Naast de tekst bevat dit boek ook een korte
maar erg nuttige tijdlijn, een bibliografie en 516 eindnoten. De tijdlijn toont
aan dat de aanval door Hamas op 7 oktober 2023 helemaal niet zo ‘contextloos’
was als sommige critici beweren, maar integendeel alleen vanuit de beladen
historische context van het jongste, nog steeds aan de gang zijnde conflict
tussen Hamas en Israël kan begrepen worden. Daarom is de lange lijst eindnoten
hier meer dan welkom, want het maakt van deze vlot leesbare geschiedenis een
handige bron van informatie en duiding die de discussie slechts relevanter en
waarheidsgetrouwer kan maken, wat op zich al een grote verdienste is. Zoals we
zullen zien, slaagt de auteur erin de verplichte rigoureuze wetenschappelijke
afstandelijkheid te verbinden met zijn keuze voor het internationaal recht:
‘De kant van
onschuldige burgers, ongeacht hun nationaliteit. Dat zou de logica zelve moeten
zijn, geen controversieel standpunt of vrijblijvende opinie in een discussie.
Niet in oktober 2023, en al zeker niet na twee jaar van een rechtstreeks
gelivestreamde genocide.’
Ook de hier gekozen structuur helpt ons het conflict zowel
chronologisch als inhoudelijk op de voet te volgen, van de heropleving van de
Nakba (de menselijke katastrofe) in Gaza tot de al dan niet oprechte pogingen
om het conflict min of meer redelijk en evenwichtig samen te vatten.
Omdat de auteur zich op
basis van zijn vele reizen en ontmoetingen doorheen de regio en zijn talrijke
gesprekken met betrokkenen uit alle bevolkingsgroepen bewust niet beperkt tot
reportages en beschrijvingen, kan dit boek bijdragen tot een beter begrip van
de verschillende, vaak ronduit en openlijk tegengestelde perspectieven die hier
aan bod komen, zolang we aan onze keuze blijven vasthouden. Een concreet gevolg
van deze keuze zou de weigering zijn om rekening te houden, een juistere term
zou hier zijn ‘empathie op te brengen' voor de menselijke impact van de door
Hamas uitgevoerde razzia op 7 oktober 2023. En toch is het stilzwijgen hierover
jammer genoeg geen uitzondering in te veel pro-Palestijnse kringen. Zij wijzen
op het al even beklemmende stilzwijgen van hun zionistische tegenstanders over
al wat er aan die razzia voorafgegaan en er sinds oktober op gevolgd is. Dat is
volgens mij een van de ergste gevolgen van dit drama: we zijn onze gevoelens
van mede-lijden (empathie) steeds meer aan het beperken tot het leed dat ons en
‘de onzen’ is aangedaan, met het gevolg dat we in de praktijk weigeren rekening
te houden met al de plechtige verklaringen van de mensenrechten die --
ironischer kan het niet -- ooit een universele reactie waren op de gruwelen van
de Sjoa. Dat wil zeggen dat we nog geen twee generaties later opnieuw tribaal
zijn gaan denken, voelen en handelen.
Hoewel dit boek expliciet
geschreven is vanuit het perspectief van de Palestijnse slachtoffers, krijg je
als lezer nergens het gevoel, zelfs niet de indruk dat de in detail beschreven
en opgesomde misdaden ook maar iets te maken zouden hebben met bijvoorbeeld de chauvinistische
instelling, zeg maar het aangeboren racisme van ‘de joden’, zoals maar al te
vaak wordt beweerd. Dit zou betekenen dat we bijna buiten onze wil om
veroordeeld zijn tot een cultuur, of liever een onrustwekkende toename van
culturen van de haat en dat de horror die we in Gaza, in Darfoer en nog niet zo
lang geleden in Rwanda beleefd hebben, dreigt onze toekomst en vooral die van
onze kinderen te perverteren en te vergiftigen. En juist omdat dit boek keer op
keer, met statistieken en gesprekken met zoveel mogelijk gewone burgers ter
illustratie, de .uitzichtloosheid van een dergelijke ideologie blijft onthullen
en veroordelen, zou het lezers in alle sectoren van het publieke leven kunnen
wakker schudden en waarschuwen: wat zich gisteren en vandaag nog bij de buren
afspeelde en nog steeds niet opgelost werd, zou zonder meer jouw eigen veilige
samenleving kunnen bedreigen.
Indien dit ook maar bij benadering zou kloppen, kunnen we
onmogelijk zo verblind zijn dat we de onvermijdelijke interconnectie tussen de
aan de gang zijnde gruwelen en onze schuldige ‘neutraliteit’ blijven ontkennen.
Bijna dagelijks lezen we in westerse en andere kranten hoe we er tot nog toe ondanks
onze gespeelde verontwaardiging in geslaagd zijn allerlei lucratieve
handelsakkoorden met de huidige Israëlische regering in stand te houden,
terwijl wij, de westerse democratische verdedigers van de mensenrechten, ons
vruchteloos achter een ‘neutraliteit’ die niet eens bestaat menen te kunnen
verschuilen.
In
het laatste hoofdstuk ‘Neutraliteit in tijden van genocide’ gaat de auteur
ervan uit dat zijn lezers, na de aandachtige lectuur van zijn betoog en, waar
nodig, de eindnoten, intellectueel en moreel moeilijk anders kunnen dan tot
dezelfde conclusies te komen als hij. Dat wil zeggen dat gewone burgers de
plicht hebben zich voldoende te informeren om in de mate dat ze dit kunnen hun
democratische rechten te gebruiken om de door hen verkozen vertegenwoordigers
voor hun verantwoordelijkheid te stellen. Waarbij we nooit mogen vergeten dat
we vandaag niet zomaar ‘gewone burgers’ zijn, maar voorlopig nog van een weliswaar
beperkte politieke en democratische vrijheid genieten die nooit aan een of
andere ‘raison d’état’ mag worden opgeofferd.
Omdat de auteur van dit bewust
verontrustende boek ons de hele tijd uitdaagt, zijn meestal scherpe stellingen
en logische conclusies te ontkrachten, is dit voor niemand een comfortabele
lectuur. Of we interpreteren wetenschappelijke objectiviteit en neutraliteit
als het intellectuele en morele recht van iedere burger om er zijn of haar
eigen mening op na te houden en de hele discussie uit de weg te gaan, maar dit
is reeds lang geen houdbaar standpunt. We worden er elke dag terecht aan
herinnerd dat we die keuze expliciet niet hebben in het conflict tussen Rusland
en Oekraïne: daar moeten we zowel met onze stemmen als ons belastinggeld bijna
zonder nadenken het goede kamp kiezen, terwijl wij die geleerd hebben nooit te
snel tot conclusies te komen in het ‘ingewikkelde conflict’ in het
Midden-Oosten meteen met allerlei helemaal niet grondig geteste zekerheden
geconfronteerd worden, wanneer het over Rusland en Oekraïne gaat, maar
hoogstens met als politiek correct voorgestelde oordelen die een normaal examen
aan een hogeschool of een universiteit niet zouden doorstaan.
De eenzijdige propaganda die
door vrijwel alle hoofdkwartieren verspreid wordt, is één ongelukkig maar
onvermijdelijk feit. De vraag of onze politici en opiniemakers daar ongestraft
aan mee kunnen doen, is iets anders, want zij zouden in principe de allerlaatste
verdedigers van de waarheid moeten zijn, ongeacht de gevolgen voor hun eigen
carrière.
Willem
Staes: Vuurland. Langs de frontlijnen van het Midden-Oosten, Ertsberg, Aalter
2025, 351 p. ISBN 9789464984699. Distributie Standaard uitgeverij
deze pagina printen of opslaan