Adolescenten

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2018

Sarah Pinborough: Het dodenhuis

door Lies Lavrijsen

15 + - Zowel de titel als de cover van Het dodenhuis, de tweede in het Nederlands vertaalde Young Adult-roman van de Britse Sarah Pinborough, stralen een onheilspellende horrorsfeer uit. Toch kunnen angstige lezers op beide oren slapen: een echt huiveringwekkende leeservaring wordt dit boek nooit. Het is in de eerste plaats een liefdesverhaal.
 
Het dodenhuis in kwestie is een oud landhuis op een eiland voor de Engelse kust, waar kinderen opgevangen worden die bij een bloedafname positief getest hebben op ‘Defectie’ – een ongeneeslijke genetische ziekte die vóór hun achttiende verjaardag onherroepelijk zal uitbreken. Omdat ‘Defecten’ een gevaar voor de samenleving vormen (nergens wordt aangegeven waarom precies, want de ziekte is niet besmettelijk, maar er wordt vaag gesuggereerd dat de kinderen na het uitbreken van de ziekte langzaam transformeren, mogelijk in zombies of monsters), worden ze in quarantaine gehouden onder het min of meer toeziende oog van een handvol verpleegsters, leraren en een kille ‘Moeder’.
 
Alle kinderen in het huis houden elkaar met argusogen in de gaten, want zodra iemand ziektesymptomen vertoont (die bij iedere patiënt weer anders zijn) wordt die ’s nachts afgevoerd naar het ‘sanatorium’, een plek waar niemand ooit van terugkomt. Toby, de ik-verteller van het verhaal, is de officieuze leider van Slaapzaal 4, waar behalve hem ook de briljante bolleboos Louis, de speelse Will en de vrome Ashley ondergebracht zijn. Toby probeert vooral niet na te denken over wat hen te wachten staat en volgt ondertussen zijn eigen routine, want ‘als alle dagen op elkaar lijken, merk je niet dat de tijd voorbijgaat’. Die routine bestaat erin dat hij overdag zoveel mogelijk slaapt, en ’s nachts in zijn eentje rondsluipt door het huis – wat avontuurlijker klinkt dan het is, want veel gebeurt er niet. Dat wil zeggen, tot er een nieuw meisje arriveert dat ook geen zin heeft om ’s nachts te slapen.
 
Een interessant gegeven is de groepsdynamiek die binnen het dodenhuis tot stand komt. Niet toevallig leest Toby in de Engelse les William Goldings Lord of the Flies. Tussen de slaapzalen is er een onuitgesproken maar meedogenloze competitie, en Toby maakt zich voortdurend zorgen over zijn positie binnen de groep. Er is geen plaats voor medelijden, kinderen die symptomen vertonen worden keihard uitgesloten. Hier geldt het recht van de sterkste. Clara, het nieuwe meisje, zet die gevestigde orde op zijn kop. De oudste jongens hebben alleen nog oog voor haar, behalve Toby, die haar maar een ‘stomme griet’ vindt, en de anderen ‘uitslovers’. Het zal de ervaren lezer weinig verbazen dat hij binnen de kortste keren smoorverliefd op haar is – en zij ook op hem, natuurlijk. Samen ontdekken ze elkaar, seks, de liefde.
 
Het is jammer dat de gesprekken tussen de tieners in deze hoogst ongewone situatie meestal blijven steken in stereotypen en oppervlakkigheden. Volwassenen zijn oud, ouders zijn stom. Toby drukt zich soms in erg simplistische bewoordingen uit, die hem jonger doen lijken dan hij is. Clara lanceert wel eens een interessante gedachte: ‘We zijn nog niet dood. Wat dat betreft verschillen we niet van andere mensen,’ maar daar wordt nauwelijks verder op in gegaan.  
 
Ook andere potentieel interessante thema’s worden slechts oppervlakkig aangeraakt. Zo begint de vrome Ashley een eigen kerk, waarover Toby tot vervelens toe herhaalt dat hij ‘niks van die onzin gelooft’, maar die andere kinderen wel degelijk hun angsten helpt te bezweren. Het is jammer dat deze verhaallijn geen diepere uitwerking heeft gekregen.
 
Hetzelfde gebeurt wanneer Will, een van Toby’s beste vrienden, uiteindelijk ziek wordt, en Toby en Clara besluiten hem te ‘helpen’ door een overdosis slaappillen door zijn chocolademelk te mengen. Dit zorgt uiteraard voor gewetenswroeging bij Toby, maar ook die snijdt niet diep, of wordt niet erg pakkend verwoord.  
 
De schrijfstijl van Pinborough blijft op dezelfde manier op de vlakte; de taal is eenvoudig, met hier en daar enkele niet altijd even geslaagde beelden ‘ik hoor de lift niet rommelen alsof het de lege maag van het sanatorium is’; ‘een vlak stuk slingert zich naar de boten tot de heuvel waar we nu staan’.
 
Sarah Pinborough heeft in Het dodenhuis verschillende best wel boeiende ideeën gecombineerd, maar zonder daar veel diepgang aan te verlenen. Als geheel geeft het boek een stuurloze, onaffe indruk, die nog versterkt wordt door de nogal onzorgvuldige redactie van de Nederlandstalige editie.
 
Sarah Pinborough: Het dodenhuis, Van Goor, Houten 2018, 268 p. ISBN 9789000361670. Vertaling van The death house door Carla Hazewindus. Distributie Lannoo 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2018

Een knipperend ogenblik. Portret van Remco Campert

Mirjam Van Hengel

Het epos van sjeik Bedreddin

Nazim Hikmet

Istanbul, Istanbul

Burhan Sönmez

Nova

Daniël Samkalden

Twee mensen samen

Knud Sønderby

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2018

Jij begint

Kees Spiering, Alette Straathof (ill.)

Laat een boodschap achter in het zand

Bibi Dumon Tak, Annemarie van Haeringen (ill.)

Liefde en duisternis. Heldenverhalen uit vervlogen tijden

Ed Franck, Anne Westerduin (ill.)

Van twee ridders

Imme Dros, Harrie Geelen

Viktor

Jacques Maes, Lise Braekers

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri