Vanaf haar eerste literaire worp, de volumineuze
roman Ons deel van de nacht, kleurde de Argentijnse Mariana Enriquez al flink buiten de conventionele
lijntjes. De excessieve geweldscenes die ze daarin opriep baadden steevast in een
poel van excentrieke, veelal paranormale gebeurtenissen die het gebeuren zo
niet ontwrichtten dan wel een onverwachte dimensie meegaven. Die onweerstaanbare
hang naar het buitenaardse trok ze verder door in haar tweede werk, de spiritistische
verhalenreeks De gevaren van roken in bed. En vandaag is er deze gloednieuwe bundel, andermaal verhalen, andermaal
twaalf stuks, andermaal gehuld in een web van mysterie - haar huismerk als het
ware.
Dat komt
niet zomaar uit de lucht gevallen. Het brandmerk dat de zogeheten ‘Vuile
Oorlog’ met zijn talloze slachtoffers heeft nagelaten blijft, bijna een halve
eeuw na de feiten, traceerbaar schrijnen. Drugsgebruik en misdaad teisteren de Argentijnse
samenleving van vandaag en hollen ze uit. Zingeving brokkelt af, zo ook het
levensgeluk. Kinderen slaan op drift en worden gewetenloze boefjes. Economisch
is Argentinië is er belabberd aan toe, gaarkeukens moeten zelfs de ergste
honger opvangen. Zodat de spilfiguur in ‘Mijn droevige doden’ zich
ontmoedigd afvraagt of het dát is waarin ze oud moet worden: in ‘een toekomst
van dode kinderen en een stad die het helemaal ook niet meer weet’.
Het is deze ontredderde
samenleving (waarvan zij ook in eigen leven de littekens herkent) die Mariana
Enriquez de vertelstof aanreikt waarmee ze deze nieuwe rist verhalen stoffeert.
Ze vertelt kriskras over een zus, moeder, oma, een vriendin, een buurt, perfect
normale mensen in een perfect normale hedendaagse omgeving met de apps,
podcasts, video en internet die daarbij horen. Maar onverhoeds wordt dat
‘gewone’ leven doorkruist -en grondig verstoord- door het ‘ongewone’, doordat de
auteur halverwege een ‘spiritistisch uitstapje’ heeft bedacht, of haar figuren
onderdompelt in een groezelige hallucinatie die de ontaarding van de
samenleving tastbaar maakt. Je krijgt zodoende verhalen opgediend die zich in
eerste instantie als down to earth aandienen, om vervolgens een wending
te nemen richting paranormaliteit. Dat is een kolfje naar Enriques’ hand. Meer
dan wie ook verstaat zij de kunst om de ‘benedenaardse’ realiteit te doordesemen
met buitenaardse verbeelding, zodat een nieuwe werkelijkheid gestalte krijgt. De
individuele of maatschappelijke context: -die van kanker, pandemie,
gaarkeukens, betogingen- levert de aanzet, de paranormale wereld haakt daarop
in met desintegratie, verrotting, griezel, tot pure horror toe -als om de lezer
te provoceren. Maak daar maar eens een acceptabel geheel van! Maar Mariana
Enriquez kán dat, ze doet dat vlekkeloos.
Wat krijgen we zoal opgediend? Een
buurt die belaagd wordt door de geesten van drie vermoorde meisjes (‘Mijn
droevige doden’), vogels die ooit een vrouw zijn geweest (‘Nachtvogels’), mensen
van wie de gezichten worden aangetast (‘De catastrofe op het gezicht’), een
vrouw die kwetsuren oploopt door een jurk afkomstig uit een voormalig
folterhuis (‘Tranen in verschillende kleuren’), jongetjes die een riskant spel spelen
met faliekante afloop (‘Kerkhof van koelkasten’), pubers die een ravage
aanrichten onder de medewerkers van de daklozendienst (‘Zwarte ogen’), een
meisje dat rondspookt na ooit verdronken te zijn in een watertank (het
titelverhaal)… Kijk je door deze summiere opsomming heen naar het gehele boek
dan valt op hoe, naast gedegenereerde kinderen, het vooral vrouwen zijn die de
verhalen bevolken. Alsof Enriquez een soort katalysator nodig had om alle (echt
en gefingeerd) onheil te absorberen. In één van de verhalen, ‘De vrouw die
lijdt’, hallucineert een vrouw randje psychopathie rond ziekte, pijn,
kanker en dood. In een ander, het eerder aangehaalde ‘Nachtvogels’, wordt
de lezer aangekaart dat vogels ‘getransformeerde vrouwen zijn die om bevrijding
smeken’.
Dit alles krijg je als lezer op
je bord in dit bonte stel verhalen die tegelijk het verontrustende heden oproepen,
geesten en metamorfe wezens daarop enten, onderhuids roeren in het onverwerkt Argentijns
trauma - en niettemin toch een sfeer van luchtigheid bewaren. In zekere mate
tovert Enriquez daarmee een ‘zonnige plek voor sombere mensen’ te voorschijn. En
lichtvoetig of somber, alles in dit ongewone brouwsel is schatplichtig aan de schrijfvaardigheid
van deze Mariana Enriquez. Zij heeft het vertellen optimaal in haar pen en in
haar genen.
Mariana
Enriquez: Een zonnige plek voor sombere mensen, De Bezige Bij, Amsterdam 2024,
256 p. Vertaling van Un lugar soleado para gente sombría door Peter Valkenet. ISBN
9789403133645. Distributie Standaard Uitgeverij
deze pagina printen of opslaan