Vanaf negen jaar

JEUGDBOEKEN NR. 4, APRIL 2017

Amanda Renshaw, Gilda Williams Ruggi / Amanda Renshaw: Het kunstboek voor kinderen Wit / Het kunstboek voor kinderen Geel

door Frauke Pauwels

Kunst voor kinderen   9+ - Meteen twee kunstboeken brengt Lemniscaat: Het kunstboek voor kinderen Wit en Het kunstboek voor kinderen Geel. Beide brengen een selectie oude en moderne kunst, telkens in kleur afgebeeld op een volledige pagina en een enkele keer zelfs over een dubbele bladzijde. De makers putten voornamelijk uit de canon van de schilderkunst, maar ook andere vormen van beeldende kunst zijn opgenomen: Pieter Bruegel de Oude, van Gogh, Hokusai, Koons, Christo... Het gele kunstboek bevat net iets meer moderne en minder bekende kunstwerken, maar gaat toch vooral door op hetzelfde elan.
 
De volgorde waarin de kunstwerken worden aangeboden lijkt willekeurig: er is geen chronologische, thematische of associatieve samenhang te ontdekken. Hoe krachtig een dergelijke opeenvolging en doordachte plaatsing kan werken, werd nochtans al duidelijk in bijvoorbeeld Papieren museum van Ted van Lieshout – dat weliswaar ook alweer zo’n vijftien jaar oud is.
 
Elk kunstwerk wordt begeleid door commentaar van een ik-verteller, die vooral in het tweede, gele kunstboek expliciet op de voorgrond treedt, en is rechtstreeks aan de lezer gericht. Positief is hoe het kijken van de lezer wordt geleid, zowel door de tekst als door de kleinere uitsnijdingen die nu en dan afzonderlijk worden weergegeven. De ervaring van het kunstwerk wordt zoveel mogelijk opengebroken, bijvoorbeeld door beroep te doen op andere zintuigen dan het zicht. Daardoor zetten de makers nu en dan te sterk in op het mimetische aspect van een kunstwerk, zoals bij ‘Huilende vrouw’ van Picasso: ‘Kun je haar snikken horen en haar tranen zien rollen?’ Andere keren vormt die insteek net een mooie aanleiding om het over vorm- en kleurkeuzes te hebben, zoals bij het schilderij ‘Interieur met vrouw achter de piano’ van Hammershoi. Picasso’s bijzondere vormkeuzes worden in verband gebracht met zijn persoonlijke geschiedenis, maar niet met een bredere beweging in de kunsten:  
 
‘Toen hij acht jaar was kon Pablo Picasso al beter levensecht tekenen dan zijn tekenleraar, dus hij verzon nieuwe manieren om mensen en dingen te tekenen.’
 
Slechts een enkele keer wordt het belang van de kunstenaar of het specifieke werk besproken, maar veel vaker blijft een ruimere culturele of maatschappelijke context nagenoeg altijd uit. Details van het kunstwerk, zoals ontstaansdatum of geboorte- en sterftedatum van de kunstenaar zijn achteraan opgenomen. Die beperkte informatie is overigens niet alleen maar negatief: het voorkomt dat kinderen overladen worden met gegevens die ze niet kunnen plaats. Het kunstboek voor kinderen Geel overtuigt daarin meer: de kwaliteit van de teksten is constanter en de achtergrond bij elk geselecteerd werk is rijker dan in het eerste boek, zodat ‘kunst (leren) kijken’ wat minder in het ijle blijft hangen.
 
De vormgeving is sober. Doorgaans is één vraag die rechtstreeks aan de lezer/kijker is gericht vetgedrukt, als een snelle ingang naar het kunstwerk. Dat is echter niet consequent uitgevoerd: soms ontbreekt die typografische aanpassing, soms lijkt de vetgedrukte zin nogal willekeurig gekozen en vormt die niet de beste instap naar het werk. De verspringende alinea’s laten het tekstblok wat luchtiger aanvoelen, maar hebben verder geen enkele functie.
 
De boeken zijn een vertaling van een Engelstalige publicatie uit 2005. Een opvallende tijdsmarge is dat: waren de vertaalrechten een koopje? Of verscheen in tussentijd geen enkel ander kunstboek van die aard? En strookt wat daar wordt gezegd en gedaan nog met de huidige opvattingen rond kunst en, specifieker, kunsteducatie? Het titelblad vermeldt, enkel bij het gele boek onopvallend dat de teksten van Amanda Renshaw zijn, uitgever bij Phaedon, de uitgeverij bekend om kunst- en fotoboeken, in het witte boek zit haar naam, samen met die van de andere medewerkers weggedrukt in het colofon. Of Renshaw ook de selectie maakte (met slechts één vrouwelijke kunstenares en sterk bepaald door de westerse canon) en wat die selectie motiveerde, is onduidelijk.
 
Geen must dus? Niet voor de ervaren lezer die op zoek is naar een originele invalshoek. Voor jongere lezers met beperkte kunstervaring biedt Het kunstboek voor kinderen echter wel een mooie verzameling bekende en minder bekende oude en moderne kunst, die erg laagdrempelig wordt aangeboden en uitnodigt tot onbevangen kijken.  
 
Rotterdam : Lemniscaat 2017, 80 p. ISBN 9789047709237
Rotterdam : Lemniscaat 2017, 80 p. ISBN 9789047709220
Distributie: De Eenhoorn 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2020

De hemel boven Lima

Juan Gómez Bárcena

Fantastische nacht en andere verhalen

Stefan Zweig

Houthakken

Thomas Bernhard

Toch. Nagelaten werk

Armando

Waagstukken

Charlotte Van den Broek

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 1, JANUARI 2020

ABZzz... Een slaapverwekkend alfabet

Isabel Minhós Martins, Yara Kono (ill.)

Aladdin

Sjoerd Kuyper (bew.), Sylvia Weve e.a. (ill.)

Het vuur in mij

Erin Stewart

Meisjes en kunst. De 50 meest vernieuwende vrouwelijke kunstenaars wereldwijd

Rachel Ignotofsky

Niemand ziet het

Dolf Verroen, Charlotte Dematons (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri