Vanaf zes jaar

JEUGDBOEKEN NR. 2, FEBRUARI 2018

Elvis Peeters, Sebastiaan Van Doninck (ill.): Mijn steen

door Ine Muys

6+ - Dieren zijn prominent aanwezig in de kinder- en jeugdliteratuur. Soms worden ze als typetjes opgevoerd, denk aan de boze wolf in sprookjes. Dan weer gaat het om een ‘natuurgetrouwe’ voorstelling, zoals in de literaire non-fictie van Bibi Dumon Tak. Vaker nog hebben dierenpersonages zowel dierlijke als menselijke eigenschappen. In het prentenboek Mijn steen zien de vogel en de hagedis eruit als dieren. Met zijn lange poten, ranke hals en spitse snavel doet de vogel aan een reiger denken. De hagedis ‘laat […] zien hoe hij zijn tong heel snel en heel ver kan bewegen’. Toch gedragen de dierenpersonages van Elvis Peeters (aka Jos Verlooy en Nicole Van Bael) en Sebastiaan Van Doninck zich vooral als mensen… of koppige ezels.
 
Wanneer vogel de perfecte steen gevonden heeft —het is er een met uitstekend zicht op land en zee— kan hij zijn geluk niet op. De plek voelt aan als het gedroomde vakantieoord, maar vogel is niet meer van plan te verkassen. De steen lijkt zijn huiselijke eindbestemming: ‘Dit is mijn steen. Dit is mijn leven’. Na een wandeling over het nabijgelegen strand, is het tij gekeerd. Ook de hagedis heeft de trekpleister ontdekt. Languit ligt hij op de steen te zonnen, want weggegaan is plaats vergaan. Tot nog toe maken de dierenpersonages een amusante en herkenbare indruk. Zowel de vogel als de hagedis gebruiken hun dierlijke eigenschappen om alleenheerschappij over de steen af te dwingen. De ene eist de plek op als uitkijktoren terwijl de andere zich op een hot stone massage verlekkert.  
 
Het verdere verloop stelt echter teleur. In plaats van een dynamische discussie over het recht op een eigen plek enerzijds en de voordelen van het samenleven anderzijds ontspint er zich een vermoeiend gekibbel. ‘Je zult moeten vertrekken, zeg ik. Jij moet vertrekken, beweert hij’. Het eeuwige gehakketak toont eenvoudig aan dat er voor de meeste problemen geen pasklare oplossingen bestaan. Niettemin had Peeters enkele alinea’s kunnen schrappen. Want ook dan was de weinig verrassende filosofische boodschap aangekomen. De vogel en de hagedis blijven zoekende: ‘Nu vlieg ik op en weet niet meer waar ik moet landen. Is mijn steen mijn steen?’

Nochtans bewees Peeters zich met eerder werk en bijbehorende dierenpersonages zowel op inhoudelijk als talig vlak. Waar het auteursduo in de volwassenenroman Jacht op provocerende wijze het menselijke bewustzijn van dieren verkent, schittert het prentenboek Rennen over een galopperend paard dankzij poëtisch en opzwepend taalgebruik.
 
Ook Sebastiaan Van Doninck verdiepte zich meermaals in dierenpersonages. Op speelse en vaak cartooneske wijze illustreerde hij onder meer Edward van de Vendels Lied voor een girafje (2004) en Jan Paul Schuttens informatieve boek Van wolf tot watje: hoe je dier een huisdier werd (2008). Met Ianka Fleerackers maakte hij een prentenboekentrilogie over een onbeholpen uiltje (2006-2010) en voor Siska Goeminnes Kat: met hoofdletter K (2014) bedacht hij zijn eigen gelaarsde kat.
 
Van Doninck zou graag en vaak dieren tekenen ‘omdat ze esthetisch zijn, omdat hij vrij en beweeglijk met hen kan omgaan en omdat hij gemakkelijk menselijke eigenschappen op hen kan projecteren’ (jeugdliteratuur.org). Ook in de coverillustratie van Mijn steen zijn die motieven terug te vinden. In de eerste plaats ogen beide dieren een tikje menselijk vanwege hun argwanende blik. Eveneens brengt Van Doninck de ambigue verhouding tussen vogel en hagedis treffend in beeld. De dieren staren zich blind op elkaars eigenaardigheden, maar streven eenzelfde doel na en vertonen ook overeenkomsten in karakter en voorkomen. De hals van de vogel oogt even buigzaam als de staart van de hagedis, al zijn ze allebei koppig als een ezel.
 
Over Van Donincks illustraties kan echter hetzelfde gezegd worden als over Peeters’ tekst. De dierenpersonages maken een eerste krachtige indruk, maar gaan al snel vervelen. Vogel en hagedis worden telkens in licht gewijzigde posities en omgeving opgevoerd. Sommige landschappen overtuigen dankzij contrasterende kleurencombinaties —zo overziet vogel zowel een oudroze zee als dennengroene duinen— maar over het algemeen ademt het prentenboek een uitzichtloze herfstsfeer. Hoewel die troosteloosheid en vertwijfeling deel uitmaken van het filosofische opzet, had een talige en/of cartooneske schwung het prentenboek van de nodige pit kunnen voorzien.
 
Elvis Peeters, Sebastiaan Van Doninck (ill.): Mijn steen, Lannoo, Tielt 2017, [28] p. : ill. ISBN 978940144490 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2018

Het genootschap van onvrijwillige dromers

José Eduardo Agualusa

Ik wordt

Harry Vaandrager

niets=iets

Wouter Godijn

Pachinko

Min Jin Lee

Terug naar Reims

Didier Eribon

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2018

De muis en de muur

Britta Teckentrup

Ei! Ei!

Harriët van Reek en Geerten Ten Bosch

Het wonderlijke verhaal van Angelino Brown

David Almond

Liebermann. De zee van meneer Max

Koos Meinderts, Annette Fienieg (ill.)

Veertien

Tamara Bach

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri