De kamer

In De kamer van Jonas Karlsson komt een man op een nieuwe afdeling van een zeer bureaucratische instantie en ontdekt op de gang naast de toiletten een kamer die volledig ingericht is, maar door niemand wordt gebruikt. Hij heeft duidelijk een problematische verhouding met zijn collega’s, en over zijn privéleven komen we niet veel meer te weten dan dat hij alleen woont en voor het slapengaan af en toe wat muziek beluistert. Tijdens een kerstfeestje op het werk sleurt hij een receptioniste de vreemde kamer in en hij kust haar. Meer niet. De man is het prototype van iemand zonder eigenschappen, een pedante eenzaat die maniakaal zijn plicht doet en zijn werkdag verdeelt in zelf afgebakende shifts van vijfenvijftig minuten. Het mysterie van de lege kamer wordt alleen maar groter als hij wat meetwerk verricht op de gang en ontdekt dat er iets niet klopt: volgens zijn bevindingen zou de kamer die hij net ontdekt heeft, namelijk niet eens bestaan. Wanneer hij een collega confronteert met het onbemande kantoor op de afdeling wordt opeens duidelijk dat hij de enige is die de kamer kan betreden of zelfs maar kan zien. Aan zijn eigen waarnemingsvermogen twijfelt hij echter geen seconde, dus vermoedt hij een complot. Op zijn minst wordt er informatie voor hem achtergehouden. De man bespreekt de zaak met zijn afdelingshoofd, die het opneemt voor de collega’s en hem aanraadt psychische hulp te zoeken. Maar daarmee is het mysterie niet opgelost.
Kafka en Murakami hadden dit verhaal natuurlijk ook kunnen schrijven, maar dat maakt De kamer er geen minder beklijvende leeservaring op. Karlssons stijl is even beheerst als zijn hoofdpersonage. Net dat realisme, zonder ook maar de minste zweverige uitweiding die een setting als deze gemakkelijk zou kunnen uitlokken, houdt de lezer bij de zaak. Het is verleidelijk om in de korte roman een parabel te zien over hoe vernietigend de impact van conflicten in een alledaagse omgeving kan zijn voor de betrokkenen. In ieder geval is het een bedenking die de roman interessanter maakt dan de vraag wie er echt voor de gek wordt gehouden op de afdeling, of wat er nu eigenlijk aan de hand is met de kamer zelf.
De kamer is een kleinood om te koesteren in de stroom pseudotriviale literatuur die ons de laatste jaren uit Scandinavië bereikt. Het is bevreemdend, origineel, evenwichtig opgebouwd en op een absurde manier ook zeer confronterend. Van deze jonge, bij ons nog zeer onbekende Zweed mag dus gerust wat meer worden vertaald.

Jonas Karlsson, Wouter Van Reek (ill.), De kamer, Signatuur Utrecht, 2014, 151 p., ill. € 16,95. ISBN 9789056724962. Vert. van: Rummet door Geri De Boer. Distributie: WPG Uitgevers

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf 2014

© 2019 | MappaLibri