Beschouwingen

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2019

Willy Vandersteen: De Rode Ridder: De eerste avonturen (1962-1963) en (1963-1965)

door Christophe Van Eecke

De zestigste verjaardag van de Rode Ridder, een van de populairste stripcreaties van wijlen Willy Vandersteen, wordt dit jaar gevierd door een heruitgave van de eerste zesendertig albums in zes luxe-edities, die telkens zes albums bundelen. Na de eerste twee delen, waarin we zagen hoe de Rode Ridder als figuur langzaam vorm kreeg en zijn morele en historische universum in elkaar werden gepuzzeld, zijn nu twee nieuwe delen verschenen die de albums 13 tot 24 bij elkaar brengen.
 
Deze twee delen staan elk een beetje apart, met name omdat de zes albums die in het vierde deel zijn verzameld zich afspelen in Brittannië, waar de Rode Ridder de ridders van koning Arthurs Ronde Tafel gaat vervoegen. Daarmee vormen ze een aaneensluitende narratieve cyclus die bovendien tot de populairste in de hele stripreeks behoort. In het derde deel zien we daarentegen de figuur van de Rode Ridder als personage op dreef komen. Hierin wordt een belangrijke rol gespeeld door Frank Sels, die vanaf album 16, Baloch, de Reus (1963) als tekenaar overneemt van Karel Verschuere en een coherent élan geeft aan de strips. Ook de oubolligheid die in sommige van de vroegere albums nog aanwezig was, neemt stelselmatig af. De Rode Ridder wordt volwassen, als stripfiguur dan, en gaat meer en meer zijn eigen weg.
 
Dat neemt niet weg dat er ook constanten zijn, zoals het eergevoel van de Rode Ridder, die nog steeds zijn zwaard in dienst van het recht wil stellen. Tegelijk verschijnen er steeds meer sterke vrouwenfiguren in deze albums, al is dat dan wel vaak in de rol van vrouwelijke slechterik. De dubbelfiguur Etain/Finola in De galmende kinkhoorns (album 14, 1963) bijvoorbeeld, of de titelfiguur van De zwarte wolvin (album 15, 1963), die een troep wolven aanvoert. Jonge vrouwen worden steeds ondernemender en beperken zich steeds minder tot de rol van passieve deerne die moet worden gered.
 
Ook valt het toenemend belang van fantasie-elementen op. Meerdere albums spelen zich af in een wonderlijk decor, zoals een magisch Betoverd Woud in De zeekoning (album 17, 1963) of een tempel in een grot in De witte tempel (album 18, 1964), een verhaal dat zich uitzonderlijk in Griekenland afspeelt. Die tendens naar fantasy zal zich steeds vaker doen gelden: een stoet van magiërs en heksen bevolkt deze albums, met uiteraard de figuur van Merlijn als belangrijkste constante in de Arthur-albums.
 
De cyclus Arthur-verhalen begint met Koning Arthur (album 19, 1964) en zal doorlopen tot De laatste droom (album 41, 1969). Volgens het inleidend essay van Ivo De Wispelaere was het boek Koning Arthur van Jaap ter Haar de belangrijkste inspiratiebron voor deze reeks albums, al stond de Arthur-legende ook wel op andere manieren in de culturele belangstelling in de jaren 1960. De fenomenale vierdelige romancyclys The once and future king van T.H. White was in 1958 integraal gepubliceerd en kende een buitengewoon success. Daarnaast zag deze periode ook een revival van de Victoriaanse cultuur. Het is rond deze tijd dat de Pre-Raphaelieten opnieuw salonfähig werden, en met hen kwam ook de mode voor het Victoriaanse dwepen met de middeleeuwen terug in zwang. Men kan dan denken aan de manier waarop de Rolling Stones zich graag mochten uitdossen als troubadours of zich een landhuis in Tudor-stijl pleegden aan te schaffen in plaats van een moderne nieuwbouw in brutalistische stijl.
 
Het valt op dat Vandersteen de Arthurlegende heel vrij interpreteert. In Koning Arthur is de Rode Ridder, ‘gedreven door het verlangen zijn zwerftochten een zinvol doel te geven’ naar Brittannië gereisd om ‘zijn zwaard in dienst van koning Arthur te stellen’. Daar kruist hij toevallig (nogal veel albums beginnen met een toevallige ontmoeting) het pad van ridder Lancelot, die op weg is naar het kasteel van Lodogran om daar om de hand van diens dochter Guinevere te strijden, met wie Arthur wil huwen. Lodogran zelf spant evenwel achter de schermen samen tegen Arthur en wordt daarbij geholpen door Modred, een schijnbare vertrouweling van de vorst. Hun handlangers proberen Lancelot te doden, maar falen. Het volgende album, Kerwyn, de magiër (album 20, 1964) begint met het huwelijk van Arthur en Guinevere. Vanaf dan zijn de Rode Ridder en Lancelot wapenbroeders en neemt de Rode Ridder zelfs een centrale plaats in tussen de ridders van de Ronde Tafel.
 
Opvallende afwijkingen van de literaire bronnen liggen onder meer in het feit dat Arthurs zoon Mordred (verkregen door onvermoede incest met zijn halfzus) hier helemaal niet als zoon van de vorst figureert, maar als volwassen rivaal. Opmerkelijk is verder dat Parcival hier de naam is van de zoon die Guinevere aan het begin van De wilde horde (album 21, 1964) baart. Doorheen dat album en de volgende staat de Rode Ridder de legendarische Arthur bij in zijn strijd tegen zijn talloze vijanden, die zelf steeds vaker worden bijgestaan door figuren als Kerwyn, de magiër, of heksen als Gnora (in De wilde horde) of Gawhint, een tovenares die in De ring van Merlijn (album 22, 1964) verschijnt en door Merlijn naar de ingewanden van een eiland is verbannen dat wordt bewaakt door een gigantische tor. Een bijzonder opmerkelijke figuur in deze cyclus is de hofnar Hugon, die zo tot de verbeelding sprak dat hij de spil werd van een eigen album (Hugon, de hofnar; album 23, 1965) waarin hij als een soort positieve versie van de rattenvanger van Hamelen de kinderen uit een afgelegen dorp mee het woud in neemt om ze tegen onheil te beschermen.
 
De albums van de Arthur-cyclus hebben heel veel vaart, de gebeurtenissen volgen elkaar snel op. Er is zeer veel actie en vaak worden verschillende handelingen in een enkel beeldje samengebracht om zo het tempo op te drijven. Hierdoor wordt de verteltrant snedig en scherp, zo scherp dat het soms een beetje oppervlakkig dreigt te worden, wat echter wordt goed gemaakt door de spanning die zo wordt opgebouwd. Een vlotte vertelling, koene ridders, een aantal wulpse femmes fatales, en een gulle dosis magie, wonderen, en monsters (inclusief een draak in het fantasierijke Kerwyn, de magiër): wat kan je meer verwachten voor de lezende knaap van alle leeftijden die van bij de eerste bladzijde steeds weer een ridder is, in Technicolor en met klaroengeschal, in het diepst van zijn gedachten?
 
Willy Vandersteen: De Rode Ridder: De eerste avonturen, 1962-1963, Standaard Uitgeverij, Antwerpen 2019, 232p. ISBN 9789002267833

Willy Vandersteen: De Rode Ridder: De eerste avonturen, 1963-1965, Standaard Uitgeverij, Antwerpen 2019, 232p. ISBN 9789002267840

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri