Vanaf negen jaar

JEUGDBOEKEN NR. 2, FEBRUARI 2018

Roald Dahl, Quentin Blake (ill.): Heintje en de minpins

door Jan Van Coillie

9+ - Heintje en de Minpins verscheen voor het eerst in het Nederlands in 1992 onder de titel De minpins, met kleurenillustraties van Patrick Benson. Deze nieuwe uitgave is geïllustreerd door Dahls ‘huisillustrator’ Quentin Blake. Met zijn zwart-witprenten slaagt hij erin om zowel de dreiging van het ‘Woud van het Kwaad’ raak te treffen als de lichtvoetige drukte bij de minpins, die hij afbeeldt als gezellige dwergjes in carnavalskostuums. Omdat hij meer ruimte kreeg dan Benson, kon Blake bijna elke gebeurtenis in het verhaal van een tekening voorzien. Daarbij valt extra op dat hij de rapschranzer niet afbeeldt, een prima zet om de verbeelding van de kinderen te prikkelen.
 
Het verhaal is gebaseerd op het grondpatroon van sprookjes waarin de kleine held het door zijn vernuft haalt van de machtige slechterik. Denk aan Klein Duimpje, De gelaarsde kat of Hans en Grietje. Dahl gebruikt het patroon in de meeste van zijn kinderboeken, van Matilda over De Griezels tot De heksen. Net als Klein Duimpje of Hans en Grietje moet Heintje door een bos om de vijand te ontmoeten. En net als Roodkapje slaat hij daarbij een waarschuwing van zijn moeder in de wind. Het motief daarvoor is wel anders: hij is razend nieuwsgierig en luistert naar het duiveltje in zijn hoofd. Dat loopt bijna verkeerd af, want al snel wordt hij achtervolgd door de ‘gloeiende, rookspuwende rapschranzer.’ Nog net kan hij een reusachtige boom in vluchten, waar hij kennis maakt met de minpins, een volk van miniwezentjes dat door de rapschranzer geterroriseerd wordt. Net als Klein Duimpje bedenkt hij een slim plan om het monster te verslaan. Daardoor wordt hij letterlijk en figuurlijk voor de minpins de grote held.
 
Heintje en de minpins is korter dan Dahls ‘klassiekers’ als De GVR, Matilda of Sjakie en de chocoladefabriek. Daardoor zijn zowel het hoofdpersonage als het monster minder uitgewerkt en beklijven ze ook minder. Toch blijkt ook in dit verhaal uit de spitse en vaak suggestieve typeringen Dahls taalvirtuositeit. Dat is beslist ook de verdienste van vertaalster Huberte Vriesendorp, die erin slaagt de expressiviteit en klankrijkdom van het origineel te bewaren:
 
‘Wangdoedels zijn gevaarlijker,’ zei zijn moeder, ‘en hoornnokkers en knotszwabbers en monsterlijke drochten. En de gevaarlijkste van allemaal is de verschrikkelijke beenknekelende, bloedwrekelende, nekbrekelende spugeluur.’
 
Heintje en de minpins is niet alleen een ode aan nieuwsgierigheid, lef en vindingrijkheid, maar ook aan de kracht van de fantasie, wat extra in de verf gezet wordt in de slotzinnen: ‘En kijk vooral met glinsterende ogen rond naar de wereld om je heen, omdat de grootste geheimen altijd verborgen zitten op de onwaarschijnlijkste plaatsen. Wie niet in wonderen gelooft, zal ze ook nooit ontdekken.’  
 
Ze zijn zonder twijfel Dahls lijfspreuk.
 
Roald Dahl, Quentin Blake (ill.): Heintje en de minpins, De Fontein, Utrecht 2017, 112 p. ill. Vertaling van Billy and the Minpins door Huberte Vriesendorp ISBN 9789026144493. Distributie VBK België 

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri