Vanaf negen jaar

JEUGDBOEKEN NR. 3, MAART 2019

Adam Baron, Benji Davies (ill.): De jongen onder water

door Henk van Viegen

10+ - Je kent die vertellers wel. Die kruipen in taal, beelden en terzijdes, redelijk duidelijk als volwassene, in de huid van de ik-figuur en beginnen meteen met je toe te spreken. Nu en dan vraagt hij je iets, hoopt dat jij niet zo’n rotjoch in de klas hebt als - , of vraagt hij je wat ‘jij in Lezersland’ ergens van denkt. Deze keer vertelt hij je dat hij echt waar, terwijl hij toch al negen is, nog nooit heeft gezwommen. Wel is hij zo dom net te doen of hij het erg goed kan als de juf heeft meegedeeld dat de godsdienstles wordt vervangen door de zwemles.
 
Timon (de naam wordt uitgelegd, evenals de rare achternaam: Titus) gaat een wedstrijdje aan, wordt in het water geduwd en zinkt meteen als een baksteen. De mooie knappe kop van de klas, Veronica, haalt hem eruit. Behalve dat ze hoogbegaafd is, kan ze ook reddend zwemmen (pas veel later blijkt ze eindelijk iets niet te kunnen: voetballen). Tot overmaat van ramp blijkt dat Timons zwembroek achtergebleven is in het water. Timons moeder ontploft waar iedereen bij is, en… is de volgende dag verdwenen. Ze is opgenomen in een psychiatrische kliniek.  
 
Er moet een relatie zijn tussen dit niet mogen zwemmen en moeders (tweede) opname. Het vinden van die relatie levert de verdere spanning van dit boek, waarbij ook aan de orde zal komen wat de rol is geweest van de vader van Timon, die volgens moeder dood gegaan is toen Timon één jaar was. En waarom is de knuffel ‘meneer Pluis’ zo alles bepalend en heeft moeder op al haar schilderijen alleen hem afgebeeld? Timon gaat wonen bij zijn tante Mill en oom Chris, en hun kinderen Clay en Juni. En wie woont er naast hen? Veronica!, dat komt goed uit, zij is de ideale hulp, meer dan dat.
 
Lang valt er werkelijk niks te mopperen over De jongen onder water. Het verhaal is vlot geschreven, met een hoop humor, maar heeft ook gepaste aandacht voor gezinsellende. De beeldspraak zorgt ook meteen voor een helder beeld, zoals deze: ‘Hij had een fikse kaak, net een pak kaarten’. Of: ‘Ze was er áltijd. Net als de bank of de tv’. De weergave van de schoolscènes, die in het zwembad en van de vriendschappen is adequaat. Het schooluitje naar het Tate Modern kun je zo inlijsten: trefzeker én informatief. Het laat ook zien hoe kinderen tot elkaar kunnen komen op het punt van kunstbeleving. Het werk van de bijna altijd opgefokte oom Chris (veel gebakken beurslucht) wordt schitterend belachelijk gemaakt. Veronica kan in de top tien geslaagde helpers: hoogbegaafd, sociaal, attent met toch een klein steekje los, waardoor ze wekelijks een paar uur buiten de les naar kunstzinnige therapie gaat. Erg mooi, zelfs in de clichés, is ook de weergave van het gezin van tante Mill en oom Chris. Oom altijd aan het werk, tante aan het tennis en de verveling, met een keer in de week quality time: gezinsavond! Alleen dan zonder oom Chris.  
 
Je zou bijna zeggen: de climax waar vrij heftig naar toe gewerkt wordt, kan nu alleen maar tegenvallen. En dat gebeurt inderdaad. Op zeer ongeloofwaardige wijze weten de kinderen gezamenlijk de plek te vinden waar Timons moeder naartoe gegaan is en daar doet het vervolgens erg pijn van het verzinnen, de sentimentaliteit en van de dramatiek. Een auto rijdt filmisch over het groen en raakt spectaculair te water, Timons moeder en tante Mill schreeuwen elkaar hun liefde toe. De oorzaak van alle ellende van moeder én de ontraadseling van het zwemgeheim worden erg vet gebracht -- gelukkig geven de slotstukjes weer lucht, en humor.
 
Verder is het jammer dat er vrij weinig ruimte is geboden aan de illustrator. Er zijn twee fraaie dubbelpagina’s, eentje van Timon in het zwembad, eentje van Timon die naar de kamer van Veronica kruipt over een ladder. Verder zijn er nog twee portretjes, van Veronica en van oom Chris, tierend aan de telefoon op zijn werk. De rest is vulsel: een paar potloodjes, een vaas. En dan hebben we nog een afbeelding van een meneer Pluis-schilderij van moeder. Net als de rest in zwartwit, maar onvolledig, zodat we er eigenlijk niks aan hebben bij het oplossen van de puzzel van moeders probleem.
 
Maar er is dus veel wel erg geslaagd aan dit boek, waarbij overigens de vraag is wie er het meest van dit boek zullen genieten: kinderen of volwassenen. Laten we het erop houden dat jonge lezers zeker zullen meegaan in de hilarische scènes (aanwezig tot in het volbloed happy end), en dat er in elk geval (ook) veel te halen is voor volwassenen.
 
Adam Baron, Benji Davies: De jongen onder water, Billy Bones, Amsterdam 2018, 240 p. : ill. ISBN 9789030504085. Vertaling van Boy Underwater door Anneke Bok. Distributie Agora Books

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 3, MAART 2019

De bijzondere syntaxis van onvertaalbare locuties

Jacques Derrida en Veva Leye

De ontembare

Guillermo Arriaga

Fantoommerrie

Marieke Lucas Rijneveld

Nachtouders

Saskia de Coster

Wijzigingen bijhouden

Sayed Kashua

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 3, MAART 2019

De kleur van de zon

David Almond

In de voetsporen van Karel Daarwind

Mārtiņš Zutis

Merel

Sarah Moon

Oma Vogeltje

Benji Davies

Wat ik de bomen wil vertellen

Enzo Pérès-Labourdette

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri