Vanaf zes jaar

JEUGDBOEKEN NR. 3, MAART 2018

Siska Goeminne, Trui Chielens (ill.): Drie zotte zussen

door Ine Muys

6+ - Drie zotte zussen houden een danspartijtje. De fluo roze setting oogt funky en er heerst een uitgelaten sfeer. Maar aan dit mooie liedje komt abrupt een einde. De omslagillustratie is in feite een eerbetoon aan vroeger tijden, want de Zotte Drievuldigheid is niet meer. Zusje Tussenin danst voortaan de dodendans. In het prentenboek Drie zotte zussen verbeelden Trui Chielens en Siska Goeminne op verrassende en tegelijk herkenbare wijze hoe Grote en Kleine Zus omgaan met de dood van hun zachte zotte zuster.

Van meet af aan schipperen Goeminne en Chielens tussen traditie en vernieuwing. De inleiding tot het prentenboek is een bewerking van het traditionele sprookjesbegin. De formule ‘Er was eens in een land hier ver vandaan’ wordt vervangen door ‘Nog niet zo lang geleden, niet zo ver hiervandaan, waren er eens drie zussen.’ Goeminne plaatst de tekst hiermee in een hedendaags en reëel kader. Anders dan sprookjes —met een onbepaalde tijd en plaats— is dit een verhaal dat eenieder ter wereld op eender welk moment kan overkomen, zo suggereert de schrijfster. Maar waar en wanneer dit verhaal zich precies afspeelt, wordt nergens gezegd noch verbeeld.
 
Uit Chielens’ bijbehorende illustratie valt weinig meer op te maken dan dat de gebeurtenissen zullen plaatsvinden in en rond een huisje aan de rand van het bos. Enerzijds distantieert Goeminne zich van de sprookjestraditie, om vat te krijgen op de belevingswereld van hedendaagse lezers en de relevantie van haar relaas te beklemtonen. Anderzijds behouden schrijfster en illustratrice de sprookjesachtige dimensie. Plaats en tijd worden nergens geëxpliciteerd, opdat lezers die naar eigen behoeven kunnen invullen.
 
Na deze dubbelzinnige maar overtuigende aanloop stelt Goeminne de hoofdpersonages voor. Aanvankelijk maakt ze gebruik van ludieke beschrijvingen:
 
‘Grote Zus, Kleine en Zusje Tussenin kregen nog iets van hun moeder en vader. Ze kregen een grapje en iets wijs, en af en toe een woord’.
 
De allegorische kwinkslag is hierbij frappant. Ieder personage staat namelijk voor bepaalde gevoelseigenschappen:
 
‘Grote Zus was wild en druk. Zusje Tussenin was zot en zacht. Kalm en lief waren de woorden van Kleine’.  
 
Spijtig genoeg wordt de voorstelling van de personages te breed uitgesponnen. De bijzondere band tussen de drie zussen komt beter tot zijn recht in de illustraties dan in de overwegend beschrijvende tekst. Chielens beeldt de hoofdpersonages af als uitbundige meisjes die elkaar plagerig aan de haren trekken.
 
De ommekeer laat lang op zich wachten, maar wordt wel in de verf gezet. Een zwarte bladzijde met het oplichtende opschrift ‘Toen gebeurde er iets’ voorspelt een tragisch verhaalverloop. Op de daaropvolgende spread krioelt het bovendien van onheilspellende creaturen die uit de onderwereld van Jeroen Bosch lijken weggelopen. Voor één van de zussen is het einde der tijden daadwerkelijk aangebroken: ‘Zusje Tussenin werd ziek en het ging niet over’. Chielens vat de angstdromen van de zussen in krachtige, expressionistische illustraties. De ene keer beeldt ze het zieke zusje af te midden van haar hemelsbrede lappendeken. Ze wordt er haast door opgeslokt, zoals Kleine vreest. De andere keer schildert Chielens een witte fantoom —die dwars door het bed heen vliegt— tegen een gitzwarte achtergrond.

Dan komt de dag waarop Zusje Tussenin overlijdt. Kleine en Grote Zus verliezen hun zielsverwant, en dus ook een stukje van zichzelf: ‘zonder zusje Tussenin werden hun namen raar’. Tussenin was de schakel tussen de zussen, en hun ouders. Zonder haar bestaat de Zotte Drievuldigheid niet langer. De nachten zijn gevuld met akelige dromen, de dagen zijn donker en kruipen traag voorbij. Toch houdt ieder op zijn manier de herinnering aan Tussenin levend. Zo creëert Grote Zus een muzikale brug tussen leven en dood, ditmaal aangekondigd via een knalroze achtergrond met het witte opschrift ‘Toen gebeurde het’. Goeminne besteedt betrekkelijk weinig aandacht aan die plotselinge hernieuwde omgang met de dood, terwijl Chielens net voor een symbolische diepgang zorgt. De grens tussen leven en dood is helemaal niet zo strikt, zo suggereert ze. Zusje Tussenin danst de rondedans met skeletten die er veel aimabeler uitzien dan Grote Zus ooit had durven dromen.
 
Hoewel Goeminne van in het begin pogingen onderneemt om de lezers bij het verhaal te betrekken, is het vooral Chielens die met haar gelaagde prenten een beklijvende indruk maakt. De illustratrice combineert een archaïsche vormentaal —onnatuurlijke lichaamshoudingen zijn intussen haar handelsmerk— met fluo roze accenten en kleurvlakken, zoals op de omslagillustratie. Die spanning tussen traditie en vernieuwing levert dynamische en bijzondere portretten op, zowel van de Zotte Drievuldigheid als van de Dood. Drie zotte zussen is een eigenzinnig en gevoelvol prentenboek voor iedereen die de herinnering aan dierbare overledenen levend wil houden.
 
Siska Goeminne, Trui Chielens (ill.): Drie zotte zussen, De Eenhoorn, Wielsbeke 2017, [50] p. : ill. ISBN 9789462912823 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2018

Blinde drift

Belinda Bauer

De rover

Robert Walser

Heel de tijd

Leo Pleysier

Onder een koperen hemel

Stefan Hertmans

Zeiseman

Martha Heesen

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2018

De invloed van Gregie De Maeyer (1951-1998) op de (Vlaamse) jeugdliteratuur

‘Het wezen van de dingen vervaagt naarmate het zichtbaar wordt’

De slaapster en de spintol

Neil Gaiman, Chris Riddell (ill.)

Op zoek naar Stella

Gerda Dendooven

Rivieren

Peter Goes

Tegenwoordig heet iedereen Sorry

Bart Moeyaert

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri