Nederlands proza

Jan Konst (sam.), A.F.Th. Van der Heijden (inl.): Iedereen is op weg naar de Brandenburger Tor

door Erik de Smedt

Toen twintig jaar geleden de Muur viel, moesten nogal wat mensen in onze contreien de neiging onderdrukken prompt 800 km oostwaarts te rijden om de historische gebeurtenissen uit de eerste hand te kunnen beleven. Berlijn is echter al veel langer een aantrekkingspunt voor Vlaamse en Nederlandse schrijvers, sinds het in 1871 hoofdstad van het Duitse keizerrijk is geworden. De Berlijnse hoogleraar neerlandistiek Jan Konst bracht in deze bloemlezing 43 teksten bijeen waarin auteurs hun ervaringen in de Duitse metropool verwerken. Ze zijn chronologisch geordend volgens de periode waarop ze betrekking hebben, vijf in totaal. Van 1871 tot 1918 stond Berlijn voor een wonderbaarlijke vermenging van historische en moderne elementen: het roemrijke verleden van Pruisen was nog aanwezig, met een opvallend militarisme. Het technisch geavanceerde openbaar vervoer en de grootschalige bouw van hele volkswijken maakten indruk, al bleef men niet blind voor schaduwzijden als armoede, alcholisme en prostitutie. Een van de indrukwekkendste teksten uit deze afdeling is Herman Heijermans' levendige verslag van 'Een nacht in het Städtische Obdach', over zijn ontredderend verblijf in een grote daklozeninstelling. Deel twee evoceert de Roaring Twenties (1919-1933) waarin Berlijn de culturele hoofdstad van Europa was en de nachten langer leken dan de dagen. De verlokkingen van het uitgaansleven staan hier naast de decadentie, het cocaïnegebruik en de politieke instabiliteit. Zo is er van Jacques Gans een fascinerende reportage over de arbeidersbuurt Wedding begin jaren '30.

Na Hitlers machtsovername in 1933 reizen Nederlandse en Vlaamse auteurs nog maar zelden naar de hoofdstad van het Derde Rijk. Een paar gedichten gaan over de brand van het parlement en de Reichskristallnacht. Vestdijk plaatst de liefdesgeschiedenis in zijn roman Else Böhler tegen de achtergrond van de machtsstrijd tussen Hitler en de SA-leider Ernst Röhm. De destijds als dwangarbeider in Berlijn tewerkgestelde dichter-diplomaat Maarten Mourik blikt terug op de geallieerde bombardementen op de stad. Deel vier staat in het teken van het verwoeste Duitsland, de Duitse deling en de Koude Oorlog (1945-1989). Geregeld wordt er nog herinnerd aan het Derde Rijk en de Tweede Wereldoorlog. Uiteraard bezoeken Berlijnreizigers de Muur, waarop heel verschillende formuleringen worden toegepast. Harry Mulisch noemt hem de grafzerk van Hitler, Frans Kellendonk beschouwt hem als wildvlees, een litteken en zelfs als landschapskunst, voor Willem Jan Otten (die de stad overigens naïef benadert) is hij een "verticale zee". Sommigen berichten ook over hun ervaringen in de Hauptstadt der DDR. Reve ziet er de clichés meer dan bevestigd, F. Springer schrijft scherp en ironisch over "Honeckers paradijs" waar hij tussen 1985 en 1898 Nederlands ambassadeur was. Het kortere slotdeel (1989-2004) brengt vooral verslagen van auteurs die een tijdje in de hoofdstad van het herenigde Duitsland hebben verbleven. Ze hebben ambivalente indrukken in een stad tussen verleden en toekomst.

De rijkdom aan genres die de bloemlezing zo afwisselend maakt ? van gedicht en cabaretlied tot filmscenario, toneel- en romanfragmenten, dagboeken en vertellende of meer essayistische verslagen ? is in dit laatste deel minder aanwezig. Een fragment uit het Berlijnse slotdeel van Marc Reugebrinks roman Het grote uitstel had hier variatie kunnen brengen. Voor het overige is dit een voorbeeldige bloemlezing. Naast een algemene inleiding worden alle teksten nog eens in een inleiding per periode én afzonderlijk ingeleid. Contemporaine zwart-witfoto's maken het beschrevene ook in beeld herkenbaar. De bron van teksten en illustraties worden keurig vermeld en naast een namenregister is er een register van locaties in Berlijn (met rubrieken als cafés, straten, pleinen, gebouwen, musea, parken en wijken). De bijna 140 jaar tussen de eerste en de laatste tekst geven niet alleen een ongemeen gedetailleerd beeld van de geschiedenis van Berlijn en de perceptie ervan door Nederlandse en Vlaamse schrijvers. De bloemlezing vormt tevens een staalkaart van de ontwikkeling van het Nederlands, de literaire stijl en een genre als de literaire reportage, des te indringender omdat het onderwerp min of meer vergelijkbaar blijft. Iedereen is op weg naar de Brandenburger Tor is een van de leerrijkste bloemlezingen die ik ken.

Jan Konst (sam.), A.F.Th. Van der Heijden (inl.), Iedereen is op weg naar de Brandenburger Tor, Meulenhoff Amsterdam, 2009, 319 p., ill. € 19,95. ISBN 9789029084550

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf 2009

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 11, DECEMBER 2018

Berta Isla

Javier Marías

De klaverknoop

Paul Demets

Het amusement

Brecht Evens

International Bakery (voorheen Cinema Royale)

David Nolens

Michael Ondaatje

Blindganger

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 11, DECEMBER 2018

De blauwe vleugels

Jef Aerts, Martijn Van der Linden (ill.)

De pittige pruim die een pop werd

Vojtěch Mašek, Chrudoš Valoušek (ill.)

De torens van Beiroet

Paul Verrept

De waarheid volgens Mason Buttle

Leslie Connor

Het mysterie van niks en oneindig veel snot

Jan Paul Schutten, Floor Rieder (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri