René Smeets werd voor zijn debuutbundel Alles gestolen nogal verrassend
genomineerd voor de Nederlandse C. Buddingh’-prijs. Het was een grote eer voor
iemand die na tientallen jaren actief als literair vertaler (onder meer van de
poëzie van Enzensberger, Lipska en Neruda) voorzichtig de weg van de eigen poëzie
opging. Alles gestolen viel op door de eigentijdse thema’s en het politieke
engagement dat uit de gedichten sprak, maar ook door de manier waarop de
dichter werk van eminente voorbeelden creatief imiteerde in plaats van verwoed
op zoek te gaan naar innovatieve beelden of versvormen.
Dat verfrissende debuut blijkt geen eendagsvlieg, want nu
ligt een nieuwe bundel voor. De titel en de ondertitel daarvan laten zien dat
het René Smeets menens is met zijn diagnose van onze tijd: Zware wolken zwarte
randen. Een handvol verzen voor woelige tijden. Daarbovenop laat de kaft van
het boek een tekening zien van Trump die door de politiediensten wordt
gearresteerd. De teneur van deze gedichten is zonder meer duidelijk. De wereld
bevindt zich op een gevaarlijk kruispunt en er is weinig reden tot optimisme.
Integendeel, het is alle hens aan dek.
De bundel zelf is georganiseerd
rond een aantal muzikale aanduidingen, beginnend bij ‘Agitato’ (gejaagd) en
eindigend met ‘Sognando’ (dromerig). Het lijkt alsof zo de initiële opwinding
en de protesterende toon uiteindelijk verzacht worden of zelfs verlaten voor
een droomwereld. Schijn bedreigt echter, want het slotgedicht ‘Woorden in de
wind’ (met een duidelijke allusie op Bob Dylan) is erg misleidend: de woorden
in de wind zijn uiteindelijk onuitroeibaar en niet te weerstaan, en ze vormen
de kiemen van een op til zijnde revolutie. Dat geloof in revolutionaire kracht
van poëzie en literatuur is inderdaad een rode draad in de hele carrière van
René Smeets. Zijn voorkeur gaat uit naar dichters voor wie de wereld een
actieterrein is, die zich niet opsluiten in hun eigen ik maar oog hebben voor
wat rond hen omgaat en dat als een nauwkeurige seismograaf in kaart brengen.
Literatuur en kritiek zijn zo nauw met elkaar verweven.
Dat programma (want dat is het toch wel) resulteert hier
echter niet in belerende lesjes over hoe het wel en niet moet. Het leerdicht is
Smeets vreemd, want hij wil veel meer ervaren; zijn gedichten zijn
gedachtenexperimenten waarin beelden en associaties met elkaar op de loop gaan.
De wereld wordt uitvergroot, ontwricht, maar verschijnt daardoor in een
weliswaar ontluisterende maar niet
minder welgemeende gedaante. Goed en kwaad, waarheid en leugen vallen daarbij lang
niet altijd perfect te scheiden, maar die dubbelzinnigheid neemt weg dat de
realiteit ons mensen dwingt om stelling te nemen. Daartoe neemt de dichter, in
navolging van zijn voorbeelden, vaak zijn toevlucht tot groteske vertekening en
vervreemding. Net zoals Enzensberger of Brecht leent Smeets zijn stem aan
anderen, vaak collectieven en administraties die niets ontziend hun waarheid
verkondigen. Zo opent de bundel met een ‘Verdediging van de Republikeinen tegen
de Democraten’, een eigentijdse versie van een beroemd fabelgedicht van
Enzensberger; die apologie (geschreven in 2022, zoals onderaan het vers staat
aangegeven) is zowel hilarisch als beschamend voor wie vandaag leeft. Andere
gedichten zijn ‘gecamoufleerd’ als een mededeling van de Chinese Volkspartij of
een song van Boudewijn De Groot.
Telkens weer onderstreept Smeets meesterlijk hoe hij
moeiteloos het vertoog van anderen, personen of instanties, weet te imiteren en
zo subtiel te ondermijnen. Daarin ligt de kracht van deze verzen; ze zijn
toegankelijk maar tegelijk verraderlijk. Dat geldt ook voor de gedichten die
sterker autobiografisch zijn (of althans lijken). Het dichterlijke ik is
kwetsbaar en ontmaskert soms zichzelf als iemand die goedgelovig is of
bevooroordeeld. De machteloosheid mag dan wel de boventoon voeren, helemaal
pessimistisch is deze bundel niet. Er is het geloof in individuen die elk apart
en samen een steen in het water kunnen werpen en rimpels veroorzaken. Er is het
geloof in de liefde en het respect in anderen, ook al valt daarvan collectief
steeds minder te merken. En er is het geloof in de literatuur, die maskers
optrekt om maskers af te rukken. Woelige tijden leveren alleszins
belangwekkende gedichten op.
René Smeets: Zware
wolken zwarte randen. Een handvol verzen voor woelige tijden, P, Leuven 2025,
69 p. ISBN 9789464757675
deze pagina printen of opslaan