Beschouwingen

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Willy Vandersteen: De Rode Ridder: De Biddeloo-jaren. Sword and Sorcery

door Christophe Van Eecke

Na de zesdelige heruitgave van de vroegste avonturen van de Rode Ridder zet Standaard Uitgeverij zich nu aan een even ambitieuze zevendelige vervolgeditie met de albums die Karel Biddeloo voor de reeks maakte. Het eerste deel zet niet alleen de formule van de eerdere reeks voort (zes albums per boek, in hoogste kwaliteit gereproduceerd met een verhelderende inleiding over productiegeschiedenis en evolutie van de reeks), maar geeft meteen ook een mooie voorzet van wat de lezer en fan de komende maanden mag gaan verwachten.

Biddeloo kreeg vanaf het album De wilde jacht (Nr. 37, 1968) de reeks onder zijn hoede, zij het aanvankelijk nog naar scenario van Willy Vandersteen. Naderhand zou hij zelf als auteur van het geheel gaan functioneren en creëerde hij de Rode Ridder zoals hij het populairst zou worden. De overdracht was een gelukkige keuze. Zoals het inleidende essay (opnieuw van Ivo De Wispelaere) aangeeft, lag de reeks eind jaren 1960 een beetje op apegapen. De verkoop liep terug en Vandersteen speelde zelfs met het idee om de Rode Ridder met pensioen te sturen. De dynamische en epische diptiek De barst in de ronde tafel (Nr. 40, 1969) en De laatste droom (Nr. 41, 1969), die eindigt met de dood van koning Arthur en waarin Johan zelf oorspronkelijk ook het leven zou laten, was eigenlijk bedoeld als afsluiter, maar het talent en de werkkracht van Biddeloo brachten Vandersteen vooralsnog op andere gedachten.

Ten tijde van de overdracht dwaalde de Rode Ridder al enige albums doorheen het Engeland van koning Arthur zonder dat de koning en Camelot zelf nog echt een centrale rol speelden. De formule was stilaan ten einde. Door de dood van Arthur te ensceneren (in een verhaal dat inmiddels niets meer te maken had met de historische en literaire overlevering van de Arthursaga) werd deze verhaallijn dan ook te ruste gelegd, maar met verve. Zo werd in deze albums nog de formidabele demonische opponent Bahaal geïntroduceerd, die zelfs Merlijn bijna meester is. De albums die in deze bundel zijn samengebracht, zijn dan ook gekenmerkt door een duidelijke heropleving: er is veel dynamiek en actie, en de spanningsbogen zijn kort en krachtig.

De bijdrage van Biddeloo op lange termijn was dat hij de Rode Ridder wegstuurde van het meer realistische genre door er elementen van sword and sorcery, en dus ook fantasy, in aan te brengen, gekoppeld aan een vleugje erotiek door de introductie van steeds meer wulpse dames. Al moet gezegd dat in deze eerste albums met name de mannelijke anatomie alle aandacht krijgt. In De verzonken klok (Nr. 38, 1968) is Johan zowat de helft van het album in een meer aan het rondduiken, wat Biddeloo ruimschoots de kans geeft om zich te buiten te gaan aan fraai geproportioneerde mannenarmen en -benen omkleed door korte rokjes en mouwloze hemdjes. Door de band genomen onderscheiden deze albums zich ook door de vinnigheid waarmee het vechtende lichaam in scène wordt gezet.

Het feit dat deze albums oorspronkelijk dagelijks in de krant verschenen, en dat er parallel vaak nog aan andere reeksen werd gewerkt, betekent dat deze strips in wezen een vorm van massa-geproduceerde pulp fiction zijn, echte comics veeleer dan graphic novels. Met die gedachte in het achterhoofd blijft de kwaliteit van het afgeleverde verbazen. Biddeloo wist handig met schaduw en dramatisch clair-obscuur te werken, wat enerzijds toeliet sneller te inkten maar anderzijds ook bijdraagt aan de dramatiek van sommige beeldkaders. Daarnaast hebben een aantal scènes in Camelot een bijna barokke detailwerking in het decor die, in vergelijking met een aantal vroegere albums, opulent aandoet. En de fantasie blijft ongebreideld: hoewel heel veel narratieve elementen bijna clichématige variaties zijn op bekende thema’s uit literatuur, mythe en legende (maar dat is bij haast alle publicaties in dit genre het geval), weet Vandersteen er toch altijd een eigen draai aan te geven.

Het moet ook gezegd dat Biddeloo heel erg bij de tijd was met zijn reboot van de serie. De late jaren 1960 zagen een revival van niet alleen de middeleeuwen (denk aan de Rolling Stones in Neo-Victoriaans troubadourskostuum voor Beggars Banquet, 1968) maar ook van de hele Arthursaga, die in het spoor van onder meer The Once and Future King (1958) van T.H. White weer werd opgerakeld in een enorme productie van (al dan niet pulp)romans in een breed spectrum van historisch tot onversneden fantasy. De musical Camelot (1960) van Alan Jay Lerner en Frederick Loewe was gebaseerd op Whites boek en was een groot kassucces (en werd in 1967 ook verfilmd).

De Rode Ridder in Arthurland moet beslist in deze internationale context worden gezien, al komt ook de actualiteit even om de hoek kijken, met name wanneer Merlijn aan het eind van Het testament (Nr. 42, 1969), het laatste album in deze collectie, zegt dat ‘eens zal de mens naar de sterren kijken en in de oneindige ruimte de zin van zijn bestaan vinden’. Dat herinnert er ons aan dat deze albums voor het eerst het krantenlicht zagen in een periode die ook het tijdsgewricht van de Space Age was waarin de eerste mannen op de maan landden.

Dergelijke observaties zijn een vingerwijzing dat de populaire cultuur met haar eindeloze stroom aan creatieve productie heel vaak de vinger op de pols van de actualiteit heeft en een uniek medium is om de creatieve stemming van een tijdvak te meten. In dit geval is de combinatie van middeleeuwse context en de injectie van fantasy en magie een duidelijk spoor van de tijd waarin de albums werden gemaakt. Het oubollige is definitief uit de Rode Ridder verdwenen, en de kortgerokte held was klaar om de volgende jaren de ronduit coolste ridder van de Lage en omliggende Landen te worden. Geen enkele rechtgeaarde fan van de reeks of het genre zal deze heruitgave dan ook willen of kunnen missen.

Willy Vandersteen: De Rode Ridder: De Biddeloo-jaren. Sword and Sorcery. Integrale 1, Standaard Uitgeverij, Antwerpen 2020, 236 p. ISBN 9789002269455 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

De bruidsvlucht

Annemarie Estor

Het hellen van een leven

Luis Carrasco

Kindertijd

Tove Ditlevsen

Oorlogsdagboek. Met brieven van Jack Hamesh

Ingeborg Bachmann

Solituden, songs

Jacques Hamelink

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

Alfabet

Charlotte Dematons

Dit is Jeruzalem

Stanislav Setinský

En de wereld zei ja

Kaia Dahle Nyhus

Het verlangen van de prins

Marco Kunst

Oliver Twist

Tiny Fisscher (bew.), Annette Fienieg (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri