Poëzie

BOEKEN NR. 10, DECEMBER 2025

Paul Claes: Poëtica. ABC van de dichtkunst

door Dirk De Geest

Paul Claes is de meest belezen auteur uit ons taalgebied, maar onmiskenbaar is hij ook de meest prominente nazaat van de klassieke literatuurvisie. Het feit dat hij een uitmuntend kenner is van de modernistische tegentraditie staat daarmee niet in tegenspraak; in dat modernisme heeft Claes als geen ander de verdoken erfenis van de klassieke traditie en de literaire canon weten te traceren. Zijn studies over Rimbaud, Rilke, Eliot en Claus zijn daarvan briljante illustraties.
 
Het hoeft dus niet te verbazen dat Paul Claes, na vele jaren, een handboek publiceert over poëzie. Daarbij gaat het hem nadrukkelijk niet om het aanreiken van eenvoudige recepten of het formuleren van een eigen visie op poëzie en zijn schrijverschap, maar om het inventariseren van de stijlverschijnselen zoals die eeuwenlang van generatie op generatie werden overgeleverd. Die informatie is, zo blijkt uit dit boek, zowel belangrijk voor schrijvers als voor lezers. Ze biedt de eersten een aantal recepten die hun succes al ruimschoots hebben bewezen bij toonaangevende voorgangers, terwijl lezers er de sleutels aantreffen om de ‘moeilijke’ poëzie te doorgronden en nader te duiden. Claes’ situeert zijn eigen handboek in een lange traditie, met in het Nederlandse taalgebied onder meer het belangrijke boek van Wim Bronzwaer maar evenzeer een aantal handboeken voor aankomende leraars uit het verleden.
 
Poëtica
gaat terug op de bijdragen die Paul Claes de afgelopen jaren in elke aflevering van de Poëziekrant publiceerde. Die maakten deel uit van een systematisch overzicht dat hij eindelijk in zijn geheel wordt gepresenteerd. De opbouw is op zich niet zo verrassend. Het eerste hoofdstuk vertrekt van een definitie van poëzie. Claes vertrekt hier van een lange lijst citaten van voorgangers en dichters die ieder proberen het wezen van poëzie te omschrijven. De auteur houdt overigens enorm van lijstjes, zoals liefhebbers van zijn werk weten, die doorgaans als zodanig zonder enige commentaar worden gepresenteerd. Vervolgens ontwikkelt hij zijn eigen model, dat sterk gebaseerd is op de structuralistische opvattingen van Roman Jakobson. Voor hem was de taal in poëzie extra gemodelleerd om klank en ritme zoveel mogelijk af te stemmen en de tekst zo complex mogelijk te maken. Die interne visie koppelde hij echter ook aan een functionalistische benadering: door die gesofisticeerde taalmechanismen komt volgens Jakobson taal los van haar gangbare, communicatie gebruiksfunctie: lezers van poëzie gaan meer ‘op de letter’ lezen en wat er staat beschouwen als een autonome boodschap, uniek in haar verwoording. Het is Claes’ eigentijdse vertaling van het aloude utile dulcique-principe, waarbij poëzie het aangename aan het nuttige zou paren.
 
De daaropvolgende hoofdstukken analyseren nauwgezet de veelzijdigheid van poëtische verschijnselen, zonder die synthetische visie echter uit het oog te verliezen. Ook dat toont Paul Claes als een classicus, die niet terugschrikt om gedichten ook kritisch en normatief te benaderen. Enerzijds worden diverse genres van poëzie besproken: hier is aandacht voor lyrische, dramatische, verhalende en didactische gedichten. Anderzijds stelt Claes enkele speciale types voor (zoals de liefdeslyriek en de natuurlyriek) en besteedt hij aandacht aan de strofebouw. De hoofdmoot van het betoog is evenwel gereserveerd voor de structuur van poëzie: de rol van typografie en titels, de vele stijlverschijnselen die in poëzie frequent opduiken, van de klankverbanden tot de complexe beeldspraak. In al deze beschouwingen toont Claes zich een deskundige gids, maar tegelijk houdt hij ook van beknoptheid: definities worden gegeven (met een bewonderenswaardige precisie) en voorzien van een treffende illustratie, maar veel meer dan dat treft de lezer hier niet aan. Uitvoerige beschouwingen, laat staan een weergave van de discussies en de uiteenlopende opvattingen van poëtica-specialisten zijn nauwelijks aan de orde. De informatie en de systematiek overwegen in dit boek. Dat blijkt nog meer uit het slothoofdstuk waar de evaluatie van poëzie en de functie van poëzie wordt besproken. Ook hier presenteert Claes een eindig en bijzonder helder lijstje, terwijl de realiteit vaak een nauwelijks te ontwarren kluwen van factoren laat zien. Zowel de betekenisgeving als de waardering van gedichten zijn daarbij onderhevig aan maatschappelijke en literaire gevoeligheden en modes. Claes weet dat als geen ander, maar tegelijk gelooft hij oprecht in de fundamenten van de canon, in het feit dat meesterwerken niet toevallig de tand des tijds hebben doorstaan, maar die eeuwigheidswaarde hebben verworven op grond van hun intrinsieke literaire kwaliteiten.  
 
Die overtuiging maakt van deze Poëtica een waardevol maar ook wel enigszins beperkt boek. Wie op zoek is naar rijmsoorten en de correcte benaming voor een specifieke stijlfiguur is hier aan het juiste adres: Paul Claes geeft de beknopte en correcte informatie (en is doorgaans veel beter dan vergelijkbare websites). Wie echter op zoek is naar de complexe verwevenheid van een literaire tekst, naar historische verschuivingen, naar de opvattingen van opeenvolgende theoretici… blijft na de lectuur van dit boek toch wel op zijn honger zitten. Een studie als die van Bronzwaer blijft daarom ook nu nog haar waarde als handboek behouden. Dit nieuwe boek is een uitstekend naslagwerk, maar niet meteen het definitieve tractaat over de poëtische geheimen (zoals vroegere estheten het graag stelden).
 
Paul Claes: Poëtica. ABC van de dichtkunst, Poëziecentum, Gent 2025, 176 p. ISBN 9789056553920

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, DECEMBER 2025

De zwarte poel

Jan Vantoortelboom

Engelenbrood

Patti Smith

Het Nachtlicht

Erik Vlaminck

Sodomiet

Alexandre Vidal Porto

Wie is bang voor vrouwelijke kunstenaars? Belgische kunstenaressen van 1880 tot nu

Christiane Struyven

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, DECEMBER 2025

De geheime bibliotheek. Wie redt de magische boeken?

Nina George, Jens J. Kramer, Hauke Kock (ill.)

Kiki & ik

Leo Timmers

Peter Pan

J.M. Berrie, Floor Rieder (ill.)

Plassen op schrikdraad

Simon van der Geest, Karst-Janneke Rogaar (ill.)

Properzia

Jean-Claude Van Rijckeghem

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri