Poëzie

Andy Fierens: Wonderbra's & pepperspray

door Dirk De Geest

Alles aan deze bundel ademt performance. Dat begint al met de modieuze samenstelling in de titel — compleet met het ‘&’-teken —, die de lezer intrigeert. Daaronder prijkt een karikatuur van de dichter zelf, met een immense baard (die doorloopt tot op de achterkaft), die door zijn vingers heen de lezer aankijkt: hij is er en hij is er niet, zoals bij het kinderlijke ‘kiekeboe’-spelletje. De bundel opent trouwens met de instructie ‘Zit!’ om te eindigen met een ‘Tot slot’ (een lijst van eerdere versies en verwijzingen in de bundel). Die entourage van een performance wordt dus ten volle geëtaleerd, maar tegelijk ook weer tegengewerkt. De inkleding, de ondertitel en zoveel andere gegevens wijzen erop dat Fierens ernstig genomen wil worden als ‘dichter’, dat hij zijn gedichten niet toevallig selecteert, uitschrijft, polijst en (vooral) in gedrukte vorm aan de lezer presenteert. Het is het lot van veel podiumpoëzie, maar hier lijkt het nadrukkelijk deel uit te maken van de identiteit die Fierens wil voorhouden.
Hoewel de gedichten in Wonderbra’s & Pepperspray erg verschillend zijn qua vorm, valt toch op hoe de dichter ernaar streeft om zijn verzen enige bewuste structuur mee te geven. Een gedicht bestaat vaak uit gelijkaardige strofen of uit bijvoorbeeld strofen die telkens een regel meer tellen. Op andere plaatsen wordt (bescheiden) geëxperimenteerd met de typografie: een gedicht balanceert dan bijvoorbeeld op de rand van proza, of de interlinie wordt verdubbeld waardoor extra veel witruimte ontstaat. Binnen de gedichten zelf streeft Fierens vooral naar een ‘compleet’ taalgebruik: hij verwerkt uiteenlopende talen en vooral stijlregisters, van vulgair of modieus taalgebruik tot haast abstracte bespiegelende beschouwingen. Soms leidt dit tot bewuste contrasten met een humoristisch of ironisch effect, maar er lijkt mij toch meer aan de hand. Ik heb de indruk dat Fierens een soort van totale visie ambieert en de grilligheden van het eenentwintigste-eeuwse bestaan zoveel mogelijk een eigenzinnige plaats in zijn gedichten wil geven.
Die extreme wendbaarheid geldt ook het dichterlijke ik, dat als een theatraal personage ten tonele wordt gevoerd. Romantische ontboezemingen slaan om in pathetische uitvergrotingen, waardoor een complex rollenspel ontstaat: het lijkt alsof in deze bundel diverse Fierensen afwisselend (en soms zelfs binnen een zelfde tekst) het woord nemen. Dat heeft een humoristisch en theatraal effect, maar tegelijk stemt het de lezer bij momenten ook wrevelig en geïrriteerd. Dat heeft te maken met het feit dat de dichter onder die maskers veel minder vrijblijvend en ludiek is dan op het eerste gezicht lijkt. Zo valt op hoe Fierens in feite bijzonder ontevreden is met een aantal maatschappelijke problemen en een aantal facetten van onze tijd. Zijn kritiek is niet mis te verstaan: vooral vooroordelen, clichés en onverdraagzaamheid moeten het meermaals ontgelden. Daartegenover staat een positief pleidooi voor individualiteit (iets anders dan individualisme) en engagement. Het dichterlijke ik tracht tussen de uitersten van understatement en overstatement een aparte positie te verwerven. Dat is niet altijd even geslaagd, maar deze bundel bevat in ieder geval een aantal bijzonder intrigerende teksten van een uitermate veelzijdig dichter. Dat Fierens beschikt over een uitstekend taalgevoel en een bijzondere groteske verbeelding, bewijst hij alvast op iedere bladzijde.


Andy Fierens, Wonderbra's & pepperspray, De Bezige Bij Amsterdam, 2014, 92 p., ill. € 17,5. ISBN 9789023487012. Distributie: WPG Uitgevers

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf 2014

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Baksteen

Femke Vindevogel

Brandingen

Paul Verrept

de Lach van de Sfinx

Frans Kuipers

Onder buren

Juli Zeh

Ons deel van de nacht

Mariana Enriquez

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Een leven vol kleur. Alles is kunst, als je maar goed kijkt

Cara Manes, Fatinha Ramos (ill.)

Ik wil een hond (en het maakt niet uit welke)

Kitty Crowther

Ik wil een wiegje worden zei de wilg

Bette Westera, Henriëtte Boerendans (ill.)

Vanaf hier kun je de hele wereld zien

Enne Koens, Maartje Kuiper (ill.)

Victorine

Jet van Overeem, Annemarie van Haeringen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri