Vanaf zes jaar

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2020

Joukje Akveld, Ariadne Van Zandbergen (foto’s): Wat niet in de safarigids van je ouders staat

door Henk van Viegen

8+ - Het zou best aardig zijn als Joukje Akveld een van onze illustratoren zo ver zou krijgen weer eens samen met haar een prentenboek te maken. Maar dit nieuwe boek maakt duidelijk dat ze eerst nog een derde groep lezers wilde vinden om haar fascinatie met het dierenrijk van (Zuid-)Afrika mee te delen. Ze reisde er, soms maandenlang, rond, met verschillende fotografen.
 
Wij waren hier eerst is een redelijk activistisch verteld boek voor tienplussers. Akveld richt zich daarin niet alleen op de beschrijving van de dieren, hun karakter, uiterlijk, leefgebied, maar ook sterk op hun overlevingskansen. Ze sprak met rangers, dierenactivisten, vrijwilligers en verzorgers en schreef over handelaren, stropers en corrupte politici. Een soort uitvloeisel van dit boek was Mijn kleine safari (2017), gemaakt voor peuters en kleuters. Aan de hand van foto’s van (dezelfde) fotograaf, Justin Fox, geeft ze ze de kans op hun manier goed naar de Zuid-Afrikaanse dieren te kijken. Dit doet ze door per twee foto’s vooral te werken met tegenstellingen (dag-nacht, bontkraag-kale nek), maar ook met verschillende bewegingen en acties als kruipen-graven, klimmen-springen.
 
Wat niet in de safarigids van je ouders staat zit hier een beetje tussenin. Ook jongere kinderen kunnen dit boek goed aan. Akveld schrijft dynamisch, toegankelijk en humoristisch en maakt handig gebruik van de leefwereld en de taal van haar lezers. Door dieren te vergelijken met klasgenoten bij voorbeeld, of in een formulering (bij de neushoorn) ‘je moet niet met hem fokken’. Dieren die elkaars gezelschap zoeken, noemt ze BFF’s.  
 
De nadruk ligt nu nagenoeg helemaal op de beschrijving van karakter, leefgebied, voedsel, poep, zichtbaarheid, etc. van de geselecteerde dieren. Op hun schoonheid, ook al zijn ze superlelijk, en slimmigheden. Het engagement ontbreekt (dus) niet helemaal, maar beperkt zich tot een suggestieve opmerking over de komst van de Europeanen, wat het eind betekende van de harmonie mens-natuur. Verder met een min of meer bekende maar krachtige, venijnige beschrijving van de mens in het hoofdstuk ‘Apen’: in bijna alles zwak, van zintuigen tot snelheid, maar dankzij ‘vals spelen met auto’s en geweren’ ‘de minst bedreigde diersoort’. De foto naast de pagina ‘Mens’ toont een paar reuzen van jeeps, ertussen scharrelt klein een roofdier. En dan zijn er nog wat van die terloopse opmerkingen als ‘De enige die geen onderscheid maakt is de stroper. Die ziet twee hoorns met een neushoorn eraan en richt zijn geweer’.
 
Na een paar inleidinkjes over wat nu eigenlijk een safari is, en hoe je je verplaatst (in een ópen auto), start ze met de feiten over aardig wat beesten. Ieder dier krijgt twee pagina’s. Links staat een beschrijving, rechts een foto. Over de foto hangt een kofferetiketje met daarop een of ander extra weetje over het besproken dier, bij voorbeeld verlovingsgedrag bij een vorkstaartscharrelaar of hoeveel omeletten je kan halen uit één struisvogelei.
 
Deze Safarigids komt op een schitterend moment. Verreweg de meeste kinderen zullen nooit op safari gaan, en in deze coronatijden kan dat al helemaal niet en zitten ze thuis zonder avontuur. Maar dankzij dit boek kan het toch, ze reizen in hun hoofd met een boek. Het is of je met Akveld ter plekke bent. Je gaat overdag op pad, en leert de tekens kennen die de dieren kenmerken of achterlaten, want zien doe je ze niet echt vaak, ook doordat ze meesters zijn in camouflage.  
 
‘Er zijn of er niet zijn, dat is de vraag waar het in de natuur altijd om draait’.
 
Geduld is een schone zaak op safari. Ook ’s nachts neemt de Goede Getrainde Gids je mee, je leert de geluiden te duiden en de ogen te zien, en daarna wat je met je schoenen moet doen, ook de volgende ochtend. ‘Hij ‘leest’ de bush als Facebook waar dieren hun berichten achterlaten’. Akveld bespreekt deze berichten en tekens (poep, pootafdrukken, een platgetrapt struikje) in hoofdstukjes onder de terugkerende titel ‘facebook in de bush’.
 
Akveld kon maar weinig dieren beschrijven, er zijn er gewoon zo veel. Neem alleen al de vogels: 977 soorten. Ze bespreekt er tegen de twintig. Een paar lijstjes kenden wel al uit Wij waren hier eerst: ‘The Big Five’(leeuw, olifant, luipaard, buffel, neushoorn). Van daaruit noemt ze een aantal terugkerende stukken ‘niet de big five’, met bij voorbeeld ‘de shy five’, ‘de little five’ en de al uit het eerste boek bekende ‘ugly five’ (gier, knobbelzwijn, maraboe, hyena en wildebeest). Ze krijgen allemaal een liefdevolle, uitgebreide en vaak erg geestige behandeling. Ook, en misschien wel vooral, als het van die erkende rotbeesten zijn. Als je weer eens hoort dat een dier op het punt van uitsterven staat, kun je in deze gids de informatie halen die je daarna wellicht droevig zal stemmen, maar nog beter: die je aanzet het voor ze op te nemen.  
 
Het boek ‘mocht geen stoeptegel worden’, dus Akveld moest streng selecteren. Maar als we flink zeuren, komt er misschien een tweede deel. Misschien is het handig als daarin wel een lijst van besproken dieren achterin staat met een paginanummer. Nu is er wel een lijst (je weet dus wel welk dier er in de gids staat), maar daar vind je alleen de Engelse naam naast. Ook ontbreekt een inhoudsopgave. Toegegeven: dat heeft ook wel iets aardigs. Als je bij voorbeeld nog even de ‘creepy five’ wilt checken, moet je weer gaan bladeren en dan blijf je weer ergens hangen, enz.  
 
Vergeet niet de schutbladen van dit strak geschreven boek te bekijken: sterke tekst met een mooie foto eronder.
 
Joukje Akveld, Ariadne Van Zandbergen: Wat niet in de safarigids van je ouders staat, Gottmer, Haarlem 2020, 221 p. : ill. ISBN9789025772413. Distributie L&M Books 

deze pagina printen of opslaan



ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri