Achttien
jaar geleden publiceerde Hanna Kirsten haar vorige bundel, Hoe sterk is de
hechtzijde. Achttien jaar! Wat hebben wij ondertussen gedaan? Gedroomd?
Zijn het die dromen waaruit gedichten ontstaan zoals ze schrijft in één van de
openingsgedichten van haar nieuwe bundel ‘Voetafdruk van stilte’:
‘in elk woord schuilt
een gebaar
je moet de eierschaal zelf openhakken
uit
de droom zien te komen’
Een droom is een ei en het woord is de hamer waarmee we de
eierschaal kunnen openbreken. In de droom heb je geen stem nodig, hoef je niets
aan niemand uit te leggen, valt alles samen met zichzelf. De droom is het
baarmoederlijke paradijs. Maar het woord verdrijft ons uit het paradijs en
zadelt ons op met een opdracht, een taak want het gedicht gaat als volgt
verder:
‘wen
je oren aan
een nieuwe klank
raap je stem op’
Je moet leren
luisteren, een stem vinden en spreken. Dit is de geboorte van de dichter: zij
vindt een stem en spreekt. Dit begin doet ons natuurlijk denken aan het
evangelie van Johannes: In den beginne was het woord. Zo begint dus ook het
evangelie van Hanna Kirsten. Die geboortemetaforiek herinnert ons aan Hoe
sterk is de hechtzijde toen ze schreef:
‘in witruimte van taal
ontwennen aan de navelader
wie zet de klem
op het pasgeboren woord
hoe sterk is de hechtzijde?’
Geboren worden is de eerste stap naar het tekort en
uiteindelijk de dood. Wen alvast maar aan de klank.
Ze was graag bij pianospelen
gebleven, dat leek haar ‘het hoogste’ zegt zij in het volgende gedicht:
‘toetsen aanslaan
klankkleuren dromen’
Maar: zij ‘raakte gebrand op woorden’. Met muziek kun je in
de droom blijven, met woorden niet. Je wordt de werkelijkheid ingezogen, je
wordt verbannen uit de baarmoeder, de navelstreng wordt doorgeknipt.
Een woordenboek is
een oceaan van mogelijkheden en iedereen zwemt in zijn eigen bokaal. In de
nieuwe bundel tref je tien keer het woord ‘stilte’ aan, dertien keer het woord ‘woord’
of ‘taal’, acht keer het woord ‘tijd’ (om nog maar te zwijgen over de seizoenen
en de maanden), zes keer ‘droom’ en vijf keer het woord ‘sneeuw’. En dat op een
totaal van ocharme 1672 woorden. Meten is weten. In een schrijfcursus zouden ze
je het veelvuldig gebruik van deze woorden wellicht afraden. Het zijn kostbare
woorden en het zou jammer zijn als je erover leest. U zult vergeefs zoeken naar
woorden als ‘stofzuiger’ of ‘Ronde van Vlaanderen’ hoewel daar niets mis mee
is. Wel vind je ‘voelmes’, ‘eidereend’ ‘fluitzwaan’ ‘klampen’ ‘bidvlek’ ‘code
geel’. Dichters maken een eigenzinnige keuze uit de oceaan die de taal is en
die keuze is net het ambacht van de dichter. In Voetafdruk van stilte
zegt ze het als volgt: ‘woorden zijn gevonden veren’. Je vindt een woord, je
raapt het op en eventueel bewaar en recycleer je het.
Je zou nu kunnen denken: ‘stilte’,
‘woord’, ‘taal’, ‘tijd’, ‘droom’, ‘sneeuw’, ‘wolken’, oké, gaan we het lekker
romantisch maken, en waar blijven de kaarsen en het kaarslicht? Hanna Kirsten
ontsteekt geen kaarsen. Zij schrijft wel
‘wit en roze wiegen bloesems
in haspengouw
tractoren, bloesems en bijen
worden gewijd’
Ah bloemetjes en bijtjes denk je dan, maar vervolgens worden de witte
perenbloesems geassocieerd met witte lijkzakken van vluchtelingen die
verdronken in de middellandse zee. Wat een dissonant!
In het gedicht ‘De stilte in de
nacht’ (hier heb je alweer het woord ‘stilte’) voert ze de zwarte man op die --
ik citeer – ‘op klaarlichte dag / in een wurggreep / werd gehouden’ (denk
bijvoorbeeld, maar er zijn jammer genoeg nog andere voorbeelden, aan George
Floyd, de Afro-Amerikaanse man, die op 25 mei 2020 in Minneapolis tegen de
grond werd gewerkt en stikte onder de knie die een politieagent in zijn nek had
gezet). ‘[I]n de stilte van de nacht / hoor ik hem schreeuwen’ schrijft Hanna
Kirsten en zij contrasteert dat met: ‘in de ochtend zong / een dichter op de
vlucht’. De man stikt en de dichter zingt met inkt om eraan te ontkomen.
In het gedicht
‘Dassen’ somt Hanna Kirsten alle dassen op die zij heeft uitgezocht voor
bijzondere gelegenheden om uiteindelijk uit te komen bij de das die zij omdoet
als de man wordt opgebaard.
‘Vriesganzen vliegen over / de molen draait weer’, mooi
tafereeltje denk je maar het contrasteert met de titel ‘mijn vader zit in een
rolstoel’. De oude vader observeert hijskranen, dakwerkers en ganzen, maar is
zelf bewegingloos (in tegenstelling tot de hijskranen die over en weer
zwenken), werkloos (in tegenstelling tot de dakwerkers die bedrijvig klimmen en
dalen) en sedentair (in tegenstelling tot de trekkende ganzen). De dood is in
aantocht want er staat: ‘bij stilstaande wieken / strijken kraaien neer’. Ze
schrijft kraaien en niet kauwen want kraaien zijn ook doodbidders en die
betekenis resoneert hier mee. Op een dag zullen ze op zijn schouder landen. Een
pakkend gedicht in al zijn suggestieve eenvoud:
‘mijn vader zit in een rolstoel
hijskranen
trekken
zijn aandacht
dakwerkers die
klimmen
en klauteren
vriesganzen
vliegen over
de molen draait weer
bij stilstaande wieken
strijken kraaien neer’
Ook in de in-memoriamgedichten word je vaak met beide
voetjes op de grond gezet:
‘de vuile streken van december
het donker en
de stilte
liggen met elkaar verknoopt’
Opnieuw die ‘stilte’ maar deze
keer wel een stilte die vecht met de duisternis van de dood. De stilte en de
dood liggen met elkaar in de knoop. De stilte is niet heilzaam of vruchtbaar.
De dichter verlangt naar sneeuw opdat die als een pleister op de wonde zou
vallen.
In het
in-memoriamgedicht voor Tich Walker ‘nachtwake’ contrasteren de nachtwolken (‘blauw
en zilver lichten zij de hemel op’) met de herinnering aan de tijd dat zijn
licht en warmte als de middagzon hoog in het zenit stond.
Voetafdruk van stilte,
het was geen titel waar ik aanvankelijk wild van was maar nu ik de bundel heb
gelezen en herlezen, begrijp ik dat stilte essentieel is voor Hanna Kirsten.
Stilte bij Hanna Kirsten is niet zozeer de afwezigheid van geluid, maar een ‘in
het nu zijn’, het is een zijnsvorm die voorafgaat aan het gedicht. Het is het
sine qua non voor deze dichter. Het is de toestand in het ei, voordat de
eierschaal breekt. En haar gedichten willen daarvan de voetafdruk zijn. Stilte
is, net als voetafdruk, immaterieel, niet tastbaar, je kunt het niet
vastgrijpen maar wel heel gemakkelijk vernietigen. De voetafdruk is bovendien
niet de voetafdruk van een iguanodon, maar van een droom, van een veer. Als je
niet oppast, zet je er per abuis je eigen zware voet op. De voetafdruk van
Hanna Kirsten is (meestal) niet groter dan een gedicht van een twintigtal
woorden.
Heel
vaak dwarsboomt de wereld de stilte -- is dat de reden waarom deze bundel 18
jaar op zich liet wachten? -- vaak intervenieert de dood of werpt de dood haar
donkere schaduw over wat een paradijselijk leven zou kunnen zijn. Maar dan
vindt zij toch telkens weer ‘de deur naar taal’, zoals ze het zelf schrijft, en
krijgt zij ‘frisse lucht in haar hart’. Taal is haar levensader.
(De tekst is
gebaseerd op de inleiding die Herman Leenders gaf bij de presentatie van de
bundel op 6 april 2025 in Brugge.)
Hanna Kirsten: Voetafdruk van stilte, Leuven, P, 2025, 64
p. ISBN 9789464757729
deze pagina printen of opslaan