Tussenbruggen
is in alle opzichten een merkwaardige uitgave. Het boek is uitgegeven op klein
formaat, met omgekeerd grote letters die aan een typemachine doen denken.
Daarenboven gaat het hier in feite om een beperkt aantal teksten, geschreven in
het Nederlands en vervolgens vertaald in het Frans, het Engels, het Arabisch en
het Brussels dialect. Het lijkt allemaal vreemd en nogal opgeklopt om een
stevig boekwerk te bekomen, maar in feite past dit alles bij het eigengereide
profiel van Alex Deforce. Hij is een artistieke duizendpoot, die gedichten
schrijft, muziek maakt, actief is als performer op diverse vlakken en in zijn
webshop allerlei gadgets verkoopt. De dichter als een ondernemer dus, als een
mens onder de mensen in onze laatkapitalistische samenleving.
Dat, en het feit dat hij bij
uitstek werkzaam is in de internationale smeltkroes Brussel, verklaart waarom
Deforce veel meer wil dan enkel een klassieke dichtbundel. Hij wil zijn werk
door zoveel mogelijk mensen laten beluisteren en lezen. Zijn gedichten zijn
daarom kort en lijken op posts van instagram. Vaak herleidt Deforce zijn
inzicht tot een aforisme, en op andere ogenblikken vertelt hij in feite een
verhaal, dat typografisch is opgesplitst in een aantal korte episodes. Het is
een manier om poëzie bondig te maken, als het ware te herleiden tot een spreuk
die in één oogopslag waargenomen kan worden.
Thematisch gaan de gedichten
over uiteenlopende zaken: mensen en toestanden, de stad, de natuur en zeker ook
de poëzie zelf. Poëzie wordt er aan het begin voorgesteld als ‘naamloze
panorama’s’, als landschappen die verbeeld zijn maar ook een zeker vervreemdend
effect hebben en onherkenbaar worden. Het is een definitie die ook aan het slot
van de bundel wordt hernomen en daardoor als het ware de cirkel van deze
poëtische wereld sluit. Deforce haalt zijn inspiratie uit dagelijkse voorvallen.
Hij beschrijft bijvoorbeeld het petanquespel van ouderen in Anderlecht, de
carwash of de landschappen van de stedelijke omgeving. Daarbij valt vooral op
hoe de dichter zichzelf als een ‘tussenin’ ziet. Hij bevindt zich als dichter
op een soort van observatiepost in de stad waar hij woont, hij ziet de
stadsrand als een overgang tussen het industriële en het meer landelijke
Brussel. Hij bevindt zich ook op het kruispunt van verleden, heden en toekomst:
de manier waarop hij zichzelf ziet als een verzamelaar van oud nieuws is
bijzonder treffend, en ook wat literatuur betreft onderstreept hij de waarde
van wat anderen al hebben geschreven. De dichter is tegelijk ook een
bruggenbouwer, iemand die verbanden legt en die op die manier mensen bij elkaar
wil brengen. Daarnaast is hij ook een soort van seismograaf, die de kwalen van
de eigen tijd waarneemt en aan de kaak stelt. De zucht naar materiële rijkdom,
de toenemende mechanisering van de wereld, het anonieme karakter van de grote
stad: het zijn thema’s die hier indringend worden verbeeld, niet altijd door grote
woorden maar door precieze fresco’s.
Lang niet alle gedichten en observaties in deze bundel zijn
even treffend verwoord, maar het is duidelijk dat Alex Deforce een dichter is
met een missie maar ook met een talent om in enkele zinnen een beeld of een
inzicht op te roepen. De gedichten die hier gepresenteerd worden zijn naar mijn
smaak te zeer instagram-formats en in die zin doen ze niet altijd recht aan de
poëtische suggestiviteit, aan het optimale ritme. Toch blijven een aantal
frasen en beelden hangen. De toekomst zal uitwijzen welk traject de veelkantige
kunstenaar wil uitgaan.
Alex Deforce: Tussenbruggen, Poëziecentrum, Gent 2024, 256,
72 p. ISBN 9789056551315
deze pagina printen of opslaan