De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren

Tsukuru Tazaki draagt als enige van zijn vrienden geen kleurverwijzing in zijn naam. Tijdens zijn jeugd had hij een buitengewoon sterke band met de Rooie (Kei Akamatsu), Witje (Yuzuki Shirane), Zwartje (Eri Kurono) en de Blauwe (Yoshio Oumi), die samen met Tazaki een waar broederschap vormen. Als Tazaki uit Nagoya naar Tokyo vertrekt om te studeren, krijgt hij plots een telefoontje van een van hen dat hij niet meer tot hun groep behoort. De reden blijft duister en de mededeling brengt hem tot een slepend doodsverlangen. Slechts na ettelijke maanden wordt zijn gemoed iets lichter, maar de gebeurtenis blijft als een donderwolk boven zijn leven hangen. Tazaki ontmoet nieuwe vrienden en ook een nieuwe liefde, Sala. Zij port hem aan zijn oude kameraden op te gaan zoeken en hen om uitleg te vragen. De tocht brengt hem tot in Finland.
De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren bevat veel elementen die we terugzien in de rest van het oeuvre van de schrijver: het schijnbaar uitzichzelf treden/bestaan in een andere wereld, typische eenlingen die steeds de spilfiguur van het boek zijn, de vele verwijzingen naar muziek. In het vuistdikke 1Q84 waren de verwijzingen naar Sinfonietta van Leoš Janácek veelvuldig, nu is de melodie van De pelgrimsjaren van Franz Liszt van cruciaal belang (en dan vooral de beweging ‘Le mal du pays’, een uiterst melancholische passage). Over uitvoering (welke is beter: die van Lazar Berman of toch die van Claudio Arrau?) en compositie wordt uitgebreid gediscussieerd.
Ook het sterke doodsverlangen is een ander vast Murakami-thema. Deze roman opent er zelfs mee: ‘Vanaf juli van zijn tweede jaar aan de universiteit tot januari van het jaar daarop was er geen moment in zijn leven dat Tsukuru Tazaki niet aan de dood dacht.’ Ook in Spoetnikliefde verdwijnt het centrale karakter ineens (zelfdoding?); in Norwegian Wood pleegt een hoofdpersonage op jonge leeftijd zelfmoord.
Ook verteltechnisch wijkt Murakami niet van zijn stramien af. Zoals in Underground (over de gasaanvallen in de metro van Tokyo) de basis van het boek gevormd wordt door de verhalen van de reizigers, zijn ook in De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren de verhalen een sleutelelement. Iedereen vertelt ze aan elkaar: Tsukuru aan Haida, Eri aan Tsukuru — en dan zijn er nog de voorvallen en gebeurtenissen in dromen die een eigen leven lijken te leiden.
Kortom, dit is een echte Murakami. Natuurlijk bestaat zo het risico dat de schrijver vervalt in trucjes en technieken waarvan hij weet dat de lezer ze lust. Murakami is echter talentvol genoeg om ondanks die herkenbaarheid boven het maaiveld van de fictie uit te komen. Verhaal en inhoud zijn sterk genoeg. Bovendien speelt Murakami via deze herkenbare verhaalelementen opnieuw een spel met de lezer. Niet alleen taalkundig (zie het belang van de betekenis van de namen), maar ook via objecten als een glas Cutty Sark, een landkaart en de telefoon die schijnbaar toevallig ook in dit werk weer prominent opduiken. De telefoon is bovendien ook in deze Murakami zowat het belangrijkste instrument om op essentiële momenten een mededeling te doen — of net niet, zoals in de slotscène.
Murakami slaagt ook nu weer in zijn ambitie om, zonder dat hij een rechttoe rechtaan verhaal vertelt, zijn werk toegankelijk te maken voor een breed publiek. Dat literatuur en muziek ter sprake komen, betekent niet dat de lezer die geen kennis heeft van de geciteerde werken, uit de boot valt. De lezer wordt aangesproken op zijn gevoelsleven doordat hij meer dan eens emoties en gedachten meent te herkennen.
Murakami’s wortels liggen in de Japanse maatschappij en, hoewel hij jaren in het buitenland woonde, heeft hij nog steeds voeling met zijn geboorteland. Dat toont zich meer en meer in zijn schrijversloopbaan, met als (voorlopige) hoogtepunt op het vlak van engagement natuurlijk Underground en Na de aardbeving (over de aardbeving die de regio rond Kobe trof in datzelfde jaar). De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren focust niet op de rampen die Japan teisterden, maar ze komen wel voorbij.
Aldus levert Haruki Murakami opnieuw een fascinerend boek af, waarin de lezer zich bij tijden in een andere wereld waant. Misschien is voor sommigen het nieuwe en verrassende er wat af doordat de auteur zich (bijna) altijd bedient van beelden uit zijn unieke en persoonlijke universum, maar dat maakt de kwaliteit van zijn werk er niet minder om. Ook na de laatste pagina heb je zin om ouder werk te herlezen, en de puike vertaling en het nawoord van Jacques Westerhoven zijn daarin een niet te onderschatten factoren.

Haruki Murakami, De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren, Atlas Contact Amsterdam, 2014, 363 p., € 19,95. ISBN 9789025442071. Vert. van: Shikisai o motanai Tazaki Tsukuru to, kare no junrei no toshi door Jacques Westerhoven. Distributie: Veen Bosch en Keuning

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf 2014

© 2019 | MappaLibri