Vanaf zes jaar

JEUGDBOEKEN NR. 1, JANUARI 2019

Miriam Bruijstens, Iris Boter (ill.): Ik huppel naar je lach

door Jan Van Coillie

8+ - Herkenbaar zijn ze zeker, de lach en de traan in de debuutbundel van Miriam Bruijstens, en de meeste gedichten huppelen ook. Maar tegelijk weten ze maar zelden echt te raken of te verrassen.

Zoals de titel suggereert, zijn de meeste gedichten lichtvoetig. Ze gaan vooral over gevoelens en gedachten, van verliefdheid over de warme band met je broer tot het unieke van ware vriendschap. Ook donkere gevoelens komen aan bod, zoals pijn, woede en angst als je gepest wordt. De dichter probeert ook bijzondere momenten in woorden te vatten: vakantie, het voorleesmoment, een verjaardag of een winterdag. Een belangrijk motief is wat de ik in zijn of haar hoofd ziet of voelt:
 
Pijn is als ‘huilen in je hoofd
in gedachten’.
 
Als iemand tegen haar schreeuwt, bedenkt de ik: ‘Ik woon nu in mijn hoofd.’ En als ze vrolijk is, is er ‘een feestje in mijn hoofd’. Met dergelijke eenvoudige, herkenbare beelden roept Miriam Bruijstens die gevoelens op, maar ze doet weinig meer dan dat. Er gebeurt te weinig bijzonders met de taal. Te zelden vonken, knetteren, botsen of verrassen de woorden. Er staat te vaak gewoon wat er staat. Je krijgt de gevoelens als het ware op een dienblaadje aangereikt, zoals in de slotstrofen van ‘Straf’, waarin ook de les te expliciet is:
 
‘je mag niet bijten
en niet slaan
niet schoppen
en niet duwen
je moet lief zijn voor elkaar
gezellig samen spelen
een ander helpen met een lach’
 
Af en toe slaagt de dichter er wel in te verrassen of uit te dagen om tussen de regels te lezen. Het titelgedicht vindt een goed evenwicht tussen vorm en inhoud, ook al blijft die inhoud wat mager: het blije gevoel huppelt in het versje:
 
ik schilder je
ik zing je
ik denk je
heel de dag
ik zucht je
en ik spring je
en ik huppel
naar je lach
 
Ook de herhaling en het beeld in de slotregel van ‘Verstoppen’ werken:  
 
‘als je tegen me schreeuwt
of als je me niet gelooft
ik ben er niet
ik ben er niet
ik woon nu in mijn hoofd.’
 
De illustratie bij dit gedicht is sterker dan bij de meeste andere: een piepklein jongetje drukt de handen tegen de oren onder het gedicht en onder een tafel op extra hoge poten.
 
Bruijstens kan de kinderpoëzie pas verrijken als ze met meer lef en originaliteit de lezer kan verrassen.
 
Miriam Bruijstens, Iris Boter (ill.): Ik huppel naar je lach, Van Goor, Houten 2018, 64 p. : ill. ISBN 9789000362585. Distributie Lannoo 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 6, JUNI 2019

Ik zal de wereld nooit meer zien. Aantekeningen uit de gevangenis

Ahmet Altan

Kamer in Oostende

Koen Peeters

Lief slecht ding

Frank Keizer

Onrustige dagen

F.B. Hotz, Thomas Heerma Van Voss (sam.)

SS Proleterka

Fleur Jaeggy

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 6, JUNI 2019

* De eerste avonturen van de Rode Ridder, 1959-1961

Een ridder voor alle seizoenen

De boom met het oor

Annet Schaap, Philip Hopman

Mijn mama

Annemarie van Haeringen

Poëzie hardop

Hans Hagen, Monique Hagen, Maartje Kuiper (ill.)

Twee maal op reis door het brein.

Verdwalen in Breinstein of inzicht in het hoofd

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri