Vanaf zes jaar

JEUGDBOEKEN NR. 11, DECEMBER 2018

Edward van de Vendel, Marije Tolman (ill.): Vosje

door Ine Muys

6+ - ‘Het gaat goed met Vosje’, schrijft Edward van de Vendel op zijn blog. Het prentenboek dat hij met Marije Tolman maakte, gaat twee maanden na verschijnen al in herdruk. Schrijver en illustrator werkten een keer eerder samen, voor het fantasievolle prentenboek Doei! (2014). Met Vosje publiceren ze een gedroomde opvolger.
 
Vosje is in de eerste plaats een uitbundig kijkboek. Een nieuwsgierige vos observeert en imiteert een stelletje vogels. Hij rent de meeuwen achterna, spreidt samen met een aalscholver zijn vleugels en spiegelt zich — met de borst vooruit — aan een roodborstje. Het plezier is meteen van Vosjes houding af te lezen. Tolman tekende hem ondeugend en knaloranje te midden van een azuurblauw duinlandschap. Zoals voor Voor papa en Kleine struis maakte ze haar prenten in gemengde technieken. Ditmaal combineerde ze pentekeningen van dieren met duinfoto’s in risoprint, wat een heerlijk korrelig en doorleefd zeegezicht oplevert.  
 
Vijf dubbele pagina’s lang krijg je de gelegenheid dit landschap te verkennen. Dan komt het verhaal met Van de Vendels eerste zin in een stroomversnelling: ‘Vosje holt achter twee vlinders aan, want ze zijn paars.’ De jonge titelheld volgt de vlinders op de voet, tot de duingrond van onder zijn pootjes verdwijnt en hij te pletter stort. Nog voor je de tijd hebt om over die onzachte landing na te denken, is Vosje in een gelukzalige droomwereld aanbeland.  
 
De droom omvat een reeks memorabele herinneringen, die door Tolman op sfeervol crèmekleurig textuurpapier worden verbeeld. Vosje herbeleeft knusse eet- en speelmomenten in het ouderlijke nest en ook de eerste buitenavonturen met zijn vossenbroertje doet hij nog eens over. De focus ligt telkens op de zintuiglijke ervaring en ontwikkeling van de jonge titelheld. Vosje proeft moedermelk, voelt een vossenpootje in zijn oor, ruikt ‘bloemerdebloemen’, knijpt zijn ogen dicht tegen het maanlicht en hoort de ritselmuizen kraken tussen zijn kaken.  
 
Illustrator en schrijver bundelen de krachten om die zintuiglijke beleving tastbaar te maken. Wanneer Vosje de buitenlucht opzoekt, schrijft Van de Vendel: ‘En als je in de wind gaat staan waaien je haren overeind! En als je je omdraait waaien ze naar de andere kant!’ Tolman maakte er een al even vlotte prent bij waarin ze Vosje op vier verschillende manieren met de wind laat spelen. Elders doet Vosje ook aan Shinrin-Yoku, of bosbaden. Deze Japanse natuurkunst bestaat erin je volledig in het bos onder te dompelen. Vosje beheerst die kunst als geen ander, en graaft en snuift zich een weg door het mos. De knap vormgegeven schutbladen met boomsilhouetten bieden de lezer overigens al een voorproefje.

Dan wordt de droom onderbroken en gaat de aandacht uit naar een mensenjongen, die opgewekt door het azuurblauwe duinlandschap fietst. De oplettende lezer merkt al gauw dat hij de dieren tegenkomt die Vosje eerder observeerde. Aan het einde van Vosjes droom kom je ook te weten dat ze elkaar kennen. Tolman vat hun gevoelsband en fysieke gelijkenissen in een prachtige compositie: Vosje en de mensenjongen staan op één lijn, met een rode bal als ‘een zon op de grond’.
 
De spanning stijgt wanneer Vosje ten slotte zijn pijnlijke val herbeleeft: ‘Maar dan holt Vosje zomaar in de lucht, hij valt, en de grond komt dichterbij, en als hij neerkomt is er een KLAP!’ Hier dringt de ernst van de zaak pas echt door. Vosje zag zijn prille leven aan hem voorbijflitsen, zoals in een droom of ‘filmpje’ bij een bijna-doodervaring. Anders dan in het begin wordt Vosjes vlinderjacht en val op één pagina afgebeeld, inclusief een halsbrekende tuimeling. Tolman maakte deze taferelen op rode in plaats van op blauwe risoprints, die aan de schijfjes van een viewmaster doen denken.  
 
Toch kiest Van de Vendel vervolgens voor een goede afloop — ‘want alles is goed’ — en daarmee eindigt het boek net zo overtuigend als het begon. ‘Nieuwsgierig is doodsgierig’, leerde Vosje van zijn vader, maar ook het omgekeerde is waar. Nieuwsgierigheid leverde Vosje precies die bijzondere ontdekkingen en ontmoetingen op die hij nodig had om opnieuw bij bewustzijn te komen.
 
Met Vosje brengen Van de Vendel en Tolman een prikkelende ode aan een vossenleven. Samen maakten ze een beeldverhaal waarin het voor kleine en grote speurneuzen heerlijk grasduinen is. Vosje gaat zijn neus achterna, vliegt, valt, droomt, geniet en houdt je de hele winter warm.
 
Edward van de Vendel en Marije Tolman: Vosje, Querido, Amsterdam 2018, 82 p. : ill. ISBN 9789021414348. Distributie L&M Books 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2020

De hemel boven Lima

Juan Gómez Bárcena

Fantastische nacht en andere verhalen

Stefan Zweig

Houthakken

Thomas Bernhard

Toch. Nagelaten werk

Armando

Waagstukken

Charlotte Van den Broek

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 1, JANUARI 2020

ABZzz... Een slaapverwekkend alfabet

Isabel Minhós Martins, Yara Kono (ill.)

Aladdin

Sjoerd Kuyper (bew.), Sylvia Weve e.a. (ill.)

Het vuur in mij

Erin Stewart

Meisjes en kunst. De 50 meest vernieuwende vrouwelijke kunstenaars wereldwijd

Rachel Ignotofsky

Niemand ziet het

Dolf Verroen, Charlotte Dematons (ill.)

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri