Jungle boek: Mowgli’s verhaal

9+ - De gerenommeerde illustrator Nicola Bayley werd meermaals genomineerd voor de prestigieuze Kate Greenaway Medal. Nu scoort ze opnieuw met prachtige illustraties bij Rudyard Kipling Jungle boek: Mowgli's verhaal. Het betreft hier niet Het jungleboek (1894) in zijn geheel, maar de drie eerste verhalen, waarin Mowgli de hoofdrol speelt. Zo wordt hij grootgebracht onder de wolven; krijgt hij onderricht in de wetten van de jungle door Baloe de beer, Kaa de slang en Bagheera de zwarte panter; wordt hij gekidnapt door het apenvolkje; en gaat hij uiteindelijk de confrontatie aan met Shere Khan, de kwaadaardige tijger. Overbodige uitleg voor de meesten wellicht, want de verhalen van Mowgli behoren -- misschien niet zozeer via Kiplings boek, maar via de tekenfilm van Disney -- zowat tot het collectieve geheugen.
 
Het verhaal is geënt ‘op een sterk koloniaal fantasma: de koloniale mens zou zomaar greep op zijn wereld kunnen krijgen, zonder noemenswaardige problemen en conflicten op zijn weg te vinden’. Maar Kipling verschilt hier van andere koloniale schrijvers, door te trachten een brug te slaan tussen twee werelden. Die van de kolonisator en de gekoloniseerde (Kim, 1911) of symbolischer, die van de mensen en de dieren (Het jungleboek). De respectieve hoofdpersonages, de Anglo-Indische Kim en de door wolven opgevoede Mowgli behoren tot twee werelden. In Het jungleboek wordt dat verwoord in 'Mowgli's lied':
 
‘Deze twee dingen vechten samen in mij, zoals slangen in het voorjaar vechten. Het water stroomt uit mijn ogen, maar ik lach als het valt. Waarom? Ik ben twee Mowgli's, maar de huid van Shere Khan ligt onder mijn voeten. [...] Mijn hart is zwaar van al die dingen die ik niet begrijp.’
 
Voorlopig kiest Mowgli met de wolven en tegen de jager van het dorp voor de dierenwereld. Hier stopt het verhaal in deze uitgave, maar eens zal hij teruggaan naar het dorp en trouwen. Hij komt terug als boswachter van het Britse Rijk: zo blijft hij een (koloniale) ‘heer en meester van de jungle’.
 
De drie verhalen zijn integraal opgenomen in een vertaling van Andrea Princen-Hagen. Het boek is prachtig vormgegeven. Op de cover een gouden paleis, omringd door gouden palmbomen en dieren, en door een venster zie je Mowgli in de jungle. De tekst is ruim gezet tegen een spikkelgrijze achtergrond en wordt afgezoomd met een gestileerde bloemenband. Hier en daar bewegen kleinere (dieren)figuren lopend, springend, kruipend over de bladspiegel, maar de meeste van de illustraties krijgen een strak afgelijnd wit kader mee. Ze bieden a.h.w. een venster op de verhalen van Mowgli.  
 
De vrijstaande potloodtekeningen contrasteren met de omkaderde illustraties in exotische, vibrerende kleuren. Het zijn pareltjes van miniaturen die bol staan van beweging en detail. Wie zich geroepen voelt, kan de haartjes van de dierenvacht of de schubben van de slang tellen. En ook de emoties worden raak getypeerd in lichaamsbewegingen en gezichtsuitdrukkingen. Een klassiek aandoende uitgave met oosterse uitstraling. Een boek dat doet reizen en dat gereisd heeft: ‘Gedrukt in China’.
 
Nicola Bayley: Jungle boek: Mowgli’s verhaal, Christofoor, Zeist 2005, 158 P; ill. Vertaling van The jungle book door Andrea Princen-Hagen. ISBN 9062388000
 
Oorspronkelijk verschenen in De Leeswelp 2005 

© 2020 | MappaLibri