Kroniek van een verzonnen leven

Charles Ducal is vooral bekend als een van de meest vooraanstaande Vlaamse dichters. Hij debuteerde in 1987 met Het huwelijk, een schandaal verwekkende bundel omdat hij het samenleven van de echtelieden alles behalve in romantische

termen beschrijft, maar voorstelt als banaal en saai; de relatie is hoegenaamd geen bron van vreugde, maar wordt als verstikkend ervaren. De ik-figuur vlucht in fantasieën en dromen om aan de beklemming te ontsnappen, met een soort gespletenheid tot gevolg. Hij onderdrukt daarbij zijn ware gevoelens, die evenwel in zijn verbeelding tot leven komen.  
 
Wat duidelijk wordt, is dat de ik-figuur, om aan de maatschappelijke conventies te voldoen, zijn diepste drijfveren verdringt, maar ze in zijn schrijven toelaat. Dat Jekyll en Hyde-motief wordt geëxpliciteerd in de titel van de volgende bundel: De hertog en ik (waarbij de hertog een onverholen verwijzing is naar het pseudoniem van de dichter: Ducal). Het spel met de dubbele identiteit (schrijver en sterveling) en de vermenging van feit en fictie beheerst vele gedichten van Ducal. Ze lijken autobiografisch, maar door de culturele en literaire referenties, en het gebruik van dromen, sprookjes en elementen uit de griezelliteratuur stijgen de geschetste taferelen uit boven het anekdotische en krijgen ze een archetypisch karakter.  
 
Dat geldt ook voor de kleine, autobiografisch geïnspireerde roman die Ducal nu laat verschijnen: Kroniek van een verzonnen leven – de titel geeft ook hier het spel met waarheid en verdichting aan, maar tegelijk geeft hij aan wat de functie van literatuur is: ze verwezenlijkt het leven dat in de werkelijkheid niet gerealiseerd kan worden.
 
Hoewel in zijn poëzie in elke bundel de vaderfiguur, de kindertijd en de relatie met de vrouw aan bod komen, verbreedt de thematiek van Ducals werk zich vanaf de bundel In inkt gewassen: er is steeds meer aandacht voor de buitenwereld. In zijn recentste bundel, De buitendeur laat Ducal het engagement dat hij in zijn essayistische proza reeds tentoon spreidde nu ook in zijn poëzie binnen, en ook in de verzameling gedichten die hij schreef als Dichter des Vaderlands werd zijn betrokkenheid op de wereld duidelijk.  
 
Met Kroniek van een verzonnen leven keert hij echter volledig terug naar de thematiek van zijn vroege gedichten: het is een introspectieve terugblik op zijn leven als boerenzoon, excellente leerling, links-geëngageerd student en burger, leraar en dichter waar een beetje psychoanalyticus een vette kluif aan heeft.
 
Net zoals in zijn poëzie wordt in deze roman duidelijk het freudiaanse schema gereproduceerd. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de beschrijving van de relatie met de ouders: de vader is groot en afschrikwekkend, de moeder wordt zorgend, maar als afstandelijk en onbereikbaar voorgesteld. Samen met een onverwerkt trauma – het hoofdpersonage is op jonge leeftijd getuige van een verkrachting die eindigt in doodslag, iets waar hij zijn hele leven niet over vertelt – bepaalt die afkomst zijn leven. Enerzijds is er de voortdurende behoefte om uit te blinken, als affirmatie tegenover de vaderfiguur: de jongen haalt 100 procent op zijn eerste rapport (en krijgt dan pas een naam in het boek: Rémi – het is dus letterlijk de eerste keer dat zich als zichzelf weet te manifesteren), hij is steeds de primus perpetuus, zal een voorbeeldig student zijn en wil ook als schrijver altijd maar de beste zijn. Overigens is de titel van zijn debuut in de roman, ‘Standbeeld van God’, veelzeggend in dat opzicht, en even sprekend is het feit dat de vader niet aanwezig is wanneer zijn zoon er een prijs voor ontvangt.  
 
Anderzijds is er een verwrongen omgang met seksualiteit. Dat gaat van een obsessie met masturbatie over het moeilijk leggen van relaties met meisjes tot het kijken naar porno en een aantal perverse fantasieën die hij meestal weet te onderdrukken, behalve wanneer hij een prostituee bezoekt en wanneer hij aan het einde van zijn leven dementeert. Het zijn twee momenten waarop de controle verloren wordt en de drift die tot dan toe gesublimeerd kon worden in fantasievoorstellingen en literatuur zich manifesteert. Dat alles gaat gepaard met symbolisch geladen angstdromen waarin de jeugdtrauma’s zich tonen.
 
Pas aan het einde van zijn leven ziet hij in dat zijn bestaan bepaald is door iets buiten zichzelf:

‘Alsof zijn eigen leven hem is ontstolen en een ander, verzonnen en uitgetekend door vreemde ogen en handen, hem is opgelegd. En door wie? Ja, door wie? Altijd geleefd om te presteren, thuis, op school, aan de universiteit, bij de avant-garde, voor de klas, in de liefde, in de literatuur. Nooit zichzelf leren aanvaarden in het falen, de teleurstelling, de nederlaag.’
 
Zijn biografie blijkt voornamelijk een door anderen geschreven levensverhaal. Als dat besef doordringt, besluit hij alle druk van zich af te werpen voor de jaren die hem nog resten en weet hij zich eindelijk aan de ‘wet’ te ontworstelen. Het is uiteindelijk wanneer hij dement is dat hij zich volledig bevrijdt. Niet alleen omdat dan alle remmen op een pijnlijke manier verdwijnen – hij verkracht haast zijn vrouw –, maar ook omdat hij in die ziekte de gelijke van de vader wordt, die eveneens aan de ziekte van Alzheimer leed.
 
Ducal heeft met Kroniek van een verzonnen leven een beklemmende roman geschreven die een beeld geeft van de generatie die net na de Tweede Wereldoorlog is geboren en zich in de jaren zestig en zeventig wel trachtte te ontdoen van de patriarchale samenleving, maar er toch sterk door is bepaald, ja zelfs door getekend is. Dat doet hij enigszins schematisch en in een ongekunstelde stijl waarin voornamelijk de hamerende staccatozinnetjes opvallen. Hij behandelt een thematiek die reeds talloze keren is beschreven en zonder twijfel ook al fraaier verwerkt is, maar hier toch heel confronterend naar voren komt. Ook binnen zijn oeuvre is dit een belangrijk boek: hoewel het een terugkeer is naar zijn aanvankelijke onderwerp, is het tegelijk een poëticale explicitatie van Ducals schrijverschap.
 
Charles Ducal: Kroniek van een verzonnen leven, Atlas/Contact, Amsterdam 2018, 172 p. ISBN 9789025452247. Distributie VBK België 


© 2018 | MappaLibri