Misdaad

Terry Hayes: Ik ben pelgrim

door Anja Goyens

Wanneer een boek zo gehypet wordt als Ik ben pelgrim van Terry Hayes, zorgt dat er doorgaans voor dat de verkoopcijfers de hoogte ingaan, terwijl tegelijkertijd bij een bepaalde groep lezers het wantrouwen groeit: iets dat zoveel mensen goed vinden, kán dat nog wel goed zijn? Bij dit bijzonder lijvige boek blijven kritische stemmen (voorlopig) echter heel stil. Hayes brengt dan ook een sterk verhaal met twee hoofdpersonages die tot de verbeelding spreken. Enerzijds is er de man met de codenaam ‘Pelgrim’. Zijn echte naam is van weinig belang: wat telt, is zijn talent om gebeurtenissen te reconstrueren op basis van achtergelaten sporen, zijn unieke expertise op het gebied van forensisch onderzoek, waarover hij onder een pseudoniem een boek heeft geschreven. Wanneer in een gore hotelkamer in New York een moord wordt gepleegd waarbij een beschrijving uit zijn eigen boek als handleiding is gebruikt, wil Pelgrim koste wat het kost de dader vinden. Maar dat moordonderzoek is slechts een nevenplot. Uiteindelijk zal Pelgrim zijn vroegere carrière bij de geheime dienst voortzetten, onder direct toezicht van de president, in een strijd tegen de terroristische plannen van het tweede hoofdpersonage.
Dat tweede centrale personage kennen we gedurende het grootste deel van het boek alleen onder de codenaam ‘de Saraceen’. Hij is een Saudi-Arabische man wiens vader publiekelijk onthoofd werd toen hijzelf nog een kind was, omdat hij kritiek had geuit op de koninklijke familie. De Saraceen wil wraak nemen op de machthebbers van zijn vaderland, via een aanslag op de grote bondgenoot van Saudi-Arabië: de Verenigde Staten. Het is het begin van een bewogen leven: de Saraceen vecht samen met andere moedjahedien in Afghanistan tegen de Russen, volgt een medische opleiding en werkt als arts in een vluchtelingenkamp in de Gazastrook, en ontwikkelt zich tot slot op basis van internetinformatie tot expert in de virologie en in het genetisch modificeren van virussen. Zijn ultieme doel: een variant van het uitgeroeide pokkenvirus op Amerika loslaten die resistent is tegen alle bestaande vaccins. Pelgrim staat voor de grote uitdaging om erachter te komen wie de Saraceen is, en om hem te stoppen voor hij zijn plan kan uitvoeren.
Tijdens de eerste honderden pagina’s houdt Ik ben pelgrim de lezer aan zijn stoel gekluisterd. Het verteltempo ligt hoog en de grote hoeveelheid informatie doet vermoeden dat Terry Hayes uitgebreid onderzoek heeft gedaan om dit boek te kunnen schrijven. Elk onderwerp is gedocumenteerd en elke locatie wordt zo filmisch beschreven dat de lezer het zich allemaal levendig kan voorstellen. Dat Hayes weliswaar op papier debuteert, maar al heel wat geschreven heeft voor het witte doek (onder meer Mad Max 2, Payback en From Hell), mag niet verbazen. De auteur weet verder een goede balans te behouden tussen psychologie en actie. Hij schrikt er niet voor terug om gruwel in detail te beschrijven, maar het geweld wordt nooit gratuit.
Het boek heeft echter ook minder goede kanten. Het storendst is het vertelperspectief: het hele boek wordt verteld door Pelgrim. Die spreekt meestal in de eerste persoon, maar schakelt soms plots over naar de derde persoon om de belevenissen van andere personages te beschrijven. In het tweede geval gaat het vaak om reconstructies op basis van stukjes informatie die hij tijdens zijn speurtocht achterhaald heeft, met name bij de reconstructie van het levensverhaal van de Saraceen. Pelgrim beschrijft deze scènes echter op een manier die de beperkingen van wat hij kan weten ver te boven gaat. Zo begint hij de ene alinea nog met de zin: ‘Hoewel niemand het ooit met zekerheid zal weten, stel ik me zo voor dat hij – geestelijk – verscheurd werd door twee dingen’, om de volgende plots te openen met: ‘Al onder het rijden voelde hij iets van een beredeneerde doem over zich heen komen.’ Dat betekent ofwel dat Pelgrim fantaseert en dus een onbetrouwbare verteller is, zoals het voorgaande citaat doet vermoeden, ofwel dat deze passages eigenlijk een alwetende verteller hebben, die dan niet Pelgrim zelf kan zijn aangezien een personage nooit alwetend is. Vast staat in ieder geval dat er iets vreemds aan de hand is met het vertelperspectief, vooral omdat er behalve in dit ene citaat nergens op de onbetrouwbaarheid van Pelgrim wordt gewezen, noch op de aanwezigheid van een andere verteller.
Daarnaast maakt Hayes zich ook schuldig aan overdrijvingen en clichés. Zowel Pelgrim als de Saraceen zijn net iets té goed in wat ze doen. De Amerikanen zijn duidelijk ‘the good guys’ en alle personages uit de Arabische wereld ‘the bad guys’. Dat de VS met Echelon de hele wereld afluisteren, komt Pelgrim goed uit, maar hij lijkt gechoqueerd wanneer blijkt dat bijvoorbeeld ook Saudi-Arabië het niet zo nauw neemt met de privacy: ‘[ik] had de machinerie van een totalitaire staat nog nooit in volle vlucht bezig gezien. Voor iedereen die privacy en vrijheid hoog in het vaandel heeft staan, is het een angstaanjagende gewaarwording.’ Daarnaast begint de ingenieus geconstrueerde plot uiteindelijk wat te vervelen: het lijkt allemaal wat té goed uitgekiend en wat té toevallig om geloofwaardig te blijven. Zo is de moord waarmee het boek begint slechts door een heel dun draadje verbonden met het onderzoek naar de Saraceen, zodat de samenhang van het boek als geheel verdwijnt in te veel details.
Is de hype rond Ik ben pelgrim terecht? Het is in ieder geval een boek waarin de lezer zich vele uren lang kan verliezen, als hij of zij zich niet te erg stoort aan een aantal punten van kritiek die in veel recensies tot nu toe verbazingwekkend onderbelicht bleven.

Terry Hayes, Ik ben pelgrim, Bruna Utrecht, 2014, 735 p., € 19,95. ISBN 9789022997130. Vert. van: I am pilgrim door Henk Popken. Distributie: WPG Uitgevers

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf  2014

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Baksteen

Femke Vindevogel

Brandingen

Paul Verrept

de Lach van de Sfinx

Frans Kuipers

Onder buren

Juli Zeh

Ons deel van de nacht

Mariana Enriquez

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Een leven vol kleur. Alles is kunst, als je maar goed kijkt

Cara Manes, Fatinha Ramos (ill.)

Ik wil een hond (en het maakt niet uit welke)

Kitty Crowther

Ik wil een wiegje worden zei de wilg

Bette Westera, Henriëtte Boerendans (ill.)

Vanaf hier kun je de hele wereld zien

Enne Koens, Maartje Kuiper (ill.)

Victorine

Jet van Overeem, Annemarie van Haeringen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri