Peuters en kleuters

JEUGDBOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2020

Maria Dek: In het bos

door Katrien Maris

4+ - Een kleine jongen neemt de lezer mee op daguitstap naar het bos. Daar kan hij spelen en joelen naar hartenlust. In zijn fantasie rent hij er door de jungle en sluipt door het oerbos. En ondertussen geeft hij zijn ogen en oren goed de kost. Zo volgt hij de sporen van een hert, hoopt stiekem een vos te ontmoeten en ontdekt heel wat woonplaatsen van dieren. Verder verzamelt hij de meest fascinerende schatten, geniet van het lied van de vogels en het fluisteren van de bomen en gaat op zoek naar een knusse schuilplaats.    

De verhaallijn is eenvoudig. We krijgen een opsomming van een reeks plezierige activiteiten die een bos te bieden heeft aan een nieuwsgierig kind. De tekst is summier en varieert van enkele woorden tot maximaal twee korte zinnen per blad. Op sommige pagina’s is er zelfs geen enkel woord te vinden. Toch springt al vanaf de eerste zin het poëtisch taalgebruik in het oog: ‘In het bos wachten wonderen op je…’ Zo’n begin laat dromen. Vooral naar het einde van het verhaal weet Maria Dek bijzonder mooi de emoties van een jong kind te vangen in enkele rake woorden. Wanneer het aan het einde van de dag begint te schemeren, vindt de jongen het bos ‘betoverend mooi’. En schoorvoetend vervolgt hij: ‘En een beetje eng. Een klein beetje maar.’ Heel herkenbaar. Dek sluit af met de volgende troostende woorden: ‘Morgen, als je ouder bent, wachten er nog meer wonderen op je…’ Opgroeien wordt hier erg fijngevoelig gesymboliseerd.
 
Maar hoe poëtisch ook, dit boek heeft eigenlijk geen woorden nodig. De aquarellen spreken voor zichzelf. Ze zijn nadrukkelijk ingekleurd met levendige kleuren en ietwat ruw afgewerkt, wat de kinderlijke zienswijze van onze jonge gids mooi in beeld brengt. En naar dat kind kun je blijven kijken. Door zijn gezonde rozige teint en blozende wangen, is het meteen duidelijk dat dit een buitenkind is. Onschuld staat te lezen in zijn blauwe ogen. De zware, donkere wenkbrauwen en zijn veel te hoekig geknipte kinderkapsel geven hem iets aandoenlijks. De combinatie van het felblauwe T-shirt met de okergele short, de groene sokken en de rode schoenen voegt hier nog een vleugje vrolijke ondeugendheid aan toe.
 
Maria Dek woont in Bialowieza, een Pools dorpje in het oeroude Bialowieza Woud. Geen wonder dus dat ze een sterke band heeft met de natuur, een liefde die duidelijk te zien is in haar illustraties. Prachtig is het beeld waarbij de lezer vanop de grond omhoog kijkt in het bos. Het bovenste gedeelte van de stammen en de kruinen van een groep bomen zijn te zien tegen een witte achtergrond. Fascinerend zijn de vele subtiel verschillende schakeringen groen en bruin, vooral door het grillige spel van licht en schaduw. Door het gebruik van verschillende technieken voor de bladeren, zoals ruwe vegen, fijne strepen en stipjes, krijgt elke boom een uniek karakter. De bontgekleurde vogels geven de illustratie een vrolijk magisch tintje. Ook het bos bij valavond is ronduit indrukwekkend. De groen- en bruintinten zijn nu vermengd met zwart en dit opnieuw in veel schakeringen. Er hangt een geheimzinnige grijswitte mist tussen de bomen en de witte oogjes van verscholen bosbewoners blinken in de schemering. Het is een feeëriek tafereel waar je je maar moeilijk van kunt losmaken en tegelijkertijd hangt er ook een griezelige sfeer.
 
Opvallend zijn ook de ongewone perspectieven van waaruit ze haar illustraties maakt. Een knap voorbeeld is de illustratie waar het boek mee begint. Vogelperspectief op een dubbel wit blad: aan de linkerkant een nietig figuurtje dat in de richting van een frisgroen miniatuurbos in de rechterbovenhoek loopt. De enorme witruimte tussen de jongen en het bos is sprekend: voor hem liggen de ontelbare mogelijkheden van de dag. Wondermooi is de tegenstelling met de dubbelbladige prent aan het einde waar zwartbruine stammen vanuit de linker bovenhoek die hele bladzijde bedekken met hun naargeestige zwartgrijze schaduwen. Ze lijken de witte ruimte van de rechter bladzijde op te slokken. Een nietig figuurtje rent weg, de lust om te ontdekken is voorbij.
 
In de laatste afbeelding zet Maria Dek de kroon op haar werk: door twee robuuste houten ramen is een glimp zichtbaar van het mistige zwartgroene bos in de schemering. Dit tafereel straalt een enorme rust en geborgenheid uit en tegelijkertijd biedt het ruimte om verder te exploreren. Precies zo moet een veilig nest zijn.
 
Maria Dek: In het bos, Boycott, Amsterdam 2020, 49 p. : ill. ISBN 9789492986092. Vertaling van En forêt door Charlotte Pothuizen 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2021

Ik ben er niet

Lize Spit

Italo Svevo

Bekentenissen van Zeno

Kraai. Uit het leven en de liederen van de kraai

Ted Hughes

Tuimelingen : over leven, kust en kijken

Bernard Dewulf

Wildevrouw

Jeroen Olyslaegers

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 1, JANUARI 2021

Bethany en het beest

Jack Meggitt-Phillips, Isabelle Follath (ill.)

De klusjesman. Een internationale politieke thriller

Øyvind Torseter

De wind en wij

Claudia Jong, Kristof Devos (ill)

Het jungleboek

Rudyard Kipling, Daan Remmerts de Vries (bew.), Mark Janssen (ill.)

Wat is kunst? Begin een eiland…

Ted van Lieshout

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri