Poëzie

BOEKEN NR. 5, NOVEMBER 2015

Leo Vroman, Mirjam van Hengel (sam.): Alle malen zal ik wenen. Het mooiste van Leo Vroman

door Dirk De Geest

Leo Vroman is weliswaar afgelopen jaar overleden – hij bereikte de gezegende leeftijd van 98 jaar -, maar zijn eigen stem is daarmee niet tot zwijgen gebracht. Integendeel, de dichter is tot aan het eind blijven schrijven en, wat sterker is, zijn laatste werk is bij momenten even indringend en even virtuoos als zijn meest klassieke verzen. De jongste jaren was zijn werk echter vooral bekend bij een kring van fijnproevers, ook al kreeg hij nog de VSB-prijs in 1996 en de prijs voor poëzie van de KANTL in 2010. Gelukkig is er nu voor het grote publiek een uitstekende bloemlezing van zeventig jaar dichterschap beschikbaar, in een stijlvolle vormgeving en tegen een schappelijke prijs.
 
Samensteller Mirjam van Hengel, die zich al eerder met Vromans literaire erfenis inliet (met een mooi boek over de liefde van Leo en Tineke in oorlogstijd), heeft daartoe uit alle bundels enkele gedichten geselecteerd. Dat zij vooral het recentere werk voor het voetlicht brengt, is niet zo verrassend. Na het bejubelde Psalmen en andere gedichten (1995), waarin een indrukwekkende reeks aanroepingen van het ‘Systeem’ als de nieuwe God is opgenomen, volgde immers een fraaie reeks dichtbundels. Op zijn oude dag was de dichter meer dan ooit in de ban van de poëtische muze. Veel van die poëzie is retrospectief, maar op een milde manier: de melancholische toon is altijd gedempt en relativering neemt steevast de bovenhand. Dat de gelouterde dichter daarbij ook zijn nakende einde en zijn (lichamelijke) kwetsbaarheid nooit ontziet, maakt deze teksten daarenboven tot een bijzonder waardevolle getuigenis. In die zin gaat het duidelijk om autobiografische gedichten, gelardeerd met allerlei persoonlijke herinneringen, maar tegelijk bestemd voor een breed lezerspubliek: het meest eigene wordt getransformeerd tot een soort van algemene waarheid, doorgaans erg precies verwoord. Vroman is inderdaad altijd al de dichter geweest van treffende aforismen. Versregels lijken mij in dit oeuvre zelfs van groter belang dan integrale gedichten. Het verhaal situeert zich als het ware rond die poëtische kern.
 
Daarnaast komt in dit boek echter uitvoerig ook de lange eerdere carrière van Vroman aan bod. De dichter startte nogal traditioneel, vlak na de Tweede Wereldoorlog niet zo uitzonderlijk, maar tegelijk viel meteen op hoe hij een sterk spreektalige toon hanteerde. Het klassieke pathos en de typische hooggestemde idiomen zijn slechts sporadisch in zijn werk terug te vinden, en veelal zorgen ze voor een ironisch effect. Na enkele jaren werd Vromans werk geassocieerd met dat van de experimentele Vijftigers, ook al maakte hij nooit deel uit van de voorhoede van die revolutionaire groep. Vroman viel hier vooral op door zijn humor en zijn fantasie. Legendarisch zijn bijvoorbeeld zijn ‘Fabels’, waarin een soort van alternatieve zedenles wordt gegeven. Tegelijk echter heeft de dichter zich erg filosofisch bezonnen over het lichaam en vooral over de poëzie zelf. Sommige van zijn lange gedichten (zoals ‘Inleiding tot een leegte’ en ‘Over de dichtkunst’) horen tot het meest belangwekkende wat door dichters over hun eigen metier is geschreven.
 
Kortom, deze bloemlezing is in alle opzichten voorbeeldig: literair-historisch verantwoord, verscheiden, met oog voor alle facetten van Vromans dichterschap. Nu is het enkel nog hopen dat dit boek zijn weg vindt naar een zo ruim mogelijk lezerspubliek, in afwachting van een wetenschappelijk verantwoorde editie van het hele oeuvre.
 
Amsterdam : Querido 2015, 404 p. : ill. ISBN 9789021459127

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Baksteen

Femke Vindevogel

Brandingen

Paul Verrept

de Lach van de Sfinx

Frans Kuipers

Onder buren

Juli Zeh

Ons deel van de nacht

Mariana Enriquez

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Een leven vol kleur. Alles is kunst, als je maar goed kijkt

Cara Manes, Fatinha Ramos (ill.)

Ik wil een hond (en het maakt niet uit welke)

Kitty Crowther

Ik wil een wiegje worden zei de wilg

Bette Westera, Henriëtte Boerendans (ill.)

Vanaf hier kun je de hele wereld zien

Enne Koens, Maartje Kuiper (ill.)

Victorine

Jet van Overeem, Annemarie van Haeringen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri