Vanaf zes jaar

JEUGDBOEKEN NR. 3, MAART 2020

Evelien De Vlieger, Sabien Clement (ill.): Mijn oma is van peperkoek

door Vanessa Joosen

Een ode aan oudjes en kinderen
 
6+ - Hoewel senioren in veel kinderboeken geen al te beste reputatie genieten —vaak duiken ze op als knorrige oudjes die kinderen hun speelruimte niet gunnen — zijn er weinig figuren die in de jeugdliteratuur zo geïdealiseerd worden als opa’s en oma’s. Terwijl moeders en vaders vaak een jachtig leven leiden en te weinig rekening houden met hun kroost, beelden veel kinderboeken het huis van oma en opa af als een veilige thuishaven, waar het kind kan genieten van aandacht en gezelligheid, met een koekje in de mond en een kop chocolademelk binnen handbereik. Jeugdboeken worden nog steeds bevolkt met veel ouderwetse grootouders: oma’s die in de keuken staan met schort en deegrol, en opa’s die de tuin wieden, groenten kweken en de kippen verzorgen. Dat tij is aan het keren: auteurs en illustratoren als Ingrid Godon, Marjolijn Hof en Ceseli Josephus Jitta beeldden recent heel actieve senioren af, die wel oud zijn, maar lang niet afgeschreven.
 
Mijn oma is van peperkoek en mijn opa ruikt naar chocola is een heruitgave van de verhalenbundel Mijn oma is van peperkoek (2012) van Evelien De Vlieger en Sabien Clement. De auteurs presenteren een heel scala aan grootouders, voor deze heruitgave aangevuld met zeven nieuwe verhalen. De achtjarige ik-verteller van de meeste teksten heeft door scheidingen en nieuwe relaties binnen haar familie maar liefst elf oma’s en opa’s bij elkaar verzameld. Aandacht en liefde komt ze dan ook niet tekort, want hoewel ze allemaal erg verschillend zijn, hebben al die grootouders een ding gemeenschappelijk: ze zijn dol op hun kleinkind.
 
Mijn oma is van peperkoek en mijn opa ruikt naar chocola is een erg gevarieerde bundel. Bijzonder geslaagd zijn de strips die De Vlieger en Clement maakten over Lina en Judocus. Over twee bladzijden werken ze een tafereeltje uit in een veertigtal kleine prentjes. Niet geschikt voor bijziende opa’s en oma’s, want het lettertype is piepklein— maar wel hilarisch. Zo spelen de kinderen een oma en opa na die samen in de auto zitten — opa rijdt en oma pelt garnalen, tot ze aangehouden worden door een agent. In bad praten ze over de seksuele voorlichting door oma, die iets over eitjes en zaadjes heeft gezegd, maar niet wou vertellen hoe het nu juist zat. Meteen slaat hun fantasie op hol. De kinderen zijn speels en gevat, en Sabien Clement heeft hun fantasie en eigenwijze gesprekken schitterend in beeld gevat. De mimiek klopt perfect.
 
De recepten in het boek zijn eveneens goed uitgewerkt: ze volgen meestal op een kortverhaal en alluderen daarop met een leuke knipoog aan het eind. Zo is er een verhaal over een oma die de visvormige melkbroodjes in de oven laat aanbranden omdat ze zo opgaat in de verhalen die ze aan het vertellen is. Aan het eind van het recept voor de broodjes vind je de raad: ‘Voor zwarte vissen. Laat de broodjes nog een half uurtje in de over zitten op 200°C. Vraag aan je oma of opa om ondertussen een verhaal te vertellen. Koop suikerwafels van een goed merk.’
 
Het minst geslaagd in de bundel vind ik de gedichten. Evelien De Vlieger mag dan een literaire duizendpoot zijn, die zowel voor kleuters, eerste lezers als voor adolescenten kan schrijven, een groot dichter is aan haar blijkbaar niet verloren gegaan. Hoewel het thema van de gedichten vaak origineel is, vervalt De Vlieger voor de uitwerking telkens opnieuw in flauwe rijmelarij:  
 
Het was duwen en dringen op de overvolle bus.
Velen moesten staan, maar ik zat lekker knus.
Oma fluisterde: ‘Is er nog plaats voor een lied?’
Maar wachten op een antwoord deed ze niet.
 
Of, in een gedicht over een breiende oma:  
 
Overdrijf je nu niet?’ vroeg mijn vader kortaf,
toen hij ons zag in de ban van de wol.
‘Moet mijn breikunst dan mee in mijn graf?’
Dat vond oma toch echt te dol!
 
Misschien was het de bedoeling om hiermee het kinderlijk dichten te imiteren, maar dat zou niet consistent zijn met de rest van het boek, waar kinderen wel als talentvolle jonge vertellers opgevoerd worden.
 
Het grootste aandeel in het boek gaat naar de kortverhalen, waarin telkens een grootouder voorgesteld wordt: van de lenige oma en de vergeetachtige oma tot de gestorven opa en de grootvader die een hele dag op Facebook zit. Daartussen krijg je korte schetsen van andere kinderen met hun grootouders. Er zitten veel vitale bejaarden in dit boek, die reizen, sporten en lachen, maar het boek gaat de kwalen en angsten van het ouder worden ook niet uit de weg. De dood is geen taboe en wordt zowel serieus als humoristisch benaderd. Zo is de ik-verteller bang voor de dag dat haar oma zal doodgaan, maar breit een ander kind in een van de gedichten voor zijn oma een wollen doodskist. En de verteller van het gedicht ‘Haast en spoed’ maant de jonge lezer laconiek aan om maar snel van zijn grootouders te genieten, want voor je het weet ben je ze kwijt:  
 
Wat zit je nog te lezen: ga snel een plekje kiezen
en sla je tenten op in hun warme schoot,
want nu leven ze nog, maar straks zijn ze dood.
 
Mijn oma is van peperkoek en mijn opa ruikt naar chocola is een rijke bundel, waar je lang in kan snuisteren. Hier en daar zit er een mindere tekst in, want De Vlieger moet het soms ver gaan zoeken om al die oma’s en opa’s een eigen karakter te geven. De stilste oma en de helderziendste opa komen dan ook minder uit de verf dan bijvoorbeeld Moeke Maria, de eerlijkste oma. Zij laat haar kleindochter een hele tijd aan de schoolpoort wachten vooraleer ze in haar sportkar komt aanrijden: ‘Ik weet het kindje, maar ik heb het zo druk. En dan vergeet ik je.’  
 
Over het algemeen zijn bijna alle verhalen op een goed niveau: vlot geschreven, mooi van taal en met een originele pointe. De combinatie met de talrijke illustraties van Sabien Clement werkt wonderwel, en zij slaagt erin een paar van de mindere stukken te redden doordat de prenten erbij zo leuk en levendig zijn. Clement steekt vaak visueel de draak met clichés rond bejaarden. In een schommelstoel beeldt ze een levendige, frivole oma af, die met haar blote voeten zwaait terwijl ze verhalen vertelt. En de kleine Sam krijgt brieven van zijn oma, die in short en bikini de wereld rondtrekt.  
 
Clement geeft elke grootouder een eigen persoonlijkheid en weet met weinig details toch een compleet personage te schetsen. Clement heeft bovendien weinig achtergrond nodig om aan sfeerschepping te doen, al zijn de prenten die ze wel volledig vult, bijzonder mooi gemaakt. Het bos waarin alle oma’s en opa’s een peperkoekenfeest houden, contrasteert bijvoorbeeld geslaagd met het aftelrijmpje van sneuvelende oudjes dat er op volgt, en dat in springerige prentjes is geïllustreerd. Een geslaagde ode dus aan de unieke band tussen kleinkinderen en hun grootouders, en aan de rijkdom van het leven, op welke leeftijd ook.
 
Evelien De Vlieger, Sabien Clement: Mijn oma is van peperkoek en mijn opa ruikt naar chocola, Lannoo, Tielt 2019, 132 p. ill. ISBN 9789401462709

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 3, MAART 2020

Cliënt E. Busken

Jeroen Brouwers

De herdershut

Tim Winton

Onze verslaggever in de leegte. Ongedateerde dagboeken

Dimitri Verhulst

Tijd tussen de jaren

Urs Faes

Zij

Helle Helle

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 3, MAART 2020

De koffer

Chris Naylor-Ballesteros

De weglopers

Ulf Stark

Dit ga je niet geloven

Adam Baron, Benji Davies (ill)

Het vogeltje en andere Armeense sprookjes

Hovhannes Toemanjan, Harmen van Straaten (ill.)

Uit elkaar

Bette Westera en Sylvia Weve

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri