Peuters en kleuters

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2018

Kim Crabeels, Marije Tolman (ill.) : Kleine Struis. Een voorleesverhaal over bang zijn

door Jan Van Coillie

3+ - Flamingo, het vorige prentenboek van Kim Crabeels en Marije Tolman was zo succesrijk – het werd al snel herdrukt en vertaald – dat het wordt verdergezet met een reeks ‘Superdieren’, die wordt aangekondigd als ‘persoonlijke ontwikkeling aan de hand van voorleesverhalen over dieren’. De ‘held’ in dit tweede deel is Kleine Struis. Hij is allesbehalve stoer. Liever stopt hij zijn kop in het zand, bang als hij is voor elk gevaar. Hiermee sluit de serie aan bij de klassieke fabels, waarin uit een typisch kenmerk of gedrag van een dier een les wordt getrokken voor de mens.
 
Het verhaal over Kleine Struis gaat niet alleen over bang zijn, maar ook over vriendschap en liefde. Zijn vrienden – aardvarken, uil en mestkever – proberen hem ervan te overtuigen zijn kop uit het zand te halen en het mooie van de wereld te ontdekken, die veel minder angstaanjagend is dan Kleine Struis denkt. Uiteindelijk is het echter een struisvogelmeisje dat hem ertoe kan bewegen om zijn angst te overwinnen. Dat zorgt voor een wel erg roze gekleurd einde met overbodige, boodschapperige slotzinnen:
 
‘Ik hoe niet zo nodig een haantje-de voorstel. Geen mij maar zacht en aardig, met een hart om van de houden.’
 
In de tekst mocht de auteur trouwens wel meer weglaten. Af en toe laat ze zien hoe ze in compacte bewoordingen een krachtig beeld kan oproepen:
 
‘Eén halslengte onder de grond voelt haast net zo veilig als vroeger in het ei.’
 
Maar elders verliest ze zich in een overvloed aan woordspelingen die het verhaal nodeloos moeilijk maken of de suggestie afremmen.
 
De illustraties van Marije Tolman doen veel meer dan het verhaal illustreren. Alleen al de keuze van de kleuren is veelbetekenend. Ze opent met bruin, zwart en wit en eindigt met roze, al steekt het roze slot al in de poten en nek van Kleine Struis. In het midden primeren felle kleuren, met vooral veel geel, die de vrolijke kant van de wereld boven de grond in het zonnetje zetten. Knap zijn de baobabs in collagetechniek, met gescheurd papier voor de kruin en uitgeknipte stam. Ook mooi is het sterk geladen beeld voor de angst van Kleine Struis. Tolman tekent hem opgevouwen in een ei tegen een zwarte achtergrond. Hij lijkt op een zwaan, wat kan verwijzen naar ‘Het lelijke jonge eendje’ van Andersen.
 
In contrast met de sobere prenten staan enkele drukkere, waarop van alles te ontdekken valt. Zo zijn er de echte griezels volgens aardvarken: kevers en mieren en andere akelige insecten. Een ervan tekent Tolman als een soort tank, een ander grijpt een lieveheersbeestje beet, een diertje dat geregeld terugkeert als een soort symbool van onschuld. Elders ontdek je fantasierijke of humoristische extra’s: een egel op een fiets met de maan in zijn mandje of een hyena met een rol toiletpapier die op een volgende prent bedoeld blijkt voor de enorme drol van een olifant.
 
Kleine Struis neemt zonder twijfel een hoge vlucht in de illustraties en af en toe ook in fraaie zinnen die zich goed laten voorlezen. Alleen hoeft de auteur niet bang te zijn om te schrappen. Het verhaal kan er alleen maar sterker door worden.
 
Kim Crabeels, Marije Tolman (ill.): Kleine Struis, Lannoo, Tielt 2018, 32 p. : ill. ISBN 9789401450867 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2018

De lange weg naar Rome

Francesca Melandri

De verloren toon

Lida Winiewicz

De zee heeft honger

Kira Wuck

Vaderland

Fernando Aramburu

Want de avond

Anna Enquist

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2018

Het meisje en haar zeven paarden

Hadi Mohammadi, Nooshin Safakhoo (ill.)

Neverworld Wake

Marisha Pessl

Tierenduin

Geert Vervaeke

Wit konijn, Rode wolf

Tom Pollock

Ze gaan er met je neus vandoor

Ted van Lieshout

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri