De poëzie van Job
Degenaar vertrekt vrijwel steeds vanuit autobiografische gegevens: een
gebeurtenis, een waarneming, een reis naar het buitenland. Die verwevenheid met
zijn eigen bestaan is blijkbaar essentieel als vertrekpunt voor zijn gedichten.
Toch blijft het doorgaans niet bij de registratie van dat anekdotische gegeven.
De dichter gaat, via de taal van de poëzie, op zoek naar meer wezenlijke
verbanden, naar een dynamiek en een samenhang die onderhuids werkzaam zijn maar
lang niet altijd opgemerkt worden.
Ook in Zomerschaduw
speelt die spanning tussen waarneming en interpretatie een centrale rol. De
dichter brengt episodes uit zijn leven in herinnering, en naarmate hij ouder
wordt versmelt dat verleden steeds meer met het heden. De wereld is veranderd,
en net die veranderingen worden mild maar met enige reserve poëtisch vertaald.
Toevallige ontmoetingen worden, net zoals de innige liefde, getransformeerd tot
kleine rituelen met een haast rituele waarde. Iedere scéne krijgt zo een
symbolische dimensie en biedt een inzicht op onze vluchtige wereld: poëzie is
een vorm van stilstand en brengt daardoor een extra aandacht tot stand. Soms
gaat de dichter nogal ver met zijn metaforen of wordt zijn zegging vrij
pathetisch, maar doorgaans weet Degenaar goed de maat te houden tussen
vervreemding en herkenbaarheid.
De tweede helft van
de bundel gaat in die boeiende poëziepraktijk nog een stap verder. Hier laat de
dichter zich inspireren door reizen naar het buitenland, waar hij een tijdlang
als dichter-in-residence verbleef: grotendeels op zichzelf teruggeworpen en
geconcentreerd op ijn poëtische blik. De reeks over IJsland is uiteraard
grotendeels gefocust op het licht en de weerkaatsing daarvan in de (korte)
zomermaanden. Dat licht transformeert het landschap tot een soort van mythische
ruimte waarin het oneindige spel van de elementen domineert. Toch blijft de
realiteit erg belangrijk, met geluiden en dieren die aandacht vragen en de
dichter als het ware met beide voeten op de aarde houden. Zijn verhaal is ook
dat van de schaduw en de duisternis (vandaag de sprekende titel van de bundel
met zijn suggestieve paradox), van de eigen lichamelijkheid en het ouder
worden. Hij maakt tegelijk deel uit van de totaalervaring en is er een soort
van afstandelijke observator van. Die rol van observator speelt een nog grotere
rol in de gedichten over Portugal, waar de noordelijke ruimte plaats maakt voor
de felle zuiderse zon. In deze gedichten speelt het spel van licht en water
opnieuw een belangrijke rol, maar meer dan in de vorige reeks is er de
aanwezigheid van mensen. De mythe wordt daardoor als het ware onderhuids.
Degenaar laat opnieuw zien dat hij een boeiend dichter is,
iemand die zorgvuldig waarneemt en in goedgekozen woorden en beelden een
suggestieve sfeer weet op te roepen. Ook nu weer is zijn poëzie herkenbaar maar
behoudt ze ook haar mysterieuze (en bij momenten zelfs enigszins cerebrale)
karakter.
Job Degenaar: Zomerschaduw.
Gedichten, P, Leuven 2025, 96 p. : ill. ISBN 9789464757668
deze pagina printen of opslaan