Vanaf twaalf jaar

JEUGDBOEKEN NR. 11, DECEMBER 2017

R.M. Romero: De poppenmaker van Krakau

door Jürgen Peeters

12+ - Jeugdliteratuur over de Holocaust wordt niet zelden als een moeilijke, zij het onmogelijk te vervullen onderneming gezien. De – vaak onuitgesproken – conventies van jeugdliteratuur, zoals het happy end, het bieden van hoop voor de toekomst en de grenzen van wat aannemelijk en te bevatten is voor jongere kinderen, staan in schril contrast met de gruwelijke realiteit van oorlog, rassenhaat en Holocaust. In haar debuutroman De poppenmaker van Krakau probeert R.M. Romero die antithese op te heffen door een alliantie aan te gaan met de magisch-realistische roman.
 
De auteur schept een sprookjesachtig universum, het zogenaamde Land van de Poppen, oftewel de bakermat van de kleine pop Karolina. Wanneer haar thuisfront onder de voet gelopen wordt door een legertje ratten, komt Karolina tijdens haar vlucht in de mensenwereld terecht bij speelgoedmaker Cyryl Brzezick. Met de tot leven gewekte pop Karolina als fictieve gids, wordt de lezer eveneens deelgenoot van de historische gebeurtenissen, m.n. het Krakau van 1939.
 
Romero maakt gretig gebruik van het perspectief van de buitenstaander, die de voor haar nieuwe wereld, uitgebreid beschrijft. Een beproefd procedé, maar Romero brengt het er behoorlijk goed vanaf. Het chronologisch opgebouwde verhaal wordt geregeld onderbroken door Karolina’s als flashbacks verpakte herinneringen aan het Land van de Poppen.
 
De auteur benadert de oorlogsthematiek in twee alternerende verhaallijnen; enerzijds focust ze op de opkomst van het nazisme in de realiteit van de roman, anderzijds projecteert ze die thematiek op de poppenwereld, die als spiegel van naderend onheil in het Polen van 1939 geldt. Die dreiging komt erg dichtbij, wanneer Karolina en de poppenmaker bevriend raken met de Joodse familie Trzmiel. Vader Josef en dochter Rena worden geconfronteerd met anti-Joodse maatregelen, zoals het dragen van de Jodenster en de gedwongen verhuis naar het getto van Krakau. De SS’er Erich Brandt wordt nogal inspiratieloos als ‘gezicht van het Kwade’ opgevoerd, die een fascinatie voor magie en toverkunsten met de poppenmaker deelt.

Door de alliantie met het magisch-realisme kost het even tijd om in het verhaal te komen; de lezer dient zijn ongeloof behoorlijk op te schorten, maar wordt vervolgens deelgenoot van een behoorlijk goedgeschreven historische roman, met levensechte personages. Het feit dat Karolina een tot leven gewekte pop is, wordt aannemelijk gemaakt. Het is dan ook een raadsel waarom Romero zich niet tot dat magische gegeven beperkt, maar meteen een hele resem fantastische – en daardoor soms vergezochte – scènes integreert. Zo beschikt de poppenmaker eveneens over magische krachten en wordt de ter dood veroordeelde Slowaakse volksheld Juraj Jánošík weer tot leven gewekt om de poppenmaker en Karolina uit een heikele situatie te redden. Precies het nogal gratuit inzetten van magie als trucje om problematische situaties ten goede te keren, werkt ongeloof in de hand. Dat wordt overigens ook letterlijk zo benoemd:
 
‘En zo werkt magie – dingen gebeuren omdat je wilt dat ze werkelijkheid worden.’
 
Via het magisch-realisme verzacht Romero de oorlogsgruwel, bv. wanneer magie wordt ingezet om enkele Joodse kinderen uit het getto te redden. Deze verhaaltechnische insteek wordt echter niet bijster goed uitgewerkt. Vooral de inhoudelijke parallellen tussen de historische werkelijkheid en de wereld van de poppen komen gezocht over. Meer dan een enkele terloopse opmerking reikt het allemaal niet:
 
‘Ze wist nog heel goed hoeveel poppen door de ratten waren meegenomen, ze had er niemand meer van teruggezien. Maar misschien zou het in de mensenwereld anders lopen.’
 
Dat is jammer, want de auteur biedt verder een overtuigend portret van een sterk veranderend wereld, met de inval van de Duitsers in Polen, de bezetting van Krakau en de aanzetten tot de Holocaust.

Het historische verhaal wordt nog behoorlijk spannend wanneer Karolina en de poppenmaker in navolging van Josef op transport richting Auschwitz gezet worden. Romero bewijst in enkele levensecht uitgewerkte scènes dat ze een historische realiteit invoelbaar tot leven kan wekken. Het geromantiseerde slotstuk na het einde van de roman laat zich als een overbodige toevoeging lezen, die beter in het geheel was weggelaten. De eenzijdige functie – hoop op een betere toekomst bieden – sluit naadloos bij de intenties van jeugdliteratuur aan, maar laat zich niet met de realiteit van de oorlogsgruwel rijmen. Die hoopvolle boodschap wordt in het nawoord nogmaals sterk benadrukt.
 
R.M. Romero verrijkt met wisselend succes het genre van de oorlogsroman met een magisch-realistische insteek. De parallellen tussen de realiteit in de roman en de geromantiseerde wereld der poppen zijn nogal gezocht en voegen weinig aan de roman toe. De auteur is integendeel op haar best wanneer ze de historische werkelijkheid tot leven weet te wekken, wars van magische intermezzo’s. Een nog onevenwichtig debuut dus, waarvan ik vooral Romero’s historische inzicht en levensechte personages onthoud. Het maakt me alleszins nieuwsgierig naar nieuw werk van de auteur.
 
R.M. Romero: De poppenmaker van Krakau, Van Halewyck, Kalmthout 2017, 311 p. ill. ISBN 9789461316134. Vertaling van The dollmaker of Krakow door Lies Lavrijsen en Tine Poesen. Distributie: Pelckmans Uitgevers 

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri