Adolescenten

JEUGDBOEKEN NR. 1, JANUARI 2016

Gerda van Erkel: Op liefde en dood

door Lies Lavrijsen

Hasse is pas 17 jaar, maar woont al op kamers omdat haar ouders in Afrika een ziekenhuis zijn gaan bouwen. De oudere dame Ludwina is haar hospita. Op een dag krijgt Ludwina een beroerte en glijdt weg in een coma. In die coma herbeleeft Ludwina haar relatie met Vince, een Amerikaanse soldaat die ze in haar jeugd had leren kennen. Vince werd naar Vietnam gestuurd, en Ludwina bleef achter in Antwerpen. In haar droomachtige toestand probeert ze een ander einde te breien aan hun liefdesgeschiedenis. Terwijl haar lichaam in het ziekenhuis ligt, komt haar geest ’s nachts rondspoken in haar huis. Hasse ziet Ludwina’s geestesverschijning en volgt haar naar een tuinhuis verderop, waar Ludwina’s herinneringen als een film voor haar afgespeeld worden. Na enkele nachten wordt Hasse opeens fysiek meegesleurd in de herinneringenstroom. Ze belandt midden in de Vietnamoorlog en kan niet meer terug naar het heden. Nu moeten Hasses vriend Wolf en haar beste vriendin Charlie - die broer en zus zijn, maar ook water en vuur - proberen om haar terug te halen door ware liefde te tonen - dat wordt hun tenminste met zoveel woorden uitgelegd door de mysterieuze grijsaard Angelo, die ook bij het tuinhuis rondhangt - maar die later niet echt blijkt te bestaan. Net op tijd komen Wolf en Charlie dichter bij elkaar, en slagen ze de erin de onverwerkte jaloezie die de Wolf jegens zijn jongere zus koesterde te overwinnen. Zo wordt Hasse op het nippertje toch nog gered.   
Wie al even in zijn haar moet krabben bij deze beknopte weergave van de plot van Op liefde en dood, voelt waarschijnlijk aan waar het pijnpunt van deze ambitieuze jeugdroman van Gerda Van Erkel ligt: het verhaal is ambitieus van opzet, maar loopt zich vast in een al te gecompliceerde structuur. Het schiet heen en weer tussen heden en verleden (waarbij een reëel verleden afgewisseld wordt met een gedroomd verleden) en wordt vanuit een veelheid aan vertelperspectieven, die elkaar zonder duidelijke aanwijzingen afwisselen, verteld. Meer dan eens heeft dit een (vermoedelijk onbedoelde) onsamenhangendheid tot gevolg die alleen maar verwarring oproept, zelfs bij de ervaren lezer.  
 
Daarbij komt dat verschillende plotwendingen nogal bij de haren getrokken aanvoelen. Zo is het bijvoorbeeld onduidelijk waarom Hasse eigenlijk getuige moet zijn van - en later ook als personage betrokken wordt bij - de herinneringen van haar hospita, met wie ze verder nauwelijks een band heeft. Dat Hasses ouders tegen het einde van de roman plots voor de deur blijken te staan, nadat ze halsoverkop uit Afrika vertrokken zijn na een telefoontje van de niet-bestaande Angelo, doet ook wenkbrauwen fronsen. Op deze en andere momenten wordt de willing suspension of disbelief van de lezer toch wel erg op de proef gesteld.  
 
Naast de al genoemde perspectiefwissels geeft ook de verdere stilistische uitwerking van de roman een zelfde indruk van onsamenhangendheid. Op taalkundig vlak valt een onevenwicht op tussen het snedig en hip bedoelde (tussen)taaltje dat de jonge personages hanteren, en het vrij wollige taalgebruik waarin ze zich even later verliezen (‘Moet ik je hemel op aarde zijn? Ben ik het graf waarin je je geheimen meeneemt?’, orakelt Hasse tegen de bewusteloze Ludwina). Voor iedere geslaagde metafoor lezen we ook wel ergens een onhandige vergelijking of een koekendooswijsheid die meer lijkt te bevatten dan in werkelijkheid het geval is (‘Het zijn onze verkeerde keuzes die ons ongelukkig maken’).  
 
Niet onaardig zijn de sfeervolle beschrijving van het Saigon van de jaren zestig en de epiloog, waarin Wolf, Charlie en Hasses ouders gezamenlijk deemoedig inzien dat ze tekortgeschoten zijn in hun liefde voor Hasse. Maar de lat had hoger moeten liggen. Een flink stuk hoger.

Leuven : Davidsfonds/Infodok 2015, 206 p. ISBN 9789059086647

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2019

De grote verkilling

Geert van Istendael

Kamers antikamers

Niña Weijers

Verlaten

Jane Harper

Verwondering

Aharon Appelfeld

Winterlaken

Micha Andriessen

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2019

Adres onbekend

Susin Nielsen

Mag je haaien aaien?

Katrijn De wit, Inge Rylant (ill.), Laura Bergans (design)

Niet te stoppen

Angie Thomas

Ploef

Espen Dekko, Mari Kanstad Johnsen (ill.)

Zo slapen dieren

Jiří Dvořák, Marie Štumpfová (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri