De dwaaltuin

Twintig onder Veertig

De toekomst van de Britse roman



Het literaire tijdschrift Granta publiceert om de tien jaar fictie van de beste jonge Britse romanschrijvers (Best of Young British Novelists): zij die de toekomstige Britse literatuur in handen hebben. Het is een selectie van een twintigtal auteurs die de kaap van de veertig nog niet gerond hebben. In 2013 verschijnt de selectie voor de vierde keer, maar The Telegraph kon niet zolang wachten en publiceerde in de zomer van vorig jaar alvast haar lijst van de toekomst. Dit in navolging van de New Yorker, die een week eerder de oefening deed voor de Amerikaanse literatuur, waarvan de tweede Granta-selectie nog maar in 2007 verscheen. Lijstjes zijn natuurlijk niet de beste manier om een complex en fluctuerend gegeven als hedendaagse literatuur vast te leggen. Met veertig als leeftijdsgrens wordt uitgegaan van het theoretische gegeven dat auteurs een voldragen niveau in hun oeuvre bereiken wanneer ze halverwege de dertig zijn. Dat wil zeggen dat jongere bloeiers sneller opgepikt worden (en zelfs tot twee maal toe geselecteerd kunnen worden) dan de laatbloeiers, die uit de boot vallen als ze pas na hun veertigste opgemerkt worden. De tussentijd van een decennium maakt ook dat vele dertigers de boot net missen. Bovendien worden dergelijke lijstjes vaak als voorspelbaar en tendentieus afgedaan. Maar zo'n selectie blijft wel interessant om stukjes van het patroon dat het wassende literaire water in het zand nalaat te interpreteren. En natuurlijk ook om te kijken in hoeverre die nieuwe generatie auteurs doorstroomt op de Nederlandstalige vertaalmarkt.

Granta's laatste lijst van Best of Young British Novelists omvatte Sarah Waters, Monica Ali, Andrew O'Hagan, Rachel Seiffert, Toby Litt, Rachel Cusk, Alan Warner, Nicola Barker, David Mitchell, Susan Elderkin, Stephen Gil, Peter Ho Davies, A. L. Kennedy, Ben Rice, David Peace, Hari Kunzru, Philip Hensher, Robert McLiam Wilson, Zadie Smith, Adam Thirlwell en Dan Rhodes. Van die lijst houdt The Telegraph nog de laatste drie (omdat ze nog geen veertig zijn) over en voegt er zeventien aan toe om aan een afgeronde twintig te komen (Granta houdt doorgaans wat speling om niemand over het hoofd te zien): Chris Cleave, Mohsin Hamid, Paul Murray, Benjamin Markovits, Adam Foulds, David Szalay, China Miéville, Rana Dasgupta, Scarlett Thomas, Joanna Kavenna, Patrick Neate, Kamila Shamsie, Sarah Hall, Evie Wyld, Steven Hall, Ross Raisin, Anjali Joseph. Voorbeelden van namen die, op basis van hun leeftijd, het net niet gehaald hebben, zijn David Mitchell (hij haalde wel de Granta-lijst van 2007), Tom McCarthy en Catherine O'Flynn.

Deze lijst is duidelijk multicultureler dan de voorgaande, wat niet verwonderlijk mag zijn gezien de maatschappelijke evolutie. Dat neemt niet weg dat de doorstroming in 'Britse' literaire lijstjes met de nodige vertraging gepaard gaat, zodat de blanke auteurs ruim in de meerderheid blijven. Ook de mannelijke auteurs blijven de overhand houden, maar het aandeel vrouwen lijkt hier zelfs lichtjes af te nemen, waar het de vorige twee decennia duidelijker in de lift zat. De hamvraag blijft of er specifieke kenmerken zijn die de diverse leden van deze groep geselecteerde auteurs onderling met elkaar verbindt? In Are these Britain's best 20 novelists under 40? (The Telegraph, 18.06.2010) tracht Lorna Bradbury de selectie van de krant te duiden en ze ter discussie voor te leggen. De nadruk ligt hier geenszins op Britishness. Niet alleen omdat in een geglobaliseerde wereld fictie de nationale grenzen steeds vaker overstijgt, maar ook omdat sommige auteurs roots hebben in andere continenten. Bovendien omdat in de selectie twee auteurs zitten die niet eens in Groot-Brittannië wonen. In het verlengde van Bradbury's bevindingen gaan we hier op zoek naar de factoren die individuele auteurs verbinden of op een of andere manier in het hedendaagse Britse literaire landschap plaatsen.



Thrillers en sciencefiction



Om te beginnen worden sciencefiction, thrillers en graphic novels steeds vaker genoemd als genres waar de creatieve en innoverende toekomst van de roman ligt. Voor de thriller is er al een zekere traditie met de selectie van David Peace voor de Granta-selectie van 2003. En ook David Mitchell gebruikt stijlelementen van populaire genres om de innoverende kracht van zijn kameleoneske fictie te realiseren. Hier worden de 'superieure thrillers' van Mohsin Hamid (The Reluctant Fundamentalist (vert.: De val van een fundamantalist) en Chris Cleave (Incendiary (vert.: Licht ontvlambaar) en The Other Hand (vert.: Kleine bij) naar voren geschoven. Minder thrillers in de strikte zin van het woord dan literaire werken die met een thematiek als terrorisme, een spanningsveld opbouwen.

Ook Steven Hall en Scarlett Thomas kunnen hier geplaatst worden. Hall met zijn als psychologische thriller verpakte ideeënroman The Raw Shark Texts (vert.: Gehaaid). Een gehypt debuut over geheugenverlies en identiteit, dat onder meer vergeleken werd met de film Memento. Thomas schreef naast kortverhalen een aantal detectives. In haar voorlaatste roman The End of Mister Y. (vert.: De verdwijning van Thomas Lumas) staat de obsessie van een studente voor een vervloekt boek van een negentiende-eeuwse filosoof centraal. Het ontbreken van het actieve thrillereffect in haar laatste werk, Our Tragic Universe, maakt dat de theoretische uiteenzettingen over leven, dood en hiernamaals minder uit de verf komen.

Voor sciencefiction is het dan weer een primeur om zoals China Mièville (Peredido Street Station (vert.: Station Perdido) en The scar (vert.: Armada) zijn oudere werken, sinds 2003 is er niets meer vertaald)) bij de trendsetters van de Britse literatuur gerekend te worden, zonder invloedrijke auteurs als Doris Lessing en J.G.Ballard over het hoofd te zien. Toch is dit een fenomeen dat sterker in de Verenigde Staten speelt, net zoals de literaire acceptatie van de graphic novel. In mei verschijnt Mièvilles nieuwste boek Embassy Town.



Komedie



De komische toets is een vaste waarde binnen de Britse literatuur, maar de invulling is met de veranderende tijdgeest vaak rauwer geworden. Ze leunt sterker aan bij de tragedie, maar heeft een sterke relativerende werking. Met de selectie van Paul Murray (Skippy Dies (vert.: Skippy onder de sterren verschijnt in september bij Signatuur) wordt er een Ierse toets aan de selectie toegevoegd, maar Dan Rhodes en Patrick Neate zijn veel Britser van aard. Rhodes is in de eerste plaats een kortverhalenschrijver, sterk geïnspireerd door de muziek van The Smiths en Morrisey voor repectievelijk zijn leven en werk. Pas gaandeweg is hij die techniek in romans gaan bundelen, waarvan Gold (vert.: Goud) en Little Hands Clapping de recentste zijn. Met een vijftal vertalingen scoort deze bewust uncoole schrijver zeer goed bij ons.

Patrick Neate daarentegen is hier de grote onbekende. Deze sterk multicultureel georiënteerde auteur die zijn tijd verdeelt tussen het Verenigd Koninkrijk en Afrika, is in zekere zin de erfgenaam van William Boyd, maar met een scherp oog voor het hedendaagse Afrika, (jongeren)cultuur en muziek. Met romans als Twelve Bar Blues (Whitbread Award) en The London Pigeon Wars verdiende hij de Granta-lijst van 2003 te halen. Zijn vijfde roman, Jerusalem, is opnieuw een energetisch stukje literatuur.



Multiculturalisme



Zadie Smith was ongetwijfeld een van de paradepaardjes van de Granta-lijst. Niet alleen veroverde ze de harten van de kritiek met superieure romans over de conflicten binnen de multiculturele samenleving zoals White Teeth (Witte tanden) en On Beauty (Over schoonheid) ? langs moeders kant heeft ze Jamaïcaanse roots. Ook werkt ze actief mee aan de literaire scene via de uitgave van bloemlezingen en het schrijven van essays over literatuur zoals de bundel Changing My Mind (vert. Ik heb mij bedacht). In 'Two Directions for the Novel' gaat ze in op de toekomst van de Engelstalige roman door werk van Tom McCarthy en Joseph O'Neill te vergelijken. Globaal lijkt Smith zich soms verwanter te voelen met de Amerikaanse McSweeney's groep rond Dave Eggers en de manier waarop ze over de plas het literaire en het grafische actief met elkaar vermengen.

Kamila Shamsie is in Pakistan geboren en woont afwisselend in Londen en Karachi. Ze maakt deel uit van de nieuwe generatie Pakistaanse schrijvers zoals Mohsin Hamid, die een evenwicht zoeken tussen het Westen en hun geboorteland. Haar eerste vier romans (onder meer Kartography (vert.: Kartografie) en Broken Verses spelen zich volledig af in Karachi, terwijl Burnt Shadows (vert.: Verbrande schaduwen) een internationalere setting heeft. Toch staan overal interculturele relaties en culterele identiteit centraal, die gebukt gaan onder het gewicht van de culturele geschiedenis en familieverwachtingen. De Indische Anjali Joseph werd geselecteerd voor haar debuut Saraswati Park, dat zich afspeelt in haar geboortestad Mumbai. De stijl herinnert aan het werk van Amit Chaudhuri. Opnieuw een exponent van de postkoloniale literatuur, die steeds sterker haar stempel drukt op de Britse roman.



Geschiedenis



Geschiedenis blijft een belangrijke thematiek in de fictie, ook in de Britse postmillenniumliteratuur. Zo zijn er de levens van negentiende-eeuwse dichters van Adam Foulds en Benjamin Markovits. Foulds brengt met The Quickening Maze (vert.: De dwaaltuin) een half verzonnen, half historische roman over de relatie tussen de opgenomen dichter John Clare, de directeur van de psychiatrische instelling, Matthew Allen, en de beroemde dichter AlfredTennyson, die vlakbij woont om zijn zieke broer te bezoeken. Na zijn bekroonde romandebuut The Truth about these Strange Times (vert.: Hoe het werkelijk is gegaan) behaalde Foulds met deze tweede roman de shortlist van de Booker Prize. De in de Verenigde Staten geboren Markovits ruilde een carrière als basketbalspeler in voor de studie van de romantische dichters. Hij werkt aan een trilogie over Byron, waarvan de eerste twee delen (Imposture en A Quiet Adjustment intussen verschenen zijn. Het relaas van zijn basketbalperiode, Playing Days verscheen vorig jaar.

Het oostblok is een minder voor de hand liggend thema binnen de Britse literatuur, zeker in de handen van een Brits-Indische auteur als Rana Dasgupta. Geboren in Canterbury en woonachtig in Delhi verkiest hij internationale onderwerpen. Zijn debuut Tokyo Cancelled bundelt dertien verhalen van passagiers die gestrand zijn op de luchthaven van Tokyo. In Solo (de vertaling verschijnt in april bij Signatuur) brengt hij een fictionele geschiedenis van Bulgarije vanuit het standpunt van een 99-jarige chemicus. David Szalay is dan weer afkomstig van Cannada. Na zijn bekroonde debuut London and the South-East publiceerde hij The Innocent. Daarin geeft hij een inventieve kijk op de Russische geschiedenis. Terugblikkend op het einde van de jaren veertig, wordt het verhaal verteld door een KGB-agent die gaandeweg het geloof in het communisme verloren is.



John Llewellyn Rhys Prize



De John Llewellyn Rhys Prize is een literaire bekroning voor Engelstalig werk gepubliceerd in het Verenigd Koninkrijk door auteurs uit de Commonwealth van 35 jaar of jonger. Hoewel de geografische scoop breder is dan de lijst van The Telegraph lijkt deze bekroning, gezien de globalisatie binnen de Britse literatuur, een interessante bron voor kwaliteitsauteurs onder de veertig. Sinds 2000 wonnen twee van de geselecteerde auteurs, Sarah Hall en Evie Wyld, en werden onder meer Zadie Smith, Rana Dasgupta, Ross Raisin, Joanna Kavenna en Adam Foulds genomineerd.

Wyld en Raisin focussen op afgelegen plekken, die in schril contrast staan met de vertrouwde stad. Wyld groeide op in Australië en voert ons in haar debuut After the Fire, a Still Small Voice (vert.: Na het vuur, een ademloze stilte) naar de overweldigende natuur van de Australische Oostkust en terug naar Sydney. God's Own Country (vert.: Aards paradijs) is Ross Raisins eerste roman over de van school gestuurde Marsdyke, die schapen gaat hoeden op de Yorkshire Moors. Zijn leefwereld wordt echter gaandeweg grondig veranderd door steedse inwijkelingen die de boerderijen in de omgeving opkopen.

Op basis van de covers zou je Joanna Kavenna's romans als lichte lectuur over depressies en het moederschap kunnen afdoen, maar Inglorious refereert aan het thema van steedse ontworteling bij Knut Hansum, Robert Musil en Saul Bellow, en The Birth of Love behandelt in verschillende verhaallijnen hoe in verschillende historische periodes een zwangerschap het leven van de personages beïnvloedt. Kavenna is bovendien een bekroond reisauteur.

Sarah Hall is geboren in Schotland en woont in Cumbria, de locatie van haar debuutroman Haweswater. Haar bespiegelingen over de liefde krijgen vorm binnen intrigerende covers die de complexiteit van haar werk recht doen. Haar settings zijn twintigste-eeuws of toekomstig (zoals in The Carhullan Army (vert.: De vrouwen van Carhullan)) met speciale aandacht voor vrouw en maatschappij. Dood en kunst staan centraal in haar recentste werk How to Paint a Dead Man (vert.: Portret van een dode man) over schilderkunst in de jaren zestig en negentig.



Brits-Joodse fictie



Tot slot stelt zich de vraag naar de Joodse romans in de Britse literatuur, in het spoor van de bekroning van Howard Jacobson met de Booker Prize. Ze leiden een tamelijk verborgen leven in vergelijking met de gehypete werken met Caribische, Indische en Afrikaanse roots. Dat in tegenstelling met de Verenigde Staten, waar de Joodse auteurs in belangrijke mate hun stempel gedrukt hebben op de Amerikaanse literatuur. Nochtans woont in Engeland de vijfde grootste Joodse gemeenschap in de wereld. Behalve onder meer Jacobson, Will Self, Matthew Kneale, Jenny Diski, Naomi Alderman en Lisa Appignesi belooft het werk van Adam Thirlwell de Joodse literatuur in Groot-Brittannië een boost te geven. Hij debuteerde met de seksuele komedie Politics over alles en Milan Kundera, die prompt voor de blurb van Thirlwells tweede roman zorgde, The escape (vert.: De vlucht). Daarin staat de 'schoonheid van verlies' centraal, en 'de onmogelijkheid de eigen geschiedenis van je af te werpen'. Vrouwen en gepijnigde hersenen lijken de obligate ingrediënten van Thirlwells universum. Miss Herbert is dan weer een meer essayistiche roman, waarin hij poogt de ideale Nabokov-roman te schrijven, maar dat complexe experiment wordt vaak geklasseerd onder de categorie 'literaire kritieken'.

Globaal gezien zal in de loop van dit jaar drie kwart van deze auteurs goed doorgestroomd naar de Nederlandstalige markt. Vooral het werk van Paul Markovits, Patrick Neate, David Szalay, Anjali Joseph en Joanna Kavenna moet hier nog ontdekt worden. Zou deze lijst van The Telegraph dan toch weinig origineel zijn, of hebben we te maken met een visionair uitgeversbeleid in onze contreien?

Adam Foulds, De dwaaltuin, Ailantus Amsterdam, 2011, 236 p., € 17,95. ISBN 9789089530462. Vert. van: The quickening maze door Fastenau, Jan

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf 2011

© 2020 | MappaLibri