Poëzie

BOEKEN NR. 8, OKTOBER 2025

Hanna Kirsten: Voetafdruk van stilte

door Herman Leenders

Achttien jaar geleden publiceerde Hanna Kirsten haar vorige bundel, Hoe sterk is de hechtzijde. Achttien jaar! Wat hebben wij ondertussen gedaan? Gedroomd? Zijn het die dromen waaruit gedichten ontstaan zoals ze schrijft in één van de openingsgedichten van haar nieuwe bundel ‘Voetafdruk van stilte’:  

‘in elk woord schuilt een gebaar
je moet de eierschaal zelf openhakken
uit de droom zien te komen’
 
Een droom is een ei en het woord is de hamer waarmee we de eierschaal kunnen openbreken. In de droom heb je geen stem nodig, hoef je niets aan niemand uit te leggen, valt alles samen met zichzelf. De droom is het baarmoederlijke paradijs. Maar het woord verdrijft ons uit het paradijs en zadelt ons op met een opdracht, een taak want het gedicht gaat als volgt verder:
 
‘wen je oren aan
een nieuwe klank
raap je stem op’
 
Je moet leren luisteren, een stem vinden en spreken. Dit is de geboorte van de dichter: zij vindt een stem en spreekt. Dit begin doet ons natuurlijk denken aan het evangelie van Johannes: In den beginne was het woord. Zo begint dus ook het evangelie van Hanna Kirsten. Die geboortemetaforiek herinnert ons aan Hoe sterk is de hechtzijde toen ze schreef:
 
‘in witruimte van taal
ontwennen aan de navelader
 
wie zet de klem
op het pasgeboren woord
hoe sterk is de hechtzijde?’
 
Geboren worden is de eerste stap naar het tekort en uiteindelijk de dood. Wen alvast maar aan de klank.
 
Ze was graag bij pianospelen gebleven, dat leek haar ‘het hoogste’ zegt zij in het volgende gedicht:
 
‘toetsen aanslaan
klankkleuren dromen’
 
Maar: zij ‘raakte gebrand op woorden’. Met muziek kun je in de droom blijven, met woorden niet. Je wordt de werkelijkheid ingezogen, je wordt verbannen uit de baarmoeder, de navelstreng wordt doorgeknipt.
 
Een woordenboek is een oceaan van mogelijkheden en iedereen zwemt in zijn eigen bokaal. In de nieuwe bundel tref je tien keer het woord ‘stilte’ aan, dertien keer het woord ‘woord’ of ‘taal’, acht keer het woord ‘tijd’ (om nog maar te zwijgen over de seizoenen en de maanden), zes keer ‘droom’ en vijf keer het woord ‘sneeuw’. En dat op een totaal van ocharme 1672 woorden. Meten is weten. In een schrijfcursus zouden ze je het veelvuldig gebruik van deze woorden wellicht afraden. Het zijn kostbare woorden en het zou jammer zijn als je erover leest. U zult vergeefs zoeken naar woorden als ‘stofzuiger’ of ‘Ronde van Vlaanderen’ hoewel daar niets mis mee is. Wel vind je ‘voelmes’, ‘eidereend’ ‘fluitzwaan’ ‘klampen’ ‘bidvlek’ ‘code geel’. Dichters maken een eigenzinnige keuze uit de oceaan die de taal is en die keuze is net het ambacht van de dichter. In Voetafdruk van stilte zegt ze het als volgt: ‘woorden zijn gevonden veren’. Je vindt een woord, je raapt het op en eventueel bewaar en recycleer je het.
 
Je zou nu kunnen denken: ‘stilte’, ‘woord’, ‘taal’, ‘tijd’, ‘droom’, ‘sneeuw’, ‘wolken’, oké, gaan we het lekker romantisch maken, en waar blijven de kaarsen en het kaarslicht? Hanna Kirsten ontsteekt geen kaarsen. Zij schrijft wel
 
‘wit en roze wiegen bloesems
in haspengouw
tractoren, bloesems en bijen
worden gewijd’
 
Ah bloemetjes en bijtjes denk je dan, maar vervolgens worden de witte perenbloesems geassocieerd met witte lijkzakken van vluchtelingen die verdronken in de middellandse zee. Wat een dissonant!
 
In het gedicht ‘De stilte in de nacht’ (hier heb je alweer het woord ‘stilte’) voert ze de zwarte man op die -- ik citeer – ‘op klaarlichte dag / in een wurggreep / werd gehouden’ (denk bijvoorbeeld, maar er zijn jammer genoeg nog andere voorbeelden, aan George Floyd, de Afro-Amerikaanse man, die op 25 mei 2020 in Minneapolis tegen de grond werd gewerkt en stikte onder de knie die een politieagent in zijn nek had gezet). ‘[I]n de stilte van de nacht / hoor ik hem schreeuwen’ schrijft Hanna Kirsten en zij contrasteert dat met: ‘in de ochtend zong / een dichter op de vlucht’. De man stikt en de dichter zingt met inkt om eraan te ontkomen.
 
In het gedicht ‘Dassen’ somt Hanna Kirsten alle dassen op die zij heeft uitgezocht voor bijzondere gelegenheden om uiteindelijk uit te komen bij de das die zij omdoet als de man wordt opgebaard.
 
‘Vriesganzen vliegen over / de molen draait weer’, mooi tafereeltje denk je maar het contrasteert met de titel ‘mijn vader zit in een rolstoel’. De oude vader observeert hijskranen, dakwerkers en ganzen, maar is zelf bewegingloos (in tegenstelling tot de hijskranen die over en weer zwenken), werkloos (in tegenstelling tot de dakwerkers die bedrijvig klimmen en dalen) en sedentair (in tegenstelling tot de trekkende ganzen). De dood is in aantocht want er staat: ‘bij stilstaande wieken / strijken kraaien neer’. Ze schrijft kraaien en niet kauwen want kraaien zijn ook doodbidders en die betekenis resoneert hier mee. Op een dag zullen ze op zijn schouder landen. Een pakkend gedicht in al zijn suggestieve eenvoud:
 
‘mijn vader zit in een rolstoel
 
hijskranen trekken
zijn aandacht
dakwerkers die
klimmen en klauteren
 
vriesganzen vliegen over
de molen draait weer
 
bij stilstaande wieken
strijken kraaien neer’
 
Ook in de in-memoriamgedichten word je vaak met beide voetjes op de grond gezet:
 
‘de vuile streken van december
het donker en de stilte
liggen met elkaar verknoopt’
 
Opnieuw die ‘stilte’ maar deze keer wel een stilte die vecht met de duisternis van de dood. De stilte en de dood liggen met elkaar in de knoop. De stilte is niet heilzaam of vruchtbaar. De dichter verlangt naar sneeuw opdat die als een pleister op de wonde zou vallen.
 
In het in-memoriamgedicht voor Tich Walker ‘nachtwake’ contrasteren de nachtwolken (‘blauw en zilver lichten zij de hemel op’) met de herinnering aan de tijd dat zijn licht en warmte als de middagzon hoog in het zenit stond.
 
Voetafdruk van stilte, het was geen titel waar ik aanvankelijk wild van was maar nu ik de bundel heb gelezen en herlezen, begrijp ik dat stilte essentieel is voor Hanna Kirsten. Stilte bij Hanna Kirsten is niet zozeer de afwezigheid van geluid, maar een ‘in het nu zijn’, het is een zijnsvorm die voorafgaat aan het gedicht. Het is het sine qua non voor deze dichter. Het is de toestand in het ei, voordat de eierschaal breekt. En haar gedichten willen daarvan de voetafdruk zijn. Stilte is, net als voetafdruk, immaterieel, niet tastbaar, je kunt het niet vastgrijpen maar wel heel gemakkelijk vernietigen. De voetafdruk is bovendien niet de voetafdruk van een iguanodon, maar van een droom, van een veer. Als je niet oppast, zet je er per abuis je eigen zware voet op. De voetafdruk van Hanna Kirsten is (meestal) niet groter dan een gedicht van een twintigtal woorden.
 
Heel vaak dwarsboomt de wereld de stilte -- is dat de reden waarom deze bundel 18 jaar op zich liet wachten? -- vaak intervenieert de dood of werpt de dood haar donkere schaduw over wat een paradijselijk leven zou kunnen zijn. Maar dan vindt zij toch telkens weer ‘de deur naar taal’, zoals ze het zelf schrijft, en krijgt zij ‘frisse lucht in haar hart’. Taal is haar levensader.
 
(De tekst  is gebaseerd op de inleiding die Herman Leenders gaf bij de presentatie van de bundel op 6 april 2025 in Brugge.)
 
Hanna Kirsten: Voetafdruk van stilte, Leuven, P, 2025, 64 p. ISBN 9789464757729


deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, DECEMBER 2025

De zwarte poel

Jan Vantoortelboom

Engelenbrood

Patti Smith

Het Nachtlicht

Erik Vlaminck

Sodomiet

Alexandre Vidal Porto

Wie is bang voor vrouwelijke kunstenaars? Belgische kunstenaressen van 1880 tot nu

Christiane Struyven

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, DECEMBER 2025

De geheime bibliotheek. Wie redt de magische boeken?

Nina George, Jens J. Kramer, Hauke Kock (ill.)

Kiki & ik

Leo Timmers

Peter Pan

J.M. Berrie, Floor Rieder (ill.)

Plassen op schrikdraad

Simon van der Geest, Karst-Janneke Rogaar (ill.)

Properzia

Jean-Claude Van Rijckeghem

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri