Vertaald proza

BOEKEN NR. 5, MEI 2025

Iida Turpeinen: Levende wezens

door Herman Jacobs

De ontmoeting tussen mens en zeekoe  

‘In zijn presentatie over de zeekoe liet Von Nordmann de wetenschappelijke gemeenschap in Finland [op dat ogenblik nog een tot het Russische keizerrijk behorend groothertogdom en nog geen onafhankelijke natie, hj] kennismaken met het denkbeeld dat de mens uitroeiing van soorten kan veroorzaken; in tegenstelling tot vele anderen geloofde hij de beweringen van Sauer.
 
Voor Von Nordmann was het idee dat een soort kon verdwijnen niet nieuw maar vanzelfsprekend. In zijn jonge jaren had hij de leiding over de botanische tuin in Odessa, en in die periode werd er een wonderbaarlijk grottenstelsel onder de stad aangetroffen. Von Nordmann daalde af in de aarde, in stoffige, vochtige gangen, en de grotten, die millennia lang in vergetelheid hadden doorgebracht, onthulden duizenden dierenbotten. En wat voor dieren! Hij bracht de overblijfselen van diverse verdwenen beesten naar het aardoppervlak, schedels met lange tanden van grottenhyena’s, leeuwen en beren. Hij schreef een verhandeling over Oekraïense fossielen van soorten die niet meer bestonden, en hij kon geen reden bedenken waarom uitsterving in de prehistorie wel mogelijk was, maar nu niet meer. De natuur neemt geen andere gewoonten aan. Von Nordmann koestert geen hoop: wat hem betreft is de zeekoe voorgoed verdwenen, net als de wolharige neushoorn en de mammoets.
 
Toch zijn veel mensen nog steeds niet bereid te geloven dat de mens een andere soort zou kunnen uitroeien. Drie decennia na de presentatie van Von Nordmann neemt Rudyard Kipling in zijn Jungleboek een verhaal op over een witte zeehond die het geheime eiland van de zeekoeien vindt, een toevluchtsoord waar ze zich verstopt houden voor de mens. Het is geen onzinnige gedachte: de mammoet overleefde op de geïsoleerde resten van de Beringlandbrug nadat zijn soortgenoten elders al waren verdwenen, en ten tijde van de bouw van de piramides graasde de wolharige mammoet nog op een afgezonderd eiland. De zeekoe wist ook millennia na het verdwijnen van de mammoet nog in haar schuilplaats te overleven, maar geleidelijk aan wordt duidelijk dat de mens het eiland van de zeekoeien al heeft gevonden, dat hun schuilplaats werd ontdekt op het moment dat Berings bemanning voet zette op het zand van het vosseneiland.’
 
Het is een lang citaat, maar op deze manier weet u meteen ongeveer alles wat u over deze prachtige, zeer onderhoudende, gevarieerde en ook nog eens gewoonweg interessante roman moet weten.
 
Allereerst: alle personages zijn gebaseerd op echt bestaan hebbende personen. Alexander von Nordmann (1803–1866) was een Finse bioloog, die in 1861, als allereerste ter wereld, een nagenoeg compleet skelet van de zogeheten stellerzeekoe presenteerde aan zijn collega’s wetenschappers. Dat skelet was hem bezorgd door Johan Hampus Furuhjelm (1821-1909), Finse vlootbevelhebber in Russische dienst die uiteindelijk gouverneur van Russisch Alaska zou worden (van december 1858 tot maart 1864) en daar onder meer jarenlang naspeuringen liet doen naar de stellerzeekoe (zoals allemaal in delen twee en drie van de roman verhaald wordt). Een reusachtig dier, overigens, deze zeekoe, tot tien meter lang, en levend en wel naar schatting minstens vier ton wegend. De genoemde Sauer is Martin Sauer, een Engelse avonturier (geen geboortejaar bekend -- 1806), die van 1785 tot en met 1794 als secretaris, vertaler en chroniqueur deel uitmaakte van de expeditie-equipe van de Engelse ontdekkingsreiziger Joseph Billings (ca. 1758-1806), die in opdracht van keizerin Catharina de Grote tien jaar lang het noordoosten van Siberië verkende (waarover Sauer dus een verslag publiceerde), onder meer met het oog op het vinden van het oostelijkste stuk van de Noordoostelijke Doorvaart (van Archangelsk, de Noord-Russische Witte-Zeehaven, naar het schiereiland Kamtsjatka).
Deel een evoceert de expeditie van de Deen Vitus Bering, die eerder, in 1728, in opdracht van tsaar Peter de Grote de naar hem vernoemde zeestraat tussen Oost-Siberië en Alaska verkende, en van 1733 tot 1741 de leiding had over de Grote Noordelijke Expeditie. Op die laatste voer de Duitse natuuronderzoeker Georg Wilhelm Steller (1709–1746) mee, waardoor hij de ontdekker zou worden van de al genoemde zeekoeiensoort. Die kwam toen alleen nog voor rondom de Komandorski-eilanden (de allerwestelijkste ‘staart’ van de langgerekte Alaskaanse Aleoeten-archipel, zo’n 150 kilometer ten oosten van Midden-Kamtsjatka), en daar is het ook al naar de Deense kapitein vernoemde Beringeiland er een van. Naar hem vernoemd omdat zijn schip, door stormen overvallen, deerlijk gehavend en met een gedecimeerde bemanning (scheurbuik kost ongeveer de helft van hen het leven eer ze, eindelijk!, dit land vinden, al is het dan niet het vasteland), er voor anker gaat, en hijzelf er al spoedig overlijdt. Waarna de overlevenden aanvankelijk geteisterd worden door de er overvloedig tierende vossen, zeer bedreven voedselrovers.
 
Maar Steller ontdekt er in de kustwateren dus het enorme zeezoogdier dat intussen de wetenschappelijke benaming Hydrodamalis gigas heeft gekregen, ‘Reusachtige watervaars’. Een ontdekking met rampzalige gevolgen: geen halve eeuw, nee, zelfs geen dertig jaar later is de soort reddeloos uitgestorven door flagrante overbejaging door de mens. ‘De ontmoeting tussen mens en zeekoe was kort en gewelddadig, en geen enkele van de kalveren die Steller heeft gezien zag kans van ouderdom te sterven.’
 
In het allerlaatste deel van het boek, vanaf pagina 241, wordt dan verhaald hoe Von Nordmanns fameuze skelet het tot in onze tijd heeft gered (het is nog steeds te zien in het Natuurhistorisch museum van Helsinki) – en hoe in de afgelopen twee eeuwen nog een aantal andere diersoorten door de mens letterlijk uit de wereld zijn geholpen.
 
Geloof de dwaallichten, banale prikkelverslaafden en overige beotiërs niet dat Levende wezens een steriel werkstuk zou zijn! De ontberingen van Berings bemanning, de vreedzame argeloosheid van de reuzensirenen (zeekoeien behoren tot de biologische orde van de Sirenia), Stellers vindingrijkheid, de brute, gewelddadige aangelegenheid die het koloniseren van zelfs een arctische woestenij met een dungezaaide bevolking van ‘wilden’ is (de Russen leden in Alaska meer dan één nederlaag tegen de inheemse Tlingits en Joepiks), de emanciperende uitwerking van het ordenen van een natuurhistorische verzameling van opgezette dieren op een onderworpen oude vrijster, hoe haar fenomenale tekentalent de poorten van het anderhalve eeuw geleden nog absolute mannenbastion van de universiteit opent voor Von Nordmanns assistente Hilda Olson – Iida Turpeinen weet het allemaal, zonder toeters en bellen en onnadrukkelijk, maar wel volkomen overtuigend tot leven te wekken.
 
Want alles heeft met alles te maken: daarom dat zulke ogenschijnlijk disparate elementen als Berings rampzalige laatste scheepsreis en uiteindelijke schipbreuk, het op waanzinnige schaal doden van diverse pelsdiersoorten in Siberië en Alaska door geldbeluste Europese kolonisten (niet dat Turpeinen die negatief geconnoteerde adjectieven gebruikt, dat heeft ze niet nodig, wat een van de redenen is waarom haar boek zo goed is) en de zeer bescheiden levensomstandigheden waarmee Hilda Olson zich in de negentiende eeuw als zelfstandige, ongehuwde vrouw tevreden moet stellen, ondanks haar enorme talent – daarom dat dit alles wonderwel bij elkaar blijkt te passen en een volkomen natuurlijk werkende vertelling oplevert, die drie eeuwen omspant en waar je bovendien nog iets van opsteekt ook.
 
Onnadrukkelijk? Jazeker. Geen enkele niet-gelobotomiseerde lezer van deze roman kan het ontgaan dat het uitsterven van soorten door menselijk toedoen een treurig stemmend feit is en weinig goeds voorspelt voor ons eigen overleven. Alleen ramt de schrijfster die boodschap er niet voorhamersgewijs in, wat mij erg voor haar inneemt. Levende wezens is een prachtig boek en als de thematiek u ook maar enigszins aanspreekt, moet u het beslist lezen.
 
Iida Turpeinen: Levende wezens, De Geus, Amsterdam, 285 p. ISBN 9789044550214. Vertaling van Elolliset door Annemarie Raas. Distributie L&M Books

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, DECEMBER 2025

De zwarte poel

Jan Vantoortelboom

Engelenbrood

Patti Smith

Het Nachtlicht

Erik Vlaminck

Sodomiet

Alexandre Vidal Porto

Wie is bang voor vrouwelijke kunstenaars? Belgische kunstenaressen van 1880 tot nu

Christiane Struyven

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, DECEMBER 2025

De geheime bibliotheek. Wie redt de magische boeken?

Nina George, Jens J. Kramer, Hauke Kock (ill.)

Kiki & ik

Leo Timmers

Peter Pan

J.M. Berrie, Floor Rieder (ill.)

Plassen op schrikdraad

Simon van der Geest, Karst-Janneke Rogaar (ill.)

Properzia

Jean-Claude Van Rijckeghem

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri