Poëzie

H.H. Ter Balkt: Hee hoor mij Ho simultaan op de brandtorens

door Dirk De Geest

Met dit magnum opus van 1800 bladzijden brengt H.H. ter Balkt de oogst van meer dan een halve eeuw poëzie in kaart. Meteen kan de lezer kennisnemen van een van de meest eigengereide oeuvres uit de moderne poëzie. H. H. ter Balkt ving weliswaar op zeer jonge leeftijd aan met een eigentijdse vorm van zelfexpressie, maar algauw viel hij op door zijn uitzonderlijk groot idioom en zijn breed uitwaaierende stijl. Daarbij kwam het Bijbelse pseudoniem, Hababuk II de Balker, dat de dichter even hanteerde; het duurde enige tijd voor het raadsel van zijn identiteit werd onthuld — ondertussen werden onder meer Claus en Lucebert als mogelijke auteurs naar voren geschoven. Meteen is zowel de kwaliteit als de verbale rijkdom van de gedichten van Ter Balkt daarmee aangegeven. De dichter lijkt inderdaad alle registers van de taal open te trekken: hij aarzelt niet om in onbruik geraakte woorden en technische termen een plaats te geven, en zijn beeldspraak is tegelijk bijzonder origineel en vaak barok.
Dat handelsmerk is in de loop der jaren enkel met meer virtuositeit aan de man gebracht. Het is dan ook geen toeval dat het talent van Ter Balkt nu veel meer gewaardeerd wordt dan in zijn beginjaren, met de toekenning van de P.C. Hooftprijs in 2003 als hoogtepunt. Dat hangt ongetwijfeld ook samen met het gewijzigde literaire klimaat. Waar Ter Balkt aanvankelijk werd beschouwd als een verlate Vijftiger, een anachronisme op het ogenblik dat woordconcentratie de toon aangaf in de Nederlandse letteren, sluit hij nu naadloos aan bij het postmodernisme — ook al is zijn eigen lyriek in feite niet fundamenteel veranderd. Daar komt bij dat de dichter gaandeweg steeds sterker zijn eigen weg heeft gevonden, met een haast perfecte dosering van anarchie en orde. Aan de ene kant valt op hoe de dichter vaak gebruikmaakt van klassieke vormen (bijvoorbeeld het sonnet), maar binnen die min of meer vaste (zij het rijmloze) structuur gaat hij even baldadig als vroeger zijn eigen weg. Ook thematisch waaiert deze poëzie erg uit. Ter Balkt houdt bijvoorbeeld de jongste jaren van wat men een ‘encyclopedische poëzie’ zou kunnen noemen (analoog aan het genre van de encyclopedische roman). De dichter wil als het ware het hele universum integreren in zijn werk en het zo ombouwen tot een poëtische wereld. Mythologieën, de hele literatuur en de kunstgeschiedenis, maar ook de hele geschiedenis krijgen een plaats in het monumentale werk waaraan Ter Balkt al vele jaren werkt onder de titel Laaglandse hymnen. In deze verzamelde gedichten neemt dat werkstuk (voor het eerst systematisch samengebracht) enkele honderden bladzijden in. Van het ontstaan van het heelal en de steentijd, over de middeleeuwen en de technologische revoluties tot de eenentwintigste eeuw: de meest heterogene feitjes en objecten krijgen hier een plaats. Daarbij heeft de dichter overal informatie bij elkaar gehamsterd: Gerbrandy heeft in zijn studie over Ter Balkt en zijn geestesgenoot Hamelink vele honderden referenties geïdentificeerd. Tegelijk gaat het niet louter om die weetjes; ze vormen veeleer het vertrekpunt voor een eigenzinnige poëtische verkenning. In laatste instantie betreft het immers ‘woorden’ die gebruikt kunnen worden in een beeldend en associatief verband. Toch valt uit het werk van Ter Balkt een duidelijke visie op de werkelijkheid en de geschiedenis te distilleren; in die zin is zijn engagement allerminst vrijblijvend. De dichter ziet in de hedendaagse maatschappij duidelijk sporen van een toenemende verschraling, waarin zowel de mens als de natuur worden aangetast door een louter cijfermatige aanpak. Net tegen die intellectuele eendimensionaliteit komt hij als dichter in het geweer. Ter Balkt lezen is een van de meest avontuurlijke ondernemingen die men zich op de hals kan halen, maar tegelijk is hij een onuitputtelijke bron van taalcreativiteit, van verrassingen. Een rollercoaster die de grootste indruk maakt en blijft maken.


H.H. Ter Balkt, Hee hoor mij Ho simultaan op de brandtorens, De Bezige Bij Amsterdam, 2014, 1797 p., ill. € 59,9. ISBN 9789023474982. Distributie: WPG Uitgevers

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf 2014

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Baksteen

Femke Vindevogel

Brandingen

Paul Verrept

de Lach van de Sfinx

Frans Kuipers

Onder buren

Juli Zeh

Ons deel van de nacht

Mariana Enriquez

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Een leven vol kleur. Alles is kunst, als je maar goed kijkt

Cara Manes, Fatinha Ramos (ill.)

Ik wil een hond (en het maakt niet uit welke)

Kitty Crowther

Ik wil een wiegje worden zei de wilg

Bette Westera, Henriëtte Boerendans (ill.)

Vanaf hier kun je de hele wereld zien

Enne Koens, Maartje Kuiper (ill.)

Victorine

Jet van Overeem, Annemarie van Haeringen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri