Over jeugdliteratuur

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Bruce Ingman, Ramona Reihill: Dick Bruna

door Jen de Groeve

‘Jongen, dat is een mooi vormpje’

Wie kent Nijntje nu niet, het konijntje van Dick Bruna (1927-2017) dat in miljoenenoplagen de wereld veroverde en dit jaar haar 65ste verjaardag viert? Twee stipjes, een kruisje en zwarte contourlijntjes ‘met een hartslag’ brengen het figuurtje tot leven. Jonge kinderen voelen zich direct aangesproken, volwassen vinden de ‘modernistische’ tekening mogelijk wat té eenvoudig. En de immense merchandising van de Bruna-producten, doet ons misschien vooral naar de ‘economische grootheid’ van Dick Bruna kijken, zoals Joukje Akveld hem in haar boek Tekenaars noemde. Maar Bruna maakte meer dan Nijntje alleen, zijn werk is divers en volumineus en hij was ook groot in artistiek opzicht. ‘Bruna heeft zich in een lange traditie van beeldend kunstenaars geplaatst, van Saenrendam tot Vermeer tot Mondriaan’, aldus de directeur van het Nederlandse Rijksmuseum. Over zijn unieke talent en hoe hij zijn pictografische beeldtaal tot in de perfectie ontwikkelde, gaat het boek Dick Bruna van de Britse illustrator Bruce Ingman, oorspronkelijk verschenen in de reeks ‘The illustrators’ van uitgeverij Thames & Hudson.  

Uit het biografisch portret waarmee het boek begint, blijkt dat lezen, tekenen en schilderen de dingen waren waar het hart van de jonge Bruna naar uitging. De oorlogsjaren, toen het gezin ondergedoken leefde, voelden niet als een straf voor de tienerjongen, want het leven in relatieve afzondering gaf hem alle gelegenheid om zijn creatieve interesses te verkennen. Na de oorlog liep hij stage bij de uitgeverijen W.H. Smith in Londen en Plon in Parijs. Om ervaring op te doen voor het bedrijfsleven, zo had zijn vader, eigenaar van uitgeverij A.W. Bruna, het bedoeld, maar de zoon ontdekte er Léger en Picasso, en de kennismaking met hun werk sterkte hem in zijn ambities om kunstenaar te worden.
 
Vader Bruna vond echter dat zijn zoon de plicht had in het familiebedrijf te stappen, wat Dick -- met tegenzin -- dan ook deed. Een cruciale stap in zijn carrière. Kunst en het bedrijfsleven bleken dan toch niet onverzoenbaar te zijn, want Dick Bruna dankt zijn ontwikkeling als artiest ook in ruime mate aan zijn werk als grafisch ontwerper. Zijn eerste boekcovers tonen duidelijke inspiratie uit diverse hoeken, van Walt Disney zowel als van Hendrik Werkman en Van der Leck. Een ‘openbaring’ voor de jonge tekenaar was het werk van Matisse. Werken met papierknipsels en de vormen terugbrengen tot hun essentie, dat is wat Bruna ook wilde. In zijn kleurgebruik zocht Matisse ‘naar iets gevaarlijks […] iets wat bijna schuurt’. Van zijn meesterwerk in de kapel in Vence wilde hij dat de bezoekers van de kapel de kleuren zouden ervaren ‘als een luide gongslag’. Op Bruna hadden ze dat effect.
 
Dick Bruna ontwierp de befaamde logo’s van twee pocketreeksen van A.W. Bruna, de populaire ‘Zwarte beertjes’ en de literaire ‘Witte beertjes’, en hij maakte ook de coverontwerpen. De pockets moesten direct de aandacht trekken. Ze werden namelijk verkocht in kiosken, voor haastige passanten die lectuur zochten voor onderweg. Bruna stak al zijn kennis en kunnen in het logo en de coverontwerpen voor schrijvers als Sartre, Simenon, Faulkner, Baldwin… onder vele anderen. Hij streefde ernaar om de sfeer van het werk op de cover over te brengen en ruimte te laten voor de verbeelding van de lezer. Hij ontwikkelde ‘een nieuwe stijl van ontwerpen, die verder ging dan het verkopen van content en gericht was op impact, aantrekkelijkheid en herkenbaarheid. Hij was zich bewust van de kracht van een directe visuele klik.’ Dick Bruna ontwierp zo’n 2000 covers, ze waren een goudmijn voor de uitgeverij en werden collectorsitems.
 
Bruna’s covers werken als een affiche, zijn in één oogopslag te lezen, en daarin zit hun sterkte. Picasso merkte dat op over een van Bruna’s covers van een boek van Simenon. Bruna nam een uitspraak van de Franse ontwerper A.M. Cassandre als uitgangspunt voor al zijn werk: ‘Een affiche […] moet werken als een vuistslag’. En, voegde Bruna er nog aan toe, ‘Het moet ook menselijk zijn en als het enigszins kan vriendelijk.’ Bruce Ingman concludeert: ‘daarmee raken we de kern: de gong van Matisse, de vuistslag van Cassandre en de menselijkheid van Bruna.’ Ingmans beschrijvingen en interpretaties van Bruna’s artistieke ontwikkeling, zijn invloeden, zijn persoonlijkheid en werkethos zijn revelerend en het is met pointes als deze dat hij de aandacht van zijn lezers telkens weer op scherp stelt.  
 
Dat Dick Bruna in de eerste plaats grafisch ontwerper is en geen illustrator laat ook de figuur van Nijntje zien. De vakkennis die hij in de uitgeverij opdeed, zijn pictografische beeldtaal zijn ook bij het maken van zijn prentenboeken doorslaggevend. Voor zijn eerste prentenboek, de appel, dat in 1953 verscheen, was Matisse zijn grote inspirator. Ook toen al, zoals later bij Nijntje, gebruikte hij zijn ‘typografie zonder poespas’: geen hoofdletters omdat de tekst niet zou afleiden van het beeld. de appel was niet als kinderboek bedoeld, maar als een hommage aan Matisse. Hij knipte vormen uit en schilderde de contouren met zwarte verf. Dat zou hij blijven doen tot het einde van zijn carrière, terwijl hij zijn techniek permanent trachtte te verbeteren en de mogelijkheden van zijn beeldtaal verder te verkennen. Dat kun je goed zien als je de figuur van Nijntje door de jaren heen vergelijkt: het kopje wordt gaandeweg wat ronder, de oogjes staan lager, de oortjes zijn wat minder spits, de dikte van het contourlijntje varieert… Minimale aanpassingen, die Bruna vaak toevallig vond door te spelen met vormen. Het heeft zijn Nijntje door de jaren ‘absoluut menselijker’ gemaakt, vindt hij zelf.  
 
Ook Leger was erg belangrijk voor Bruna’s ontwikkeling als kunstenaar omdat hij ‘hier voor het eerst zag dat het perspectief verdween, dat de constructie heel belangrijk werd en dat de kleuren vrijwel vlak werden […]’ Duidelijke vormen, duidelijk omlijnd, ze worden Bruna’s waarmerk. Het kleine, vierkante formaat van zijn latere prentenboeken, dat bedacht werd in samenwerking met de drukker van de Bruna-affiches, heeft ook reminiscenties aan het werk van zijn grote voorbeeld van De Stijl, Gerrit Rietveld, de man die hem ooit op wolkjes liet lopen met een compliment voor een van zijn boekcovers: ‘Jongen, dat is een mooi vormpje’. Vierkant was praktisch realiseerbaar voor de drukker, de auteur kon zijn artistieke invloeden verwerken. Helemaal Bruna!
 
Dick Bruna is een uitgebreid gedocumenteerd, zeer inzichtelijk en rijk geïllustreerd boek, dat Bruna’s leven, zijn artistieke invloeden en zijn persoonlijkheid mooi in het licht stelt en laat zien hoe ze samen bijdragen tot de uniciteit van zijn werk.
 
Bruce Ingman, Ramona Reihill: Dick Bruna, Mercis Publishing, Amsterdam 2020, 111 p. : ill. ISBN 9789056478438. Vertaling van Dick Bruna door Astrid Huisman. Distributie L&M Books 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri