Poëzie

BOEKEN NR. 8, OKTOBER 2025

René Smeets: Zware wolken zwarte randen. Een handvol verzen voor woelige tijden

door Dirk De Geest

René Smeets werd voor zijn debuutbundel Alles gestolen nogal verrassend genomineerd voor de Nederlandse C. Buddingh’-prijs. Het was een grote eer voor iemand die na tientallen jaren actief als literair vertaler (onder meer van de poëzie van Enzensberger, Lipska en Neruda) voorzichtig de weg van de eigen poëzie opging. Alles gestolen viel op door de eigentijdse thema’s en het politieke engagement dat uit de gedichten sprak, maar ook door de manier waarop de dichter werk van eminente voorbeelden creatief imiteerde in plaats van verwoed op zoek te gaan naar innovatieve beelden of versvormen.    

Dat verfrissende debuut blijkt geen eendagsvlieg, want nu ligt een nieuwe bundel voor. De titel en de ondertitel daarvan laten zien dat het René Smeets menens is met zijn diagnose van onze tijd: Zware wolken zwarte randen. Een handvol verzen voor woelige tijden. Daarbovenop laat de kaft van het boek een tekening zien van Trump die door de politiediensten wordt gearresteerd. De teneur van deze gedichten is zonder meer duidelijk. De wereld bevindt zich op een gevaarlijk kruispunt en er is weinig reden tot optimisme. Integendeel, het is alle hens aan dek.
 
De bundel zelf is georganiseerd rond een aantal muzikale aanduidingen, beginnend bij ‘Agitato’ (gejaagd) en eindigend met ‘Sognando’ (dromerig). Het lijkt alsof zo de initiële opwinding en de protesterende toon uiteindelijk verzacht worden of zelfs verlaten voor een droomwereld. Schijn bedreigt echter, want het slotgedicht ‘Woorden in de wind’ (met een duidelijke allusie op Bob Dylan) is erg misleidend: de woorden in de wind zijn uiteindelijk onuitroeibaar en niet te weerstaan, en ze vormen de kiemen van een op til zijnde revolutie. Dat geloof in revolutionaire kracht van poëzie en literatuur is inderdaad een rode draad in de hele carrière van René Smeets. Zijn voorkeur gaat uit naar dichters voor wie de wereld een actieterrein is, die zich niet opsluiten in hun eigen ik maar oog hebben voor wat rond hen omgaat en dat als een nauwkeurige seismograaf in kaart brengen. Literatuur en kritiek zijn zo nauw met elkaar verweven.  
 
Dat programma (want dat is het toch wel) resulteert hier echter niet in belerende lesjes over hoe het wel en niet moet. Het leerdicht is Smeets vreemd, want hij wil veel meer ervaren; zijn gedichten zijn gedachtenexperimenten waarin beelden en associaties met elkaar op de loop gaan. De wereld wordt uitvergroot, ontwricht, maar verschijnt daardoor in een weliswaar ontluisterende maar  niet minder welgemeende gedaante. Goed en kwaad, waarheid en leugen vallen daarbij lang niet altijd perfect te scheiden, maar die dubbelzinnigheid neemt weg dat de realiteit ons mensen dwingt om stelling te nemen. Daartoe neemt de dichter, in navolging van zijn voorbeelden, vaak zijn toevlucht tot groteske vertekening en vervreemding. Net zoals Enzensberger of Brecht leent Smeets zijn stem aan anderen, vaak collectieven en administraties die niets ontziend hun waarheid verkondigen. Zo opent de bundel met een ‘Verdediging van de Republikeinen tegen de Democraten’, een eigentijdse versie van een beroemd fabelgedicht van Enzensberger; die apologie (geschreven in 2022, zoals onderaan het vers staat aangegeven) is zowel hilarisch als beschamend voor wie vandaag leeft. Andere gedichten zijn ‘gecamoufleerd’ als een mededeling van de Chinese Volkspartij of een song van Boudewijn De Groot.
 
Telkens weer onderstreept Smeets meesterlijk hoe hij moeiteloos het vertoog van anderen, personen of instanties, weet te imiteren en zo subtiel te ondermijnen. Daarin ligt de kracht van deze verzen; ze zijn toegankelijk maar tegelijk verraderlijk. Dat geldt ook voor de gedichten die sterker autobiografisch zijn (of althans lijken). Het dichterlijke ik is kwetsbaar en ontmaskert soms zichzelf als iemand die goedgelovig is of bevooroordeeld. De machteloosheid mag dan wel de boventoon voeren, helemaal pessimistisch is deze bundel niet. Er is het geloof in individuen die elk apart en samen een steen in het water kunnen werpen en rimpels veroorzaken. Er is het geloof in de liefde en het respect in anderen, ook al valt daarvan collectief steeds minder te merken. En er is het geloof in de literatuur, die maskers optrekt om maskers af te rukken. Woelige tijden leveren alleszins belangwekkende gedichten op.  
 
René Smeets: Zware wolken zwarte randen. Een handvol verzen voor woelige tijden, P, Leuven 2025, 69 p. ISBN 9789464757675


deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, DECEMBER 2025

De zwarte poel

Jan Vantoortelboom

Engelenbrood

Patti Smith

Het Nachtlicht

Erik Vlaminck

Sodomiet

Alexandre Vidal Porto

Wie is bang voor vrouwelijke kunstenaars? Belgische kunstenaressen van 1880 tot nu

Christiane Struyven

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, DECEMBER 2025

De geheime bibliotheek. Wie redt de magische boeken?

Nina George, Jens J. Kramer, Hauke Kock (ill.)

Kiki & ik

Leo Timmers

Peter Pan

J.M. Berrie, Floor Rieder (ill.)

Plassen op schrikdraad

Simon van der Geest, Karst-Janneke Rogaar (ill.)

Properzia

Jean-Claude Van Rijckeghem

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri