Peuters en kleuters

JEUGDBOEKEN NR. 12, NOVEMBER 2016

Annie M.G. Schmidt, Martijn van der Linden (ill.): Dries en de weerwolf

door Jan Van Coillie

4+ - Elke jaar geeft Querido naar aanleiding van de Annie M.G. Schmidt week een verhaal van de schrijfster uit als prentenboek. Dries en de Weerwolf schreef Schmidt al in 1948, maar het verscheen voor het eerst in 1968 in de bundel Het beest met de achternaam onder de titel ‘Dries versloeg de weerwolf’.
 
Illustrator van dienst voor deze uitgave is Martijn van der Linden, die als weinig anderen dieren een eigen karakter kan geven. Dat blijkt onder meer uit zijn illustraties voor Winterdieren van Bib Dumon Tak en recent nog in De mooiste wiegeliedjes van hier en elders. In dit boek gebruikt hij collages, waardoor dieren en mensen als het ware uit de landschappen naar voor springen. Karaktervol is de wolf zeker, met zijn robuuste, zwarte lijf vol grijze haren, de sluwe blik in zijn gele oog en zijn grote bek met blikkerend witte tanden en een felrode tong. Hij contrasteert fel met de blauwgrijze tinten van het ‘Muiskleurig Gebergte’. Van der Linden typeert hem als een gruwelijke veelvraat. Als hij een kudde herten achtervolgt door het dorp, lijkt hij veel groter dan de vluchtende dieren en jongleert hij met botjes die als hagel achter hem neer komen. De meeste aandacht trekt echter de kleine Dries, de jongen die zich dapperder toont dan alle volwassenen samen en uiteindelijk de wolf weet te verslaan met kauwgom, een goedje dat na de Tweede Wereldoorlog sterk tot de verbeelding sprak.
 
Dries en de weerwolf behoort zeker niet tot Schmidts sterkste werk, daarvoor is het verhaal te voorspelbaar en te expliciet. Toch blijft het een fijn verhaal om voor te lezen door enkele typische Schmidt-kenmerken. Ze haalt met milde humor de opgeblazen autoriteit onderuit: de gemeentesecretaris loopt helemaal achteraan in de groep mannen die de wolf willen uitschakelen, ‘want hij was een voorzichtig man.’ Oog in oog met het monster rent de hele groep ervandoor, de gemeentesecretaris op kop. Achteraf zegt hij dat hij wel in zijn eentje verder had gedurfd, maar, zo voegt Schmidt eraan toe: ‘dat was niet zo’. Ook typisch Schmidt is dat het een kind is dat uiteindelijk de boel redt.
 
Ten slotte is ook in dit vroege verhaal Schmidts expressieve stijl al duidelijk (al werden enkele verouderde of moeilijke woorden vervangen: ‘gruwzaam’ werd ‘gruwelijk’ en ‘behoedzaam’ ‘voorzichtig’). Hoe klank- en beeldrijk haar stijl is en hoe sterk haar oog voor het sprekende detail mag blijken uit het begin:
 
‘In het midden van het hartje van het binnenste van het Muiskleurig Gebergte woonde de Weerwolf. Hij was groot en verschrikkelijk. Zijn ogen sproeiden vuur en zijn tong had karteltjes. Lange witte scherpe tanden had hij en iedere avond om zes uur brulde hij zo hard, dat het hele Muiskleurige Gebergte ervan sidderde.’
 
Als je je lezer zo kunt laten sidderen, heb je wel wat in je mars.
 
Amsterdam : Querido 2016, 26 p. + ill. ISBN 9789045119120

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 2, FEBRUARI 2020

Buiten beeld

Jurriaan van Eerten

De allegorische microfictie van Cynan Jones

Het landschap als een spiegel

De schrijver is een alleenstaande moeder

Hagar Peeters

Schelmen van het Oude Hof

Mateui I. Caragiale

Zon

Peter Verhelst

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 2, FEBRUARI 2020

De koudste winter

Tine Mortier, Alain Verster (ill.)

De man met de zeegroene ogen

Koos Meinderts, Sanne te Loo (ill.)

dier boek. ik lees van aas gier tot zee draak

Coco & June

Het beest met de kracht van tien paarden

Lida Dijkstra, Djenné Fila (ill.)

Stel dat...

Alastair Reid, JooHee Yoon (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri