Of iedereen gaat dood

De psychotherapeuten en hun cliënteel, het is een verhouding waarover je boekenkasten vol zou kunnen schrijven. Hoeveel mensen dumpen hun diepste geheimen wél bij hun psycholoog, maar niet bij hun levenspartner of bij hun allerbeste vrienden? En wat doet dat met de professionele relatie tussen therapeut en cliënt?
 
Saskia en Lander, zo heten de twee protagonisten in Of iedereen gaat dood van Siel Verhanneman. Saskia de therapeut, Lander de cliënt. Of is het omgekeerd? Deze roman leest als een kat en muisspel tussen twee dolende, gekwetste zielen. Telkens wanneer je denkt te weten hoe de vork in de steel zit, neemt een van hen een zoveelste kronkel en ben je de weg weer kwijt.
 
Of iedereen gaat dood is Verhannemans debuutroman. Ze publiceerde eerder al enkele opgemerkte poëziebundels, zoals vorig jaar nog  Zo scherp je kon er ook niet geweest zijn. Het is ook in deze roman te merken, dat feilloze gevoel voor taal, het talent om in enkele woorden niet alleen feiten te beschrijven maar ook een hele gemoedstoestand te kunnen vatten. Ze gebruikt daarvoor een taal die ogenschijnlijk simpel is, zonder oog voor detail of nuance te verliezen.
 
Het is een talent dat van pas komt in Of iedereen gaat dood, want in deze roman speelt zo goed als alles zich af in de hoofden van de twee hoofdpersonages. Lander worstelt met zichzelf na de dood van zijn vader. Hij raakt maar moeilijk weer opgestart, zijn leven is een gevecht met zichzelf dat zich afspeelt tussen het stamcafé, de stoeptegels en sporadische bezoekjes aan zijn grootmoeder. Met Saskia gaat het nauwelijks beter. Ze is dan wel zijn therapeut, maar zorgeloos is ze zeker niet. Steeds meer wordt duidelijk dat ook zij vervuld is van gemis, van een leegte die ze wil opvullen. Maar hoe?
 
Aanvankelijk wordt de lezer nog op het verkeerde been gezet. Het lijkt erop dat Lander en Saskia gevoelens voor elkaar ontwikkelen. Gelukkig heeft Verhanneman iets minder clichématigs in petto. Want terwijl Lander het via allerlei omwegen eigenlijk vooral over zijn overleden vader heeft, raakt Saskia steeds meer in die overleden vader geïnteresseerd. Geobsedeerd zelfs, en verliefd, dat ook. Zodanig intens is ze met hem bezig dat ze hem weer tot leven wekt, over hem vertelt op feestjes, met hem uit wandelen gaat. Terwijl Lander een dwangneurose ontwikkelt (hij moet alles drie keer doen: drie keer de wc doorspoelen, drie flessen wijn drinken) gaat Saskia er met zijn overleden vader vandoor.
 
De dwangneurose weet Verhanneman zeer goed vorm te geven, onder andere door onsamenhangende, korte zinnen in kapitalen. Maar we komen al snel meer te weten over Lander, want op een bepaald moment in het boek wisselt het perspectief van Saskia af met dat van Lander, krijgen we ook zijn visie op de feiten, zijn hersenspinsels.
 
Hoe weinig er ook in Of iedereen gaat dood lijkt te gebeuren, Verhanneman slaagt erin alles zo goed te doseren dat het boek leest als een thriller. Ze geeft net genoeg informatie prijs om de lezer in haar greep te houden, maar nooit zoveel dat je fantasie en inlevingsvermogen in zouden kunnen dommelen.
 
Siel Verhanneman: Of iedereen gaat dood, Angèle, Antwerpen 2019, 203 p. ISBN 9789022335178. Distributie Standaard Uitgeverij 

© 2019 | MappaLibri