Adolescenten

JEUGDBOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2020

Hilde Van Cauteren: Het sleutelbeengebaar

door Henk van Viegen

15+ - In de flinke hoeveelheid toekomstfantasy die verschijnt voor young adult, zit met enige regelmaat een echte dystopie. Veel daarvan speelt in een verre of onbestemde toekomst, of is postapocalyptisch. In de dystopie staat de heersende maatschappelijke orde ter discussie en wordt getoond in welke akelige maatschappij we straks terechtkomen als het doorgaat zoals het gaat. Het maatschappijkritische effect is het sterkst als de beschreven maatschappij niet te ver in de toekomst ligt. Dan immers pakt de lezer door herkenning ervan die kritiek het beste op. Populair zijn de motieven overbevolking en aantasting van het milieu. Tien tegen één is er sprake van een alles controlerend totalitair regime (‘big brother’), wordt grote waarde gehecht aan aanpassing en uniformiteit, en dient de eenling of de vreemdeling uit het beeld te verdwijnen.   

Het sleutelbeengebaar
is van zo’n soort dystopie een goed en zeer geslaagd voorbeeld. Het toont, naast het bekende hier bovengenoemde, in een spannend verhaal de kwalijke gevolgen van censuur en digitaal toezicht, vervreemding van de productie van ons voedsel, nationalisme (er is een heuse ‘pure-localspatrouille’) en protectionisme, toenemende invloed van artificiële intelligentie en de onzekere situatie en lage status van de arbeidsmigrant. Opvallend is, puur toevallig in deze coronatijd, dat Van Cauteren een maatschappij tekent die net een virus achter de rug heeft, waardoor we al in de derde zin van de hoofdtekst een mondmasker tegenkomen.
 
De aanleiding voor het schrijven van dit boek was voor Van Cauteren een bericht over Japan, namelijk dat dat land bij de aanpak van de schaarste aan arbeidskrachten niet kiest voor buitenlandse arbeiders, maar voor het op grote schaal inzetten van robots, wat vooral opvalt in de zorg. Het levert in haar boek een mooie confrontatie op tussen een van de, zoals zij ze noemt: ‘niet-locals’ en de nieuwe, haast humanoïde (zorg/gezelschaps)robot C2. Die confrontatie lijkt even in de richting te gaan van rivaliteit, zoals in de vorig jaar verschenen roman van Ian McEwan, Machines zoals ik (De Harmonie 2019). Maar al heel snel is er sprake van samenwerking en later van vriendschap. Dat kan ik hier wel verklappen, het staat op het achterplat.  
 
Al meteen op de eerste pagina wordt de hoofdpersoon, Botan (Bot), aangezien voor een robot. Hij snapt dat eerst niet, maar zijn boezemvriend Plin, allebei zijn ze niet-locals, wijst hem op de etalage van een mediawinkel waar zijn evenbeeld, robot C2, hem aankijkt. Als reactie op een poging portretrechtgeld binnen te halen, krijgt Botan het bericht dat zijn account voor het gebied waar hij woont, de Verenigde Steden, binnenkort verlopen is. Niet-locals moeten het gebied uit, vooral omdat ze rommelige DNA’s hebben. Ze zijn namelijk nagenoeg altijd het product van ‘wilde voortplanting’ (een erg leuk motief in het boek), in tegenstelling tot de zuivere Stedelingen, die in het laboratorium geconcipieerd zijn.
 
De twee vrienden worden op transport (als in oude tijden, en beladen: op de trein) gesteld, waarschijnlijk om in de woestijn gedropt te worden. Plin helpt Bot te ontsnappen. Bot weet een C2 te volgen naar het appartement van een nagenoeg blinde, 18-jarige gehandicapte (Yuki), neemt na een tijdje observeren diens plaats in, maar wordt op een gezellige manier ontmaskerd. Ook Yuki is het product van ‘wilde voortplanting’ (dochter van een niet erg monogame mediaberoemdheid, Nona Satou), uiteindelijk zal zij (dus) eveneens het gebied moeten verlaten. Ze maken samen met een oude bekende een vluchtplan, en hopen zo terecht te komen buiten de Verenigde Steden. Op een plek waar de natuur gerespecteerd wordt, in plaats van gezien als vijandig aan de mens.  
 
Het boek begint met een schuingedrukt stukje tekst, met als titel ‘Blind getypt’. Er volgen er nog heel wat van, na enige tijd hebben we door dat hier Yuki aan het woord is. Leuk gedaan, zo ziet de lezer ook hoe zij een en ander ondergaat. Het verhaal wordt verteld in vier helder gepresenteerde (ook in de vorm: vier zwarte pagina’s), bijna compleet klassieke delen: expositie, intrige, (langzame stijging naar de) climax en afwikkeling. De titel komt heel terloops al vrij in het begin even langs, als een controleuse bij Yuki komt kijken, en wordt daarna een intrigerend motief. Daar is Van Cauteren trouwens erg goed in, in die terugkerende elementen, zoals ‘verbinding maken met je innerlijke tuin’ op belangrijke momenten. Dat laatste heeft Bot opgestoken van zijn niet-biologische vader, pa Ran, die hem en Plin ook een tamelijk laconieke manier van bidden leerde. Een zinnetje met ‘Bidden wij voor…’ duikt geregeld gezellig op.
 
Gaan Bot en Yuki het redden? Een dystopie kan misschien beter niet gelukkig eindigen, maar een ontsnapping aan de getoonde wereld kan de waarschuwing toch intact laten…
 
Hilde Van Cauteren: Het sleutelbeengebaar, Davidsfonds/Infodok, Leuven 2020, 144 p. ISBN 9789002270611. Distributie Standaard Uitgeverij

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2020

Gesmoorde woorden

Olivier Rolin

Het verdriet van Spanje

Christiane Stallaert

Op weg naar De Hartz

Wessel te Gussinklo

Precieuze mechanieken. Nieuwe gedichten

Erwin Mortier

Tien jaar later

Harry Mulisch

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2020

De Baron von Münchhausen

Wouter Deprez, Randall Casaer (ill.)

Gloei; interviews en gedichten.

Edward van de Vendel, Floor de Goede (ill.)

Het sleutelbeengebaar

Hilde Van Cauteren

Sterker dan elk afscheid

Enrico Galiano

Woorden temmen: Van kop tot teen

Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri