Poëzie

BOEKEN NR. 5, MEI 2025

Jan Lauwereyns: Leer van de orchidee. Een keuze uit het werk 1991-2024

door Dirk De Geest

Jan Lauwereyns debuteerde in 1999 met de bundel Nagelaten sonnetten, maar op dat ogenblik was hij al jarenlang actief als dichter. Sindsdien volgden nog een groot aantal bundels, vaak in bibliofiele uitgaven en bij erg uiteenlopende uitgeverijen. Daarom is de publicatie van dit boek een waardevol initiatief. Het brengt het gros van de poëzie bij elkaar, met respect voor de ontwikkeling van dat oeuvre, vanaf de eerste probeersels tot een aantal niet eerder gebundelde splinternieuwe verzen. De dichter heeft zijn boek zorgvuldig samengesteld, met kleine wijzingen op een aantal plaatsen en een nieuwe structuur die overzichtelijker is en vooral ruimte geeft aan de cycli die zijn werk structureren. (Een verantwoording van die editieprincipes had voor vroege lezers van dat oeuvre een zeker houvast kunnen bieden, maar die ontbreekt helaas).
 
Leer van de orchidee
stelt ons dus in staat om kennis te nemen van een van de meest originele en boeiende oeuvres uit onze recente poëzie. De lezer kan dit boek lezen als een chronologisch overzicht, maar minstens even belangrijk zijn de vele netwerkachtige verbindingen van motieven, met ideeën en beelden die meermaals hernomen en gevarieerd worden. Het is een illustratie van de werkwijze van de dichter, die ook in enkele essays gewezen heeft op zijn haast associatieve omgang met de taal, het ritme en het beeld.
 
Vanaf de eerste bundels is er het merkwaardige spel van de dichter als auteur en als personage. De gedichten lijken autobiografisch en gebaseerd op herkenbare anekdotes, op reëel bestaande mensen en situaties. Telkens wordt die realistische dimensie echter doorkruist door magische of vreemde elementen. Dat zorgt voor verrassing en vaak wordt de lezer op het verkeerde been gezet waarna hij of zij vervolgens de eerdere situatie moet herzien. Ook de positie van het dichterlijke ik is aan dergelijke verschuivingen onderhevig. Dat alles droeg ertoe bij dat Lauwereyns door critici werd ondergebracht bij de ‘postmoderne’ dichters. Het was een begrijpelijke en niet meteen foutieve karakterisering van zijn werk, maar toch ging ze voorbij aan het feit dat de dichter wel degelijk op zoek is naar inzicht in de werkelijkheid en de mens.
 
Wat Lauwereyns van meet af aan fascineert – niet zo verrassend gezien zijn professionele loopbaan als psycholoog – is het mechanisme waarmee mensen ‘cognitie’ verwerven en hanteren in hun leven. Waarneming, conceptualisering en geheugen zijn essentiële voorwaarden om tot bewustzijn, rationaliteit en emoties te komen. In zijn literaire werk concentreert de auteur zich niet allen op het resultaat van die vaardigheden maar op de onderliggende processen zelf. Veel van zijn gedichten laten zich inderdaad lezen als experimenten. De waarneming hangt samen het met ingenomen perspectief, met de manier waarop bepaalde elementen in focus worden uitvergroot en andere tot onopgemerkte details worden herleid. Onze dagelijkse ervaring en de ons aangeleerde taal bieden dat veilige perspectief maar ze bouwen ook beperkingen in. Daarom brengen de gedichten vreemde elementen binnen, laten ze associaties de plaats innemen van koude causale redeneringen, zijn beelden en metaforen manieren om anders te kijken en te begrijpen. De dichter vertrekt van de waarneming en het herkenbare, maar reikt verder dan dat.
 
Die verruiming van de werkelijkheid, en daardoor ook van onze visie op de menselijke vermogens, wordt des te sterker als de dichter naar Japan verhuist. Zijn poëzie wint aan toegankelijkheid maar ook aan diepgang door de confrontatie met de Oosterse mentaliteit. De spanning tussen vertrouwdheid en vreemdheid neemt immers geheel andere proporties aan. Ook de visie op het schrijven en de taal verandert ingrijpend: schrijven wordt kalligrafie, en de meerduidigheid van taaltekens wordt steeds belangrijker. Lauwereyns wordt vooral in dat latere werk een dichter van indrukwekkend formaat. Zijn waarnemingen versmelten met filosofische beschouwingen. Het menselijke perspectief wordt allerminst verlaten, maar steeds meer wordt de dichter zich bewust van zijn eigen marginale positie, van zijn afwezigheid in de werkelijkheid: de Oosterse visie op ontvankelijkheid en gelatenheid confronteert hij met Westerse denkers als Wittgenstein of zijn klassieke psychologische opleiding. En bovenal, de cultus van het kleine en het onopvallende krijgt een steeds belangrijker plaats in zijn oeuvre.
 
Dat alles resulteert in een visie op poëzie waarin chaos en orde niet langer tegenover elkaar staan, maar elkaars keerzijde vormen. Het dichterlijke ik wordt een stem, of liever een vorm van meerstemmigheid, een klankbord of een echokamer in plaats van een absoluut centrum. Dat alles klinkt nogal abstract, maar Lauwereyns weet abstractie perfect te paren aan het concrete. Zijn gedichten zijn modellen en voorbeelden van zijn gedachten, en omgekeerd zijn gedachten slechts overtuigend als ze in de werkelijkheid belichaamd worden. De leer van de orchidee is typerend veelzijdig voor die benadering. Is het een leer over de orchidee (zoals het Westerse subject-object-denken verklaart), of integendeel een leer door de orchidee? Is de filosofische leer een vorm van theorie tegenover de praktijk van de realiteit, of is de werkelijkheid de filosofie bij uitstek? Wie deze gedichten leest raakt niet alleen overweldigd door hun pracht van beeld en ritme maar wordt tegelijk gegrepen door de vragen die ze oproepen en de antwoorden die ze tasten suggereren. Grote poëzie in een monumentaal boek, dus.
 
Jan Lauwereyns: Leer van de orchidee. Een keuze uit het werk 1991-2024. 2005, Koppernik, Amsterdam 2025, 331 p. ISBN 9789083448121. Distributie De Wolken

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, DECEMBER 2025

De zwarte poel

Jan Vantoortelboom

Engelenbrood

Patti Smith

Het Nachtlicht

Erik Vlaminck

Sodomiet

Alexandre Vidal Porto

Wie is bang voor vrouwelijke kunstenaars? Belgische kunstenaressen van 1880 tot nu

Christiane Struyven

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, DECEMBER 2025

De geheime bibliotheek. Wie redt de magische boeken?

Nina George, Jens J. Kramer, Hauke Kock (ill.)

Kiki & ik

Leo Timmers

Peter Pan

J.M. Berrie, Floor Rieder (ill.)

Plassen op schrikdraad

Simon van der Geest, Karst-Janneke Rogaar (ill.)

Properzia

Jean-Claude Van Rijckeghem

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri