Vanaf zes jaar

Pieter van Oudheusden, Stefanie De Graef (ill.): Scherven van de hemel

door Jen de Groeve

6+ - Het is winter. Een jongen klopt op een dag aan bij een oude kunstenaar. Hij wil zijn leerling worden. ‘Ik neem geen leerlingen aan’, zegt de man en laat de jongen voor de deur staan. Zo gaat het dag na dag. Er gaan weken voorbij en de lente breekt aan. Ten slotte mag de jongen binnen, maar iets leren kan de oude man hem niet. De jongen krijgt allerhande huiselijke taken opgedragen en op zijn vraag wanneer de lessen zullen beginnen, luidt het antwoord dag na dag: morgen.  
 
De jongen houdt tenslotte op met vragen. Op een dag stuurt de oude kunstenaar hem voor een hele week weg. In die tijd werkt hij een schilderij af, een gouden paneel. Het volmaakte schilderij. Van heinde en ver komen rijkelui, edelen en de machtigen der aarde naar het paneel kijken en het toont hen precies wat ze er elk willen in zien: rijkdom, blijvende schoonheid, eeuwigheid, hemelse macht. De oude kunstenaar wacht en denkt na, en nadat de maangodin hem in de nacht heeft bezocht, neemt hij een besluit: hij zaagt het paneel in stukken en aan wie het wilde kopen geeft hij een stuk: ‘een scherf van de hemel’.  
 
Jaren later sterft de oude kunstenaar, zijn leerling blijft in zijn huis wonen. En de geschiedenis herhaalt zich. Op een winterdag klopt een jongen aan. ‘Ik neem geen leerlingen aan’, zegt de schilder. Maar hij weet dat de jongen de volgende dag terug zal komen.
 
Deze inhoudsweergave alleen al zegt je dat dit verhaal zich in het Verre Oosten situeert. Het is een parabel, het verhaal is in tijd noch plaats gesitueerd en Pieter van Oudheusden geeft slechts enkele concrete sleutels in zijn tekst. Maar de meester-leerlingthematiek is zeer herkenbaar: de oude leermeester weigert zijn pupil te doceren, maar leidt hem zwijgzaam door ervaringen die hem tot inzicht en levenswijsheid brengen. Deze verhaallijn wordt ietwat artificieel verweven met die van het volmaakte schilderij. De oude meester heeft het ultieme doel bereikt en hij kan er onmetelijke roem en rijkdom mee vergaren. Maar hij vernietigt het. Een perfect kunstwerk, waarin de hand van de maker niet te zien is, is ondraaglijk. Het maakt de kunstenaar zelf overbodig: ‘Wat moet je hierna nog? Je werk is gedaan, schilder.’
 
Van Oudheusdens tekst is uitermate sober en beeldend. Meester noch leerling krijgen een naam, ze hebben geen geschiedenis, de jongen komt zonder een spoor na te laten. De openingsregels zijn een mooi staal van Van Oudheusdens ingehouden schrijfstijl en ze illustreren uitstekend het tijdloze karakter van deze parabel:  
 
‘Alles om hem heen was wit,
ook de voetsporen die hij achterliet.
Steeds verder van huis steeds dichter bij zijn doel.’
 
De illustraties zijn van Stefanie De Graef. Zij laat zich graag door exotische bestemmingen inspireren. Ik ben Pomme (2008) en Aisja (2009) hadden een overwegend warme, zuiderse sfeer, waarin De Graef motieven uit de Afrikaanse cultuur verwerkte – ze gaat zich ter plaatse documenteren en ze integreert meegebrachte objecten in haar prenten. Scherven uit de hemel is schatplichtig aan een reis naar Japan; een directe inspiratiebron was het gebruik van panelen in goudverf in schilderkunst en decoratie.  
 
Baltsende kraanvogels tegen een goudkleurige achtergrond vullen de schutbladen voor- en achteraan, en kraanvogels vormen ook een visueel leidmotief in een aantal prenten. De Graef heeft ook effectief op hout geschilderd voor dit boek, zoals de klassieke Japanse prentkunst ook hout als ondergrond gebruikt. Ze bereikt er een prachtig effect mee. De houtstructuur werkt door in haar schildering en komt nu eens goed zichtbaar, dan weer erg subtiel aan de oppervlakte. Het geeft een heel aangenaam, authentiek patina aan de beelden.  
 
Bij Japanse schilderkunst denk je snel aan de bekende beelden van bijvoorbeeld Hokosai, detaillistisch uitgewerkt met fijn lijnwerk. Maar De Graef blijft opmerkelijk trouw aan haar eigen stijl, die altijd iets onafgewerkts behoudt. Neem bijvoorbeeld de prent op de openingsbladzijde, die laat zien hoe harmonieus ze het klassieke beeld in haar persoonlijke schildering opneemt. Het dichtgesneeuwde berglandschap vormt de achtergrond, geen enkel detail valt daarin te onderscheiden. Het hout van de ondergrond schemert donker door de witte verf en suggereert een winterlucht die zwaar is van de sneeuw. Verder zijn er niet meer dan wat vage indrukken van mogelijke landschapselementen te zien. Tegen deze ruigte staat op de voorgrond de jonge leerling afgebeeld die op weg is naar zijn doel, en een bloesemtak met frêle witte bloemen -- een visueel cliché uit de Japanse prentkunst en ook een mooi inhoudelijk symbool.
 
Pieter van Oudheusden, Stefanie De Graef: Scherven van de hemel, De Eenhoorn, Wielsbeke 2013, 28 p. : ill. ISBN 9789058388193
 
Oorspronkelijk verschenen in De Leeswelp 2013

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri