Peuters en kleuters

JEUGDBOEKEN NR. 10, SEPTEMBER 2016

Edward Van de Vendel en Matthias de Leeuw: Het telboek van Prins Hayo de Gelukkige

door Frauke Pauwels

4+ - Het is een apart genre, het telboek – en naast de vele inspiratieloze varianten verschijnen er geregeld prachtige uitzonderingen, zoals Telfeest! van Jaak Dreesen en Soetkine Aps, Nul is een raar getal van Henriëtte Boerendans of 365 pinguïns van Jean-Luc Fromental en Joëlle Jolivet. Ook Het telboek van Prins Hayo de Gelukkige tast vrolijk de mogelijkheden van het genre af.  
Zo wordt bijvoorbeeld het tellen niet geïsoleerd, maar geïntegreerd in een verhaal dat niet enkel in tekst, maar ook in beeld vorm krijgt. Te tellen voorwerpen zijn immers niet lukraak over de prent verspreid, maar maken deel uit van de setting en verhaallijn. Ook zijn het vaak varianten van hetzelfde – geen twee identieke honden, dus, maar een statige hond op hoge poten die wat weg heeft van een windhond en een knuffelbare keffer: ‘een om onderdoor te kruipen en een om tegenaan te slapen’.

Met Het telboek van Prins Hayo de Gelukkige kan Edward Van de Vendel een nieuw genre toevoegen aan zijn al erg veelzijdige oeuvre. Maar stilistisch is dit boek geen hoogvlieger, al merk je nu en dan het oog voor ritme in de zinnen. De keuze voor een telboek maakt herhaling bijna tot noodzaak, en die gaat na een tijd dan ook vervelen. Bij elke verjaardag krijgt prins Hayo net één geschenkje meer dan de leeftijd die hij heeft bereikt. De pogingen om aan die sobere verhaallijn wat humor toe te voegen komen niet altijd uit de verf – of het moest het bijna schrijnende verkeerd-om wuiven zijn bij Hayo’s eerste doortocht door de stad. Onuitgesproken maar steeds sterker aanwezig is de eenzaamheid van de prins (o ironische naamgeving!), tot Hayo het keerpunt van zijn tiende verjaardag bereikt. Of neen, tien jaar en twaalf dagen – want in een telboek luisteren getallen nauw.
 
Matthias de Leeuw blijft trouw aan zijn zwierige stijl waarbij hij kleurige penseelstreken combineert met een losse lijnvoering in zwarte inkt. Weegt in eerder werk veeleer de poëzie door, dan lijkt hij hier wat meer aan te leunen bij het werk van Quentin Blake, dat nonchalanter en wat humoristischer oogt. De kleurrijke illustraties volgen een vast patroon: na een ‘hoofdstukblad’ waarop de getallen worden ingeleid, volgt een aflopende prent over een dubbele pagina, waarna een dubbele pagina met losse, opeenvolgende sequenties en een uitleidende kleinere prent het deeltje afsluiten. Eens figuren zijn geïntroduceerd, blijven ze terugkeren, zodat je als lezer automatisch op zoek gaat naar ‘onvertelde’ verhaallijnen. En je blijft tellen, uiteraard.

Mooi is hoe het boek in tekst en beeld ruimte biedt aan kinderen die in rekenvaardigheid al een stapje verder staan, door bijvoorbeeld cijferreeksen van hoog naar laag weer te geven of getallen uit te splitsen: ‘Toen Hayo 7 werd, stonden er opeens 8 ezeltjes in de tuin. […] 2 ezeltjes waren kleiner dan de andere 6.’ Daar staat tegenover dat kinderen die aan dit soort tellen toe zijn (de achterflap meldt ‘vanaf 5 jaar’), vaak al uit zijn op complexere verhalen. Kijken en tellen, daar draait het hier om. En dat kan dan ook in overvloed. 
 
Wielsbeke : De Eenhoorn 2016. [72p.] : ill.ISBN 9789462911130 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri