Kapitein in hangmat

Poëziebundels voor kinderen zijn weer in opmars. Vier jaar na Vogelzwemvliegvis (2018) verschijnt van Kasper Peters de nieuwe dichtbundel Kapitein in hangmat is het debuut van Kasper Peters, uitgebracht door de jonge uitgeverij Loopvis, die steeds op zoek is naar originele invalshoeken 

 en naam maakte met de ‘Kakkerlakjes’ – dunne, geïllustreerde boekjes die in een enveloppe passen. Net als bij vrijwel alle bundels met kinderpoëzie is aan de vormgeving veel zorg besteed. Kapitein in hangmat oogt fris en uitnodigend; de bundel kreeg een harde kaft en illustraties in kleur, net als bij de vorige bundel van Anne Caesar van Wieren. Zes paginavullende linosnedes in wisselende kleuren (van grasgroen over korengeel tot nachtblauw) leiden telkens een groep gedichten in, losjes bij elkaar passend qua thematiek. De ik-figuur gaat op avontuur in de tuin, helpt ‘de poppen op het droge / ze hebben de hele dag / gezwommen in het gras’, reist in de verbeelding en langs landen ‘zo groot / dat ze hun eigen grenzen niet kennen’, denkt, droomt en observeert.

De meeste gedichten uit Kapitein in hangmat verschenen eerder al in het tijdschrift DICHTER, dat erg bepalend is geworden voor de hedendaagse kinder- en jeugdpoëzie. Debutanten of ervaren dichters voor volwassenen vinden er hun plek naast vertrouwde stemmen. Het tijdschrift vormt zo een broedplaats voor verse kinderpoëzie, waar experiment logisch deel van uitmaakt.
 
Wanneer gedichten worden gebundeld in een boek, verwacht ik echter een strengere selectie. In dat opzicht overtuigt Kapitein in hangmat niet over de hele lijn: soms zijn gedichten onvoldoende gerijpt. In elk gedicht is de aandachtige blik en frisse kijk van een goede observator te voelen, maar geregeld blijft de taal al te dicht bij het alledaagse, of valt een gedicht na een sterk beeld of een boeiende gedachte weer plat. De gedichten van Peters moeten het vooral hebben van aandachtig kijken en daarop verder breien, eerder dan van een prikkelende omgang met taal en beelden. Enkele gedichten vragen dan ook om wat meer houvast: wie begrijpt binnenkort nog dat het gedicht ‘binnen blijven’ naar de lockdown verwijst, en welke wereld roep ‘de klif van Dover’ op als je geen idee hebt waaruit dat landschap is opgebouwd?
 
Sterker zijn de gedichten waarin je als lezer niet het gevoel hebt dat de verbeelding en gedachtesprongen van de schrijver je net ontglippen, maar waarin hij lezers meeneemt en uitnodigt verder te denken, zoals in ‘keerpunt’ of ‘oorwimpers’. Tussen wat vlakkere gedichten zitten dan ook vele frisse parels, en beelden die blijven kleven, zoals ‘de herfst lezen’:  
 
‘soms praat de wind  
en hebben de wolken ruzie
dan lopen we naar buiten  
om te zoeken naar een ster
 
soms heeft de zee de herfst
in haar hoofd
en praat ze met de wolken  
zoals honden praten met de maan
 
soms lachen mijn ouders
in hun bed als dieren die alvast
een lentedag opnemen
en open ik het raam’
 
Er lijkt toch weer een nieuwe kinderdichter opgestaan.
 
Kasper Peters, Anne Caesar van Wieren: Kapitein in hangmat, Loopvis, Arnhem 2022, 63 p. : ill. ISBN 9789083211503

© 2024 | MappaLibri