Pachinko

Min Jin Lee (1968) werd geboren in het Zuid-Koreaanse Seoul en emigreerde in 1976 als zevenjarige met haar ouders naar de Verenigde Staten. Ze groeide op in Elmhurst (Queens) en bracht veel tijd door in Queens Library waar ze leerde lezen en schrijven. Lee studeerde geschiedenis aan Yale College en rechten aan Georgetown University Law Center. Tot 1995 werkte ze als bedrijfsjurist in New York, maar koos uiteindelijk voor een onzekere loopbaan als schrijver.

Lee heeft een grote passie voor negentiende-eeuwse auteurs als George Eliot en Honoré de Balzac. Haar voorkeur voor realistische romans in de Victoriaanse traditie wordt weerspiegeld in haar lijvige romans en het hanteren van de auctoriële vertelstijl. De ‘literaire’ bijbel is voor haar een grote inspiratiebron, die ze regelmatig ter hand neemt om haar schrijfproces vooruit te helpen:

‘Before each writing session, I started to read the Bible like a writer, thinking about language, character, and themes. And as I read the Book of Genesis, I started to see why the Bible has been the ur-text for so many Western writers of classics: It’s such a rich text, one that could spawn thousands if not hundreds of thousands of novels, poems, and plays’. (The Atlantic)

Min Jin Lee schrijft al fictie, non-fictie en essays sinds haar studententijd voor uiteenlopende publicaties, maar in boeken uitgedrukt is haar oeuvre relatief beperkt met slechts twee gepubliceerde romans op haar vijftigste. Veel heeft te maken met de uitgebreide research.

Vooral de voor de National Book Award 2017 genomineerde roman Pachinko heeft een ontstaansgeschiedenis van bijna dertig jaar, nadat Lee in 1989 een lezing van een missionaris volgde die werkte met Koreaanse migranten in Japan. Op een bepaald moment werd het project opzijgelegd, om haar debuutroman Food for Millionaires (2007) te schrijven.

Daarna verbleef ze ruim vier jaar in Japan (2007-2011) om uitgebreid Koreaanse migranten te interviewen, wat uiteindelijk in 2017 haar tweede roman opleverde. Naar verluidt werkt ze nu aan een derde roman onder de titel American Hagwon (‘I want to write about the importance and dangers of education for Koreans around the world’), om zo over een aantal jaren een stevige trilogie af te ronden, waarin Korea en de Koreaanse migratie centraal staan.

Food for Millionaires focust op de in het straatbeeld opvallend aanwezige Amerikaans-Koreaanse gemeenschap in Elmhurst (New York), de economische tijdgeest en de verhoudingen tussen de sociale klassen, met speciale aandacht voor de identiteitsverschuivingen die plaatvinden binnen etnische en sociale migratiepatronen. Met Pachinko verhuizen we naar het haast ondergrondse, verborgen leven van de Koreaanse gemeenschap in Japan. Een grote sprong voor Min Jin Lee, van een vertrouwde wereld met autobiografische elementen waarin ze opgroeide, naar het observatiepunt van buitenstaander.

Deze Japanse Koreanen of Zainichi (i.e. vreemdeling die in Japan verblijft) zijn migranten uit de koloniale periode en hun afstammelingen. Hoewel sommigen vandaag al vijf generaties in Japan wonen, blijft de Koreaanse afkomst als een discriminerend stigma boven hun hoofd hangen, zelfs als ze het Japans staatsburgerschap hebben of binnen de Japanse gemeenschap getrouwd zijn.

‘Pachinko’ is een Japanse gokmachine met een lange geschiedenis die in Min Jin Lee’s boek brood op de plank brengt voor een van de hoofdpersonages, maar tevens een metafoor is voor de toevalligheden die het leven sturen. Min Jin Lee is dan wel de alwetende, goddelijke verteller die het lot bepaalt, ze haalt haar inspiratie om haar personages te benaderen uit het Bijbelse verhaal van Jozef (zoon van Jacob) uit het boek Genesis: ‘If suffering and injustice can be recast as opportunities for empathy and forgiveness, even life’s worst events can feel like divine fate’. (The Atlantic)

Verbannen uit een Koreaans vissersdorp, begint een Koreaanse familie een nieuw leven in Japan, dat ze over verschillende generaties uitbouwt, gedurende een periode van honderd jaar. Eind jaren zestig reflecteert Nabuo Ban (geboren Noa Baek) op de lange weg die zijn familie en hijzelf moeten afleggen om binnen de Japanse maatschappij een plaats te vinden. Een verborgen leven waarin de drang tot assimilatie voortdurend afgeremd wordt door de angst om ontmaskerd en verworpen te worden, om zijn job en zijn gezin te verliezen.

Het blijft generaties lang een pijnlijk gevecht om te overleven in een vreemd land, waar elke drie jaar de verblijfsvergunning verlengd moet worden en je verborgen identiteit via de administratie te achterhalen is. Niettemin projecteert Min Jin Lee als regisseur ook het beeld van de weerbaarheid en het doorzettingsvermogen van haar personages, die desondanks met humor, zang en dans ook licht in hun donkere levens laten schijnen. Een invalshoek die ze pas ontdekte toen ze de Japanse Koreanen effectief kon interviewen.

Min Jin Lee: Pachinko, Meulenhoff Amsterdam, 2018, 511 p. ISBN 9789029092494. Vertaling van Pachinko door Ineke Lenting en Paul van der Lecq. Distributie Lannoo


© 2018 | MappaLibri