelia Funke terecht zou komen, was vervolgens niet zo vreemd. Zij had immers al een paar boeken geschreven (zoals De dievenbende van Scipio, Hart van inkt en het vervolg Web van inkt) waar twee werelden naast/onder elkaar blijken te bestaan, en waar bepaalde begenadigde personages tussen kunnen reizen. Maar hij wist natuurlijk ook dat ze meer zou doen dan het verhaal een beetje fraai navertellen.
 
In de 39 genummerde hoofdstukken vertelt Funke het verhaal van de film vrij getrouw na. De fundamentele aanvulling vormen de twaalf (inclusief proloog en epiloog) tussenvertellingen, met titels als ‘Het Labyrint’, ‘De horlogemaker’, ‘De boekbinder’, ‘De kleermaker die het met de dood op een akkoordje gooide’. Het zijn allemaal verhalen die iets te maken hebben met het rijk van de prinses, met het bos en vooral ook met de molen en de vijver daar vlakbij. Ze zorgen eigenlijk voor een toelichting bij de vragen die je zou kunnen hebben als je de film gezien hebt, bijvoorbeeld: is Ofelia een onverbeterlijke fantast door al dat lezen of doet zij niets anders dan de wens van haar onderdanen uit de voor háar echte wereld te vervullen, namelijk haar terugkeer? En hoe ontstond het labyrint? Als je dat leuk vindt, kun je allerlei handig aangebrachte verbindingen vinden tussen de twee werelden: de naam van de onvermijdelijke heks, de vloek van de molen, het horloge, de kleermaker (Ofelia’s overleden vader was kleermaker), het volkomen boek met de interessantste band die de boekbinder ooit gemaakt heeft. Voor de liefhebber: de vader van de veellezer Meggie uit Hart van inkt is een uitstekend boekbinder, die bovendien personages uit het boek naar de ‘gewone’ wereld kan halen. Ach, lezen is, volgens Funke, toch ook vooral leven in twee werelden.
 
De illustraties staan steeds voor een van deze tussenvertellingen en wijken qua portrettering (bijvoorbeeld van de faun en de enge Bleke Man) nauwelijks af van het beeld in de film. Ofelia wordt opvallend statisch getoond, een keer zelfs als Alice, met de handen op de rug. Vidal krijgt een prachtige prent: in zijn hand het horloge van zijn vader (een leidmotief), met een hoofd als Hitler zonder snor.
 
Funke is een vaardig verteller, die helaas hier en daar niet ontkomt aan enige oubolligheid, vooral als het gaat om ‘eeuwige wijsheden’ (‘Er zijn er altijd maar een paar die weten waar ze moeten kijken en hoe ze moeten luisteren, dat is waar’, meldt ze in de epiloog). We krijgen een paar keer zelfs te maken met de aloude ‘we’-stijl: ‘Onze grootste angsten schuilen altijd in de diepte, schuddend aan de grond die we zo graag vast en veilig onder onze voeten voelen.’ De clichés van het genre (het veellezende meisje, de harteloze stiefvader, de liefdevolle verbinding met fantasiewezens, de prinses die terugkwam) kon ze niet vermijden, die zaten immers al in de film. Ook niet heel origineel is de reflectie op het genre dat we aan het lezen zijn: (moeder:) ‘Je bent te groot voor sprookjes, Ofelia. Je moet je met de echte wereld gaan bezighouden.’ (Evengoed kleedt haar moeder haar aan als een prinses (!) en laat ze haar een verhaal vertellen tegen haar buik met daarin het nieuwe broertje.) Funkes grootste prestatie is hier de slimme constructie, met de tussenvertellingen, die een echte verrijking zijn van het verhaal.
 
De vraag is, ten slotte, of de affichering voor dit boek, ‘YA’, helemaal terecht is. Misschien dat het voor de diehard fantasy-fans niet veel uitmaakt, maar de hoofdpersoon is tamelijk jong (13) en soms vrij kinderlijk. De wereld van de vechtende partijen daarentegen wordt wel hard in beeld gebracht. De film kreeg mede hierdoor het advies 16+.  
 
Cornelia Funke, Guillermo del Torro, Allen Williams: Pans Labyrint, Querido, Amsterdam 2019, 260 p. : ill. ISBN 9789045123769. Vertaling van Pan’s Labyrinth, The Labyrinth of the Faun door Esther Ottens. Distributie L&M Books 

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri